En bovendien is A Couch in New York niet zomaar een film, maar eigenlijk een klein romantisch meesterwerkje van Chantal Akerman - onze Brusselse trots. Akerman, die in het verleden al La Paresse en Nuit et Jour maakte, heeft er met deze prent meteen ook haar eerste big-budget avontuurtje opzitten.
In A Couch in New York draait alles om Henry (William Hurt) en Béatrice (Juliette Binoche). Henry is een psychiater in New York die er dringend een tijdje uit moet. Hij plaatst een advertentie in de Herald Tribune om zijn appartement drie maanden te ruilen. Béatrice, een meid die in Parijs woont, gaat in op de advertentie. Henry is kalm en rustig; Béatrice is wild en temperamentvol.
In Parijs kan Henry het maar niet gewoon worden - hij wordt voortdurend lastig gevallen door de minnaars van Béatrice - en hij besluit dan maar vroeger terug te keren naar New York. Daar komt hij er achter dat Béatrice, zonder dat ze het zelf goed beseft, zijn praktijk heeft overgenomen. Henry weet niet waar zijn hoofd staat, maar wil er het fijne van weten en laat zichzelf doorgaan als patiënt. (Wie zou er eigenlijk niet graag bij Juliette Binoche op de bank komen liggen?) En dan gebeurt natuurlijk het onvermijdelijke: hij wordt verliefd op haar, zij wordt verliefd op hem, maar zij weet niet wie hij is, en hij weet niet hoe hij het haar moet vertellen. Bent u nog mee?
Wat makkelijk een platvloerse komedie met hectische toestanden, hysterische mensen, en een immens gevoel van déjà-vu had kunnen worden, valt uiteindelijk best nog mee. Het verhaaltje wordt simpel verteld en komt - geloof het nu gewoon maar - geloofwaardig over. Hetzelfde geldt ook voor de personages: van de excentrieke vriendin van Béatrice tot de zelfingenomen verloofde van Henry.
A Couch in New York is een heel grappige film met bijzonder leuke momenten en een magische chemie tussen het personage van Hurt en dat van Binoche. Dat het verhaal misschien niet al te veel om het lijf heeft, zie je graag door de vingers.
Met deze romantische komedie heeft Chantal Akerman meteen ook bewezen makkelijk grote klussen aan te kunnen, en net als Marion Hänsel (Between the Devil and the Deep Blue Sea) en Dominique Deruddere (Suite 16) onze filmindustrie in een goed daglicht te stellen. (Zonder natuurlijk Stijn Coninx, Jan Bucquoy en Frank van Passel te vergeten)
De film ging in wereldpremière op het Internationaal Filmfestival van Brussel, en werd daar unaniem positief onthaald. En zeker in deze (Valentijn-)periode mag je dit charmant filmpje niet missen.