SHOWGIRLS

Dansen op een vulkaan

Het is niet moeilijk om een film als Showgirls met goedkope eufemistische woordspelingen te omschrijven. Zo zou je kunnen orakelen dat de film weinig om het lijf heeft of dat Paul Verhoeven hier open en bloot door de mand valt. Veel maakt het echter niet uit: Showgirls is en blijft gewoon slecht.

Nochtans twijfelt er geen kat aan het talent en de werkkracht van Paul Verhoeven. Hoewel hij er zelf erg bescheiden bij gebleven is, maakte hij met Robocop (1987), Total Recall (1990) en vooral Basic Instinct (1992) drie opeenvolgende films van ongezien formaat. Daarna ging het echter mis. Z'n prestigieus Crusade-project met Arnold Schwarzenegger werd wegens te duur afgeblazen en toen maakte hij wellicht de vergissing van zijn leven: samen met Hollywoods duurste en meest befaamde scriptschrijver Joe Esterhas (Jagged Edge, Jade) beet hij zich vast in het Las Vegas-vehicel Showgirls.

Verhoeven en Esterhas hadden al eerder de handen in elkaar geslagen met het knappe Basic Instinct. Beide heren hebben dan ook één ding gemeen: ze willen grenzen verleggen. Voor de stomende Stone-prent resulteerde dat in een oeverloos geknip en gehermonteer; voor Showgirls in een NC-17 rating, wat zich commercieel gezien vertaalde in een financieel flopje: in Amerika krijgt men van 'full nudity' immers nog altijd rode oortjes. Op dat gebied moet men zich echter geen zorgen maken. In Europa zal Showgirls ongetwijfeld rollen als een hogesnelheidstrein. Een cultureel hiaat, heet zoiets.

Blijft natuurlijk wel dat Showgirls een artistiek fiasco is. Het script staat bol van interne absurditeiten, is flauw en bevat dialogen met een IQ onder nul. Kortom: je zou het zelfs niet willen gebruiken om na een wc-beurt één en ander schoon te vegen. Verhoevens regie is, hoe pijnlijk ook, even mak als een overbejaard lam. Waar is bijvoorbeeld die zweethanderige sensibiliteit uit Basic Instict gebleven? Een koele en kille sfeer hebben de plaats ingenomen. Geraffineerde erotiek is oeverloze banaliteit geworden.

Niets evenaart echter de bespottelijke acteerprestatie van Elizabeth Berkley. Zij speelt Nomi Malone, die al liftend aankomt in Las Vegas. Ze maakt er kennis met Molly (Gina Ravera) en gaat als danseuse aan de slag in de beruchte Cheetah Club. Na een lap-dance met Zack Carey, grote meneer van de Stardust, krijgt ze een rol aangeboden in een groteske show. Ze ontmoet ook Cristal Connors (Gina Gershon), de leading lady van de show en een biseksuele drugssnuifende schoonheid. Ondertussen schrijft ene Jim een nummer voor haar en geraakt haar vriendin in serieuze problemen. Nomi's ster rijst echter pijlsnel en als ze haar kans ziet om Cristals rol over te nemen aarzelt ze geen moment. Zijdelings vernemen we nog wat over ijsblokjes, wat aapjes zoal doen op het podium en waggelt er zoveel bloot over het doek, dat je blij bent eens iemand met kleren aan te zien. Het nut van deze film ontgaat ons dan ook volkomen. Hij is niet spannend, heeft geen verhaal, is banaal en zelfs alles behalve erotisch. Wat wel? Enkele min of meer leuke dansscènes. Maar het is dansen op een sluimerende vulkaan.