Sinds zijn vertolking in Four Weddings and a Funeral, is mooie jongen Hugh Grant volksheld nummer één in Engeland. Wie hem voor een hoofdrol weet te strikken, hoeft zich geen zorgen te maken: de kassa's zullen rinkelen. In John Duigans nieuwste prent speelt hij de rol van een jonge Anglicaanse dominee, Anthony Campion.
Van de bisschop krijgt hij de opdracht om samen met zijn nogal introverte echtgenote Estella een bezoekje te brengen aan de exentrieke kunstenaar Norman Lindsay. De kerk neemt namelijk nogal aanstoot aan diens schilderijen en wil Lindsay ervan overtuigen om enkele zijn doeken uit een tentoonstelling terug te trekken.
Het domein van Lindsay blijkt een soort commune te zijn, waar hij er met zijn familie en modellen een anarchistische levenshouding op na houdt. Afgezonderd van elke maatschappelijke conventie hebben ze er hun eigen aards paradijs. Lindsay werkt er in alle sereniteit aan een nieuw project: hij wil de mythe van de sirenen (die door hun betoverend gezang schippers probeerde te lokken en te doden) vereeuwigen.
Terwijl Anthony tevergeefs probeert om Lindsay op andere gedachten te brengen, maakt zijn preutse vrouw kennis met enkele bloedmooie en lichtzinnige modellen, de toekomstige sirenen dus. Zij verleiden haar ertoe om op zoek te gaan naar haar eigen paradijs. Estella zal in het melodische decor dan ook helemaal openbloeien en haar eigen seksualiteit ontdekken en waarderen.
Het thema van het aards paradijs is tegelijk transparant en nevelig in Sirens verwerkt. Was het niet Eva die Adam verleidde tot het eten van de appel waardoor ze uit het aards paradijs werden verdreven? De sirenen eten ook in Lindsay's eigen hof van Eden appels dat het een lieve lust is. En wie kan naast de kronkelde slang kijken, die als een verdichte metafoor doorheen de film glijdt?
Lang niet alles in Sirens is in balans en een evenwichtig vertelde film moet je dan ook niet verwachten. De prent is eigenlijk zelf een schilderij, een gouache van zangerige beelden die even groots zijn als het adembenemende Australische landschap. De replieken van Lindsay zijn scherpzinnig en niet wars van enige maatschappijkritiek.
Hugh Grant is in Sirens vooral goed in verlegen blozen, maar er is geen mens die dat als kritiek zal opnemen. De rol van zijn vrouw wordt gespeeld door Tara Fitzgerald, die comform het verhaal langzaam openbloeit. Sam Neil is de controversiële kunstenaar, maar krijgt nauwelijks de kans om alle registers open te trekken. Die eer moet hij laten aan zijn modellen, van wie u zeker Elle MacPherson (als Sheela) zult herkennen. John Duigan regisseert met een grote souplesse en veel gevoel voor sfeer. Hij vervalt in dit neo-romantische fantasma allerminst in oeroude cliché's. Op een heerlijke soundtrack van Rachel Portman is het dan ook wegdromen geblazen, alsof de sirenen met hun goddelijke volmaaktheid in een dromerige roes werkelijk tot leven zijn gekomen. Hoefde je er maar nooit uit te ontwaken.