A GOOFY MOVIE

Goofy on the Big Screen

De firma Walt Disney is een gigant in onze media- en amusementwereld. Deze droomfabriek is er via een constante machtsuitbreiding in geslaagd om zich op alle gebieden manifesteren.

Naast de grote productieinfrastructuur beschikt ze ook over een enorm distributiesysteem voor haar afgewerkte producten. Laatst kwam daar nog een televisie-zender bij. Niet te versmaden zijn de talrijke pretparken en de afgeleide merchandisingsindustrie. Dit alles heeft het zakelijke voordeel dat de leiding van Disney naar believen kan kiezen welke projecten er het daglicht zien - zoals bijvoorbeeld A Goofy Movie.

De figuur Goofy ontstond reeds in 1932 in het creatieve brein van Walt Disney, die hierin een goudmijn zag voor een nieuwe stroom van korte tekenfilms. Gedurende een periode van meer dan twintig jaar beleefde deze steeds goedgehumeurde, onhandige hond vele avonturen tot groot plezier van de toenmalige cinemabezoekers. Daar kwam een eind aan in de jaren vijftig toen de studio de productie stopte van deze short-movies omdat realisatiekosten te hoog opliepen. Zo belandde Goofy in de archiefkast.

Zestig jaar later was hij in meer dan zeventig afleveringen in volle glorie te zien op televisie. Verrassend toch dat de nieuwe generatie, hoofdzakelijk een tv-kijkend publiek, gek was op deze gekke hond. Nu maakt deze legendarische blaffer zijn welverdiende bioscoopdebuut met een simpel maar wel doeltreffend verhaal.

Max, de tienerzoon van Goofy, heeft grote problemen veroorzaakt op school. Hij trachtte op zijn kersverse vriendinnetje indruk te maken met zijn one-man danspectakel, gebaseerd op de optredens van zijn rockidool, Powerline (een kruising van een Spa-fles en Michael Jackson). Zijn overbezorgde vader denkt alle opvoedkundige problemen te kunnen oplossen met een gezamelijke vakantie. Maar al snel wordt duidelijk dat Max andere plannen heeft.

In tegenstelling tot het knap getekende Lion King en de technische vernieuwende animatie van Toy Story is zowel de verhaalstructuur als de tekenstijl zeer sober gehouden. De productie is dan ook niet in Amerika gebeurd maar in het Hollywood hatende land bij uitstek: Frankrijk.

De Franse animatiestudio werd door deze Disney nabij Parijs gesticht in 1989. Onder leiding van Kevin Lima maakten ze hun eerste volwaardige animatiefilm. Kevin had reeds ervaring met de meer Amerikaanse filmprojecten als The Little Mermaid, Aladdin en The Lion King.

De tekeningen zijn eenvoudiger gemaakt en de achtergronden waarop zicht alles afspeelt, zijn veel rustiger. Dit geeft de indruk dat het hier eigenlijk meer gaat om een veredelde televisietekenfilm. Uitermate positief is wel dat het team zich terug naar de leefwereld van de kinderen verplaatst heeft. Vooral de dolkomische confrontaties in avonturenstijl tussen vader en zoon zullen zeker in de smaak vallen bij het jongere filmpubliek. Want de Lion King was, omwille van de inhoudelijke complexiteit eigenlijk meer bestemd voor volwassenen.

De muziek was bij vroegere Disneytekenfilms altijd het neusje van de zalm. Dat is niet zo bij deze film. Nergens vinden we muzikale magie zoals in The Lion King met Elton Johns muzikale balades. Nochtans werkten enkele goede songschrijvers mee aan dit Europese animatie-project. Het vocale gedeelte is gelukkig beter geslaagd. De stem van Goofy komt van Bill Farmer, die reeds meerdere jaren actief was in deze branche (Beauty and the Beast, The Flintstones). De verbale vlugge Max werd tot leven gebracht door Jason Marsden (Tales from the Crypt).