Quentin Tarantino: een betere naam om het in Hollywood te maken bestaat er waarschijnlijk niet, of je moet toevallig als Spielbergs naamgenoot de wereld in gerold zijn. Een naam die spreekt als een klok, die ruikt naar vernieuwing ook, naar iets ultiem grensverleggends, naar iets wat nog nooit eerder is vertoond. En dat klopt. Verleden jaar introduceerde Hollywoods nieuwe wonderboy met zijn prent Reservoir Dogs een nieuw soort geweld. Aandoenlijker, subtieler en mooier dan zomaar een doordeweeks dozijn rake Stallone-klappen.
Tony Scott (broer van Alien-Ridley) keek er met open mond naar en was zo onder de indruk dat hij meteen Tarantino's eerste scenario wilde verfilmen. Hij overtrof zichzelf en doet zijn vorige films als Top Gun, Day's of Thunder en The Last Boys Scout zonder enige scrupules in de schaduw verdwijnen.
True Romance begint, zoals dat meestal gaat in films, totaal onschuldig. Om zijn verjaardag te vieren gaat Clarence Worley, een vlotte maar eenzame jongeman, naar de bioscoop. Op zijn menu staan drie Kung-fu films van een bedenkelijk kaliber en daarom zitten er maar enkele mensen in de zaal. Een mooi en frivool blondharig meisje komt naast hem zitten en knoeit prompt haar hele portie popcorn over Clarences hoofd. Ze gaan uit eten en brengen met elkaar de nacht door. Toeval? Nee, zo blijkt later. Het meisje (Alabama Whitman) is een call-girl en werd door Clarences baas betaald om deze als levend verjaardagscadeau te verrassen.
Het kan Clarence niet schelen: voor hem is het liefde op het eerste gezicht en hij stelt dan ook meteen voor haar spullen bij haar pooier op te halen en te trouwen. Per vergissing neemt hij een koffer vol cocaine mee. Clarence ziet zichzelf al als miljonair op een onbewoond eiland en vertrekt met Alabama naar Californie om het witte poeder daar in klinkende munt te verwisselen.
Dat gebeurt natuurlijk niet zonder horten of stoten. Alabama's pooier was geen doetje en in no time hebben de tortelduifjes een hele horde keiharde gangsters achter zich. Als ook nog eens de politie lucht heeft gekregen van dit vuile zaakje, gaat de bal pas goed aan het rollen.
Deze vrij triviale plot is gebasseerd op het motto: het hoeft niet altijd Grisham-achtig ingewikkeld te zijn. De sobere en solide verhaallijn, die zich zonder de minste pretentie en bijgvolg ook soepel ontrolt, geeft regisseur Tony Scott de kans om te schitteren.
Speelde hij bij zijn vorige films op veilig (een verwijzing naar Beverly Hills Cop II is hier overbodig), in True Romance laat hij zijn filmische verbeelding de vrije loop. In een verbluffend tempo volgen de sequenties elkaar op. Scott weet dat alles te brengen in een verbazingwekkende, soms bijna surrealistische sfeer, die het gevolg is van ongewone en knap gekozen camerastandpunten.
Dat gecombineerd met olifantsterke dialogen een de inmiddels bekende Tarantino-touch leveren enkele zeldzame stukjes cinema op, zoals het ritje in de roller coaster, het verhaal over de eerste keer vermoorden en vooral de scene waar Clarences vader vriendelijk om informatie wordt gevraagd. Die scene blijft ongetwijfeld het langst aan de ribben plakken: ze is intelligent opgebouwd en het geweld neemt slechts trapsgewijs demonische vormen aan.
Het duo Tarantino/Scott mag er zijn, maar moeten de eer zeker delen met Hans Zimmer. Hij beklijfde eerder al met schitterende filmmuziek in The Assassin en Backdraft en kreeg voor zijn muzikale ondersteuning in Rain Man een Oscar. Ook in True Romance weet hij je onverbiddelijk in de juiste sfeer te brengen. Zijn lichtzinnige en rustige muziekjes begeleiden het geweld, een amalgaam dat voor intrigerende scenes zorgt.
True Romance heeft een cast om u tegen te zeggen. Vlotte Christian Slater (onsterfelijk sinds Pump up the Volume) speelt de pannen van het dak, maar minstens tien keer beter brengt Patricia Arquette het er vanaf als Alabama, een kinderlijk naief meisje met blonde haren en goddelijke vormen waar je als kijker maar geen vat op lijkt te krijgen. Zij vertelt trouwens in de vorm van een kader het verhaal, en dat zorgt vooral bij de eindbeelden voor nogal wat koude rillingen.
Dennis Hoppers bijdrage tot de film is beperkt tot één scene, die zoals gezegd meesterlijk is. Christopher Walken (momenteel ook te zien in Wayne's World II) is feilloos en dat kan ook gezegd worden van Gary Oldman (als pooier), Chris Penn, Tom Sizemore, Michael Rapaport en Val Kilmer, die de rol van niemand minder dan Elvis voor zijn rekening neemt, maar geen seconde met zijn gezicht in beeld verschijnt.