Na Waterworld heeft Costner het voor de meeste bioscoopbezoekers en de critici wel bekorven. Het is dan ook leuk om nog eens te zien dat hij wel degelijk omwille van zijn acteertalent zo hoog op de Hollywoodladder is geraakt. Wel, zijn uiterlijk zal er ook wel voor iets tussen zitten, maar niemand is perfect.
The War is een film die eigenlijk vóór het grote debâcle werd gefilmd, en die het in de USA helemaal niet goed deed. Onterecht trouwens, want deze kleine film van Jon Avnet (Fried Green Tomatoes) kon ons best bekoren. Niet alleen het verhaal en de regie vonden we geslaagd, maar we zaten ook met bewondering te kijken naar de uitstekende jonge cast. Vooral Elijah Wood kan deze film met trots in zijn resumé pennen.
Stephen Simmons (Costner) is van de Vietnamoorlog teruggekeerd, maar wegens een enorm schuldgevoel dat hij met zich meedraagt is hij onder behandeling geweest en heeft het nu moeilijk om aan werk te geraken. Zijn kinderen Stu (Wood) en Lidia houden zich tijdens de zomervakantie bezig met het bouwen van een boomhut. Ze krijgen het aan de stok met de Lipnicki kinderen, en het lijkt erop dat ze op een zinloze oorlog afstevenen, net zoals hun vader die in Vietnam had meegemaakt, en van die zinloosheid worden ze zich maar langzaam bewust.
Om zijn familie een nieuw huis te bezorgen heeft Stephen er alles voor over om werk te vinden. Door aan zijn kinderen te tonen dat 'als je iets echt wilt bereiken je dat ook kan' wil hij hen hoop op een betere toekomst geven. En dit terwijl zijn jeugdige kroost zelf op zoek is naar hun weg in deze moeilijke wereld.
In tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden gaat het hier dus niet om een oorlogsfilm, alhoewel de oorlog om meerdere niveau's een belangrijke rol speelt. Ofschoon de boodschap redelijk duidelijk is (vechten lost niets op) is het ook geen prekerige film. Daarvoor heeft het script een te grote diepgang, en zijn de karakters te natuurlijk. Geen pathetische beelden dus, maar eerlijke emoties die hierdoor enkel maar aan kracht inwinnen.
En hoewel het einde redelijk voorspelbaar is leidt het niet tot een melig (lees Hollywood) einde, zodat het geheel toch wat blijft hangen na het verlaten van de zaal.
Ook de klankband (symphonische muziek van Thomas Newman, doorweven met tijdsgebonden - 1970 - songs) en de eenvoudige maar mooie fotografie mochten er best wezen. Laat ons hopen dat Wood zich, in tegenstelling met veel kinderacteurs, langzaam weet te ontplooien in dergelijke karakterrollen. Dan zullen we nog leuke dingen te zien krijgen.