Nog een beetje nat achter de oren, die Bryan Singer. The Usual Suspects kun je gerust zijn bijna-debuutfilm noemen, want zijn echte eersteling (Public Acces) won wel een prijs op het Sundance Film Festival, maar haalde nooit de Belgisch/Nederlandse zalen. Maar met The Usual Suspects zal in zijn naamonbekendheid ongetwijfeld verandering komen. Singer flirt met klassiekers als Hitchcock en Casablanca en levert een eindresultaat af, dat je niet snel zult vergeten. In Cannes circuleerden dan ook niets als positieve geluiden over hem.
The Usual Suspects is overigens wel een ingewikkelde bedoening: er wordt nogal wat gerommeld met de tijd en ook het begrip coupe de théâtre (verrassende ommekeer) is Singer niet vreemd. Het cliché heet dan dat het verhaal niet in enkele regels samen te vatten is. We beperken ons dan ook noodgedwongen tot enkele min of meer losstaande feiten.
Het begin en einde van de film spelen zich 's nachts af op een boot. Middenin wordt het verhaal vertelt van vijf 'usual suspects' (gebruikelijke verdachten), die gearresteerd worden op beschuldiging van een overval, die ze blijkbaar niet gepleegd hebben. Niemand wordt dan ook schuldig bevonden, maar het vijftal maakt van deze gelegenheid gebruikt om een nieuwe (dit keer echte) overval te organizeren.
Eén van de vijf heren, de meest zwijgzame, is licht gehandicapt (hij heeft een slepende linkerarm en been) en luistert naar de naam Roger 'Verbal' Kint (pakkende rol van Kevin Spacey). Hij zou het brein zijn achter de geplande overval, waarbij het de bedoeling is corruptie bij de Newyorkse politie aan te tonen. Ze slagen in hun opzet. Een andere figuur is Dean Keaton (Gabriel Byrne), een ex-politie-agent die officieel dood is, maar ondertussen wel lucratief aan de andere kant van de wet leeft. En dan heb je nog de andere drie verdachten: McManus, Fenster en Todd Hockney.
Na hun klus in New York, ontmoeten we het vijftal in Los Angeles, waar een nieuwe opdracht op hen wacht. Dit keer loopt het fout af. De in het honderd gelopen opdracht brengt hen wel in contact met een zekere Kobayashi (rol van Pete Postlethwaite), die zegt te werken voor Keyser Soze, het hoofd achter een organisatie die even vernuftig als onbekend blijkt te zijn.
Langzaam maar zeker wordt de focus van de film gericht op de figuur van Verbal Kint, die in ruil voor immuniteit zijn relaas wil doen aan de politie. De kronkelige wegen van zijn verhaal brengen nieuwe feiten aan en voor de toeschouwer (die dan waarschijnlijk de draad al kwijt is), is het zaak om bij te benen. Al het voorgaande lijkt plotseling logischer dan het was, maar één vraag blijft onbeantwoord: wie is Keyser Soze? Bestaat hij echt of is hij het resultaat van een jarenlange mythevorming?
Het antwoord op die vraag laten we hier natuurlijk in het midden. Wat we wel verklappen is dat het antwoord van die vraag ontrold wordt in een magistrale scène, waarin Bryan Singer toont dat hij wel degelijk een verhaal kan vertellen. Hij doet dat sober en doeltreffend en weet het maximum uit het scenario en de acteurs te halen.
Toch moeten ons ook enkele minpunten van het hart: het eerste halfuur is te traag en soms zijn de scenariowendingen zo ingewikkeld dat het echt niet leuk meer is. Maar dat kan natuurlijk ook aan ons liggen.