Fair Game moest de springplank worden voor de 'acteer'carrière van mevrouw Cindy Crawford. Een stijlvolle actiethriller met wat onploffingen links, wat achtervolgingen rechts en in het midden de obligate liefdesscène. En uiteraard allerlei soorten -gonisten: een protaganist in de gedaante van een heldhaftige flik, een tritagonist in casu een weerloos meisje dat wordt opgejaagd door een stel schurken van formaat, de antagonisten. Er bestond geen twijfel over, met Fair Game hadden ze een geheide hit op zak.
Niet dus. Net wanneer iedereen dacht dat de Amerikaanse pulp-cinema zijn dieptepunt had bereikt, slaagt Fair Game er nog maar eens in de grenzen te verleggen wat betreft infantiliteit van script en vertolkingen. Cindy Crawfords tekortkomingen zien we nog enigszins door de vingers. Ze kan niet acteren, goed. En ja, ze kijkt inderdaad alsof ze voor een Whiskasreclame werd ingehuurd. Nu weet ze tenminste dat film niet meteen haar ding is. Maar ze werd toch wel een klein beetje onheus behandeld wanneer de beruchte actie-producer Joel Silver besliste Cindy's stem te dubben wegens niet zwoel genoeg. Haar borsten waren blijkbaar wél zwoel genoeg om in de film te laten.
Het scenario is echter onvergeeflijk. Dialogen zijn beschamend. De lachwekkende seks-scène komt op het ongelukkigste moment van de film. Elk excuus wordt gebruikt om Cindy de kleren van het lijf te rukken en het arme mens onder de zoveelste slecht getimede douche te duwen. Het verhaaltje is snel verteld. Burgerlijke advocate Kate McQuean krijgt een stel KGB'ers achter zich, wanneer ze toevallig hun dekmantel ontdekt in het oude schip Tortoga. Hiermee willen ze onderzeese telefoonlijnen kraken en aldus een aantal banken een paar honderden miljoenen armer te maken. Daarom moet zij dood, en ze krijgt een team van goed uitgeruste doders achter zich. Flik Max neemt haar in bescherming.
De rol van Max neemt William Baldwin voor zijn rekening. Baldwin weet nog enigszins zijn vel te redden in het wanscript, zij het nauwelijks. Andrew Sipes houdt de regisseursteugels strak in handen. Zijn stijl is verfrissend en af en toe toch wel erg knap om zien (met name de car chase is werkelijk subliem). Even vaak lopen zijn Sam Peckinpah/John Woo-wanna-be-truukjes echter lelijk mis.
Fair Game had een memorabele zij het niet bijster originele actiethriller kunnen worden. De bokkesprongen en de oeverloze domheid van het script helpen een film met potentieel echter om zeep. Cindy Crawford's supermodellenreputatie wordt pijnlijk misbruikt en met een Colgate-smile alleen kom je sowieso niet ver. Een verkeken kans.