PHILADELPHIA

Een film met een hart

Hoe breng je een film over aids, die niet choquerend, niet zeemzoeterig moreel en niet overdreven sentimenteel mag zijn? Jonathan Demme geeft met Philadelphia een pasklaar antwoord.

De eerste grote Hollywoodproductie omtrent het thema aids: we hebben er eigenlijk nog lang op moeten wachten. Jonathan Demme ligt niet wakker van moeilijke onderwerpen. Met Silence of the Lambs draaide hij een film over eenzaamheid en vervreemding van de maatschappij en nu pakt hij dus aids aan. Hij doet dat op een manier die wonderwel niet vervalt in het overdreven melodramatische, maar geeft de film de kans om langzaam zijn eigen verhaal te vertellen.

Alles draait om Andrew Beckett (Tom Hanks), een succesvol advocaat die deel uitmaakt van een prestigieus advocaten- kantoor. We leren hem kennen in een rechtszaak tegen Joe Miller (Denzel Washington), die in zijn beroep lang niet zo succesvol is. Beckett wint het pleidooi dan ook gemakkelijk en krijgt van zijn bazen promotie. Hij wordt ingeschakeld in een belangrijk proces. Als er op een dag een dossier verdwijnt, wordt Beckett ontslagen. Officeel heet het wegens een zware beroepsfout, maar Beckett denkt dat hij aan de deur is gezet omdat hij aids heeft.

Dan begint voor Beckett de calvarie- tocht. Terwijl zijn ziekte langzaam vat op hem krijgt, gaat hij op zoek naar een advocaat die hem voor de rechtbank wil verdedigen. Hij heeft daarbij geen succes en komt tenslotte terecht bij Joe Miller. Aanvankelijk staat ook hij niet om de job te springen. Langzaam maar zeker begint het bij hem echter te knagen: recht moet ook hier zegevieren.

Gemakkelijk hebben ze het niet. In de persoon van Belinda Conine (Mary Steenburgen) heeft het kantoor een briljante advocate. Daarbij komt nog eens dat Beckett lichamelijk al snel verzwakt. De vragen liggen dan ook voor de hand: haalt Beckett het einde van het proces en zal hij de laatste zaak uit zijn leven winnen? Het verhaal geeft er een antwoord op.

Ook dieperliggende vragen worden in de prent opgeworpen, maar ten gepaste tijde ook weer weggeveegd. Beckett is homofiel en heeft zo het aidsvirus opgelopen, hetgeen de zaak extra gevoelig maakt. Tijdens het proces komt ook een vrouw aan het woord die aids kreeg door een bloedtransfusie. Is er een verschil tussen beiden en waarop kan men zijn moreel oordeel dan vellen?

Is Beckett zelf schuldig aan zijn ziekte omdat hij onoplettend is geweest of is de schuldvraag ongepast? Miller vertrekt met een aanvankelijke haat tegenover homo's, maar komt tegen het einde van de film tot een inzicht, dat een mogelijke antwoord op dit alles kan zijn.

Het einde van de prent is pakkend en droevig, want het onafwendbare gebeurt: Andrew Beckett sterft. Regisseur Demme laat het einde van de film draaien als een liedje uit een oude muziekdoos: traag en mooi, ontroerend en treffend, met een hart. De laatste beelden van de film zie je dan ook met een waas door de ogen. Een waas van tranen.

Overigens is de film doorspekt met emotionele momenten, die naar de keel grijpen. Magistraal is de scene waarop Beckett danst op de aria La mamma morta van Maria Callas, het moment waarop Miller tot inzicht komt en Demme op een schitterende manier de tegenstelling schetst tussen leven en dood. Dat alles gebeurt echter zonder overdreven pathos en gemaaktheid, zonder kunstmatige emoties of gemaakte ontroering.

Tom Hanks kreeg voor zijn rol als Andrew Beckett een Oscarnominatie en dat is geheel terecht. Dat Denzel Washington uit de nominaties viel is onbegrijpelijk. Hij speelt op een overtuigende manier Joe Miller, die doorheen de film een innerlijke evolutie meemaakt en waarin de kijker ongetwijfeld een stukje van zichzelf zal herkennen.

Bovendien wordt dit schitterende staaltje bioscoop muziekaal ondersteund door Bruce Springsteen, wiens ballade Philadelphia recht tot het hart spreekt. Zoals de hele film trouwens.