BLUE IN THE FACE

Short Cuts in Brooklyn

Auggies (Harvey Keitel) gezellige sigarenwinkel draait op volle toeren. De doodgewone en tegelijk absurde aaneenschakeling van alledaagse gebeurtenissen die zich in en om zijn zaak afspelen, vormt het onderwerp van dit film-document dat een ode is aan de grootste wijk van New York City: Brooklyn.

Net zoals in zijn voorganger Smoke - eveneens een kind van regisseur Wayne Wang en gebaseerd op een scenario van Paul Auster - wordt de toeschouwer hier deel gemaakt aan het reilen en zeilen van het leven van Auggies dagelijkse klanten. Het zachtmoedige karakter van de man maakt dat ook vele buurbewoners hem beschouwen als klaagmuur voor allerhande persoonlijke problemen. Keitel acteert eigenlijk niet, hij is er gewoon. De pannen worden van het dak gefilosofeerd, zij het steeds met de nodige dosis humor en sarcasme. Eigenaardig genoeg wordt in deze film meer dan in Smoke gepalaverd (zeg maar doorgeboomd) over roken. De laatste-sigaret-litanie van Jim Jarmush brengt ongetwijfeld vele potentiële stoppers op andere gedachten.

Daar waar het vorige verhaal de fotografische aspiraties van Auggie belichtte, staat in Blue in the Face Brooklyn zelf centraal. De kleurrijke passanten die ons de plaatselijke weetjes en wijsheden meedelen zijn vooral door een feit enorm getroffen: dat de Dodgers - het lokale baseballteam - ooit Brooklyn verlaten hebben voor het zonnige Californie en dat het stadion plaats moest ruimen voor een vastgoedproject. Dit trauma loopt als een rode draad doorheen de film. De verhaallijn is trouwens heel wat meer fragmentarisch van aard dan in de voorganger. Misschien houdt dat ook wel verband met de snelheid waarmee deze prent werd ingeblikt. Welgeteld een week heeft regisseur Wang er voor uitgetrokken.

Enkele bekende acteurs geven op een verdoken manier ziel aan een personage uit de film. Zo zien we onder meer Michael J. Fox als enqueteur, Madonna in de rol van schaars geklede (hoe kan het ook anders) zingende postbode en last but not least Lou Reed die als flauwe plezante de show steelt als toekomstig ontwerper van brilmonturen. Het herkennen van deze B.A. s (sic. bekende Amerikanen) tussen de cast is, net zoals in The Player en in Pret-a-Porter, al een plezier op zich.

Dat deze film gerealiseerd werd met het budget-surplus van Smoke valt niet op, hoewel booswichten juist het tegendeel zullen beweren. Twee amusante filmen voor de prijs van een, daar kunnen sommigen in Hollywood nog een puntje aan zuigen (we zullen geen namen noemen). Pas op, het gaat hier om de kostprijs van de film uiteraard, hoewel de echte durver met zijn Smoke ticket de dame aan het loket zal trachten te vermurwen. Wedden voor een Havanna?