ANTONIA

Leven in een handjevol stof

Arm Vlaanderen. Nog steeds geld en talent pompen in wangedrochten als Max, Brylcream Boulevard of andere She Good Fighters. En dat terwijl wij alles hebben om de mooiste films te maken. Het is ironisch dat een Nederlandse dat moet komen bewijzen. Marleen Gorris deed het: Vlaams geld, Vlaamse acteurs, Vlaamse locaties. Maar wel mooi een Nederlandse filmparel, een oscar waard.

Geen Vlaming die er ooit zou opgekomen zijn een prent te maken met Ingmar Bergmanesque allures. Een familiesage die zich ontspint binnen het circulaire van de tijd, een prent die goochelt met Nietszche en Kierkegaard, die het leven samenbrengt in een handjevol stof. Tijdens de eerste beelden zien we een 88-jarige vrouw uit haar bed kruipen. Ze kijkt in de spiegel en zegt dat het tijd is om te sterven. Een off-screen stem neemt ons zomaar mee, vijftig jaar terug de tijd in. We zien de vrouw opnieuw, ze heet Antonia (Willeke Van Ammelrooy) en komt samen met haar dochter Danielle (Els Dottermans) in een Nederlands boerengehucht aan, om haar oude, seniele moeder te begraven.

Antonia besluit er te blijven en op die manier maken we kennis met de bewoners van het dorp. Er is Olga, de Russische die het café openhoudt; Boer Daan, een hardlabeur mens zonder gevoel; de dolle Madonna, die bij volle maan huilt omdat ze als katholieke geen relatie kan aangaan met haar protestantse buur; de priester, wiens sermoenen elke week door de kerk donderen. Met deze figuren op de achtergrond bouwt Antonia haar leven op. Twee mensen gaan een heel belangrijke rol spelen. De doodgoede en stille boer Bas (Jan Decleir), die na twintig jaar nog steeds De Nieuwkomer wordt genoemd, en Kromme Vinger (Mil Seghers), een jeugdvriend van Antonia die zich na de wereldoorlog opgesloten heeft in zijn klein huis vol boeken.

Ieder figuur heeft zijn eigen verhaal, zijn geheimen, zijn tragedies. Want ook daar wordt het dorp niet van gespaard. Pitte, de zoon van boer Daan, verkracht zijn achterlijke zus DeeDee. Danielle krijgt ook een kind, de hoogbegaafde Therese, die in de nihilist Kromme Vinger een ideale leermeester vindt. Therese baart haar nageslacht: Sarah, de achterkleindochter van Antonia dus, waarvan we op het einde ontdekken dat zij eigenlijk het verhaal vertelt. Geluk en verdriet liggen zo dicht bij elkaar. Het is verbazingwekkend hoe Gorris al deze gebeurtenissen toch met elkaar weet te verbinden.

Het allesoverheersende concept van de tijd speelt daarbij een belangrijke rol. De seizoenen walsen de geslagen wonden plat, alles gaat voorbij, maar niets komt ooit tot een einde, zoals Antonia zelf op haar sterfbed vertelt. Er gaat een schitterend impressionisme schuil in deze prent: sfeer en stemming zijn zo belangrijk; de dialogen zijn kort maar dringen door tot het bot. Traag blijkt plotseling mooi en intens. En voor de cast moet deze film een geschenk uit de hemel zijn geweest. Ze dragen de film, de aanwezigheid van Jan Decleir bijvoorbeeld tilt de film op een hoger niveau. Maar álles klopt: van het scenario, de fotografie (Willy Stassen), de make-up tot de locaties. Alles gaat voorbij, maar niets komt tot een eind. Ook Antonia zal altijd blijven hangen. Als een hemelse film.