Het is een filmisch document geworden dat moeilijk verteert. Clark zoomt met een vergrootglas in op een dag uit het leven van enkele straatkinderen, jonge tieners zonder interesse, opvoeding of moraal: kinderen met slechts één dierlijk instinct: seks. Zij maken Manhattan tot het Sodom van deze tijd. In hun kringen is het zedenbederf en de ontucht zo groot, dat je na het bekijken van deze film denkt dat New York wel snel met zwavel en vuur zal verdelgd worden. Mythische fantasie of Bijbels pessimisme? Nee, keiharde werkelijkheid.
Clark brengt zijn verhaal ruw, direct en zonder schroom. De eerste beelden van de film zetten de toon: we krijgen te zien hoe Telly (Leo Fitzpatrick) een jong meisje ompraat en ontmaagdt. Hij belooft haar liefde en trouw, maar vijf minuten later zwerft Telly al weer op de straat met zijn skate-vriend Casper (Justin Pierce). Zonder enige scrupule of terughoudendheid schept hij op over zijn laatste verovering. Meisjes ontmaagden is volgens hem het mooiste wat er bestaat. Het duo zet hun tocht verder. Ze dolen doelloos door de straten, urineren tegen huizen, blowen, vechten, zuipen en stelen: ze leven in hun eigen wereld, een wereld zonder volwassenen. Als beesten. In Washington Square Park geraken ze in een gevecht verwikkeld. Ze laten een neger voor halfdood achter. Zomaar.
Parallel met hun esbattementen, loopt het verhaal van twee meisjes: Ruby (Rosario Dawson) en Jennie (Chloe Sevigny). Ze ondergaan een aids-test. De oudere Ruby ontsnapt de dans; Jennie niet: ze is besmet, hoewel ze maar met één iemand het bed deelde. Op dit punt verstrengelen de verhalen zich tot een eenheid. Die iemand is immers Telly, inmiddels al bezig aan een nieuwe verovering: hij wil de bloem van de mooie Darcy (Yakira Peguero). Je vraagt je overigens af wat die meisjes toch zien in Telly: hij heeft een dom gezicht, een afgrijselijke stem en geen grijntje respect of opvoeding.
Je zou denken dat Clark een zwartkijker is: staat de wereld dan werkelijk te wankelen op zijn kreupele benen? Is de jeugd verdoemd? Zonder prekerig te doen zit er in de film een antwoord: het verhaal van de taxichauffeur bevat een boodschap van hoop; het laatste beeld van de film slaat in als een bom - een boodschap die op het netvlies gebrand wordt. Clark verpakt zijn visie op de New Yorkse kids in een stijl die bij de inhoud past: ruw, bruusk, hardhandig. Als een fotograaf tast hij de horizon af naar het juiste beeld. Hij probeert in één shot uit te drukken wat hij bedoelt. De montage is snel en oogt slordig. Ook door de vorm vertelt hij een verhaal. Overigens is de amper 19-jarige scenariste Harmony Korine al bezig aan het tweede deel van dit drieluik: Parents. Wordt dat het nieuwe Gomorra of wat anders?