Langzaam lezen en nooit meer vergeten, die titel: Seven. De tweede film van David Fincher, beeldkunstenaar en filmpoëet. Zijn debuutprent Alien 3 verraadde al flarden van zijn talent en in Seven vijlt hij alle scherpe puntjes op een geraffineerde en stijlvolle manier bij. Dat resulteert in cinema van een hogere orde. Seven is niet alleen ongemeen spannend en origineel, maar schrijft zichzelf in in een intrigerend discours van godsdienst en literatuur. Scenarioschrijver Andrew Kevin Walker goochelt op een hoogst intelligente manier met Dante, Milton en Chaucer. Inferno's en helletochten in het fin-du-siècle van de 20e eeuw.
We volgen politie-inspecteur Somerset in de laatste dagen van zijn loopbaan. Hij is ontgoocheld in het leven, mort maar wat rond en is ervan overtuigd dat het allemaal geen zin meer heeft. Zijn opvolger is Mills, een jonge energieke hond, voor wie het allemaal nog moet beginnen: pas getrouwd met de mooie Tracy en een carrière vol beloften voor zich. De twee onderzoeken een gruwelijke moord. Een man werd, onder bedreiging van een pistool, gedwongen zichzelf dood te eten. Daarna stapelen de wrede moorden zich op: zo vinden ze een man die een jaar lang op bed werd vastgebonden en een mooie vrouw die verminkt werd. Somerset ontdekt dat de moorden met elkaar in verband staan: de slachtoffers blijken telkens te beantwoorden aan één van de zeven doodzonden, te beginnen met gulzigheid, luiheid, hoogmoed en lust. Hij duikt de bibliotheek in en daalt af in Dantes trechtervormige hel: contrapasso en chaos, eeuwige duisternis en hopeloze situaties. Filmmaken op universitair niveau is dit - dantesk en fantask.
Meer over de plot verraden we niet, Seven is vooral een film die je moet ondergaan. Zelden zagen we zo'n precies uitgekiend scenario: je weet dat de moordenaar de zeven doofdzonden zal wreken, je weet dat er een volgend slachtoffer zal vallen en toch word je op het verkeerde been gezet. Alleen het einde is nodeloos voorspelbaar: wie al eens grasduinde in Boccaccio's Il Decamerone weet wat hem te wachten staat. Maar geen haan die daar naar kraait.
Naast het scenario, blinkt Seven vooral uit door zijn gepolijste stijl. Fincher speelt met licht en donker. De duistere kamers worden dikwijls alleen maar verlicht door de lichtbundels van de zaklantaarns. Lange schaduwen strekken zich langzaam over het witte doek uit. Interieurs zijn somber en buiten regent het heel de tijd: er hangt een bedompte, druilerige en benauwde sfeer rond Seven. Stijlvol en met gevoel.
En welke superlatieven moeten we uit onze mouw schudden voor de acteurs? De rol van Mills is een verbazend feilloze Brad Pitt op het lijf geschreven. Het zelfde geldt voor Gwyneth Paltrow, die zijn vrouw speelt. Nóg meer bewondering voor Morgan Freeman als de sombere Somerset: er zit lyriek in zijn rol. Zijn uitstraling alleen al tilt deze film op een hoger niveau. Uniek.