DE OOGGETUIGE

Steriele getuigenis

Hoe komt het toch dat een origineel en boeiend gegeven de overgang van boek naar scherm niet overleeft? Is het de scenarioschrijver die het beter weet dan de auteur, en de regisseur die het natuurlijk beter weet dan de scenarioschrijver? Bij De Ooggetuige een zwaar probleem, want in dit geval is Emile Degelin zowel auteur, scenarioschrijver als regisseur.

Deze Belgische film die op het jongste Internationaal Filmfestival van Vlaanderen (lees: het Filmfestival van Gent) in wereldpremière ging had inderdaad best boeiend kunnen zijn. Het boek van Emile Degelin was immers redelijk uniek en was op medische rapporten en dagboeken van patiënten gebaseerd.

We volgen Paul Anderson die bij zijn vader, een weduwnaar, woont. Paul is al twintig jaar blind, en laat zich overhalen om een Strampelli-operatie te ondergaan. De operatie slaagt, maar omdat Paul slechts gedurende een heel korte periode in zijn vroege kinderjaren heeft kunnen zien, zijn zijn hersenen aan dergelijke visuele stimuli niet aangepast.

Hij krijgt dingen te zien die hij wel met zijn handen, maar niet met zijn ogen kan onderscheiden en herkennen. Om hem over deze traumatische gebeurtenis heen te helpen wordt de Italiaanse pedagoge Margot Pascoli ter hulp geroepen. Met haar trainingsmethode wil ze Paul motiveren om te willen leren zien. Maar haar aanwezigheid stimuleert niet alleen zijn visuele organen...

De Ooggetuige is op zijn minst origineel. Althans op het punt van de oogoperatie. Toegegeven, in Blink had Madeleine Stowe ook visuele problemen, maar hier is het concept gewoon veel interessanter. Aan de lijst van wetenschappelijke advisoren te zien zal wat er op het scherm wordt getoond wel te verantwoorden zijn. En het moet gezegd worden dat dat wel boeiend is. Een cirkel niet van een vierkant kunnen onderscheiden, lijkt voor ons misschien absurd, maar Paul komt continu voor dergelijke problemen te staan.

Het gegeven kan zo uit een wetenschappelijke documentaire komen, maar dat is nu misschien ook juist het probleem. Door zowel Paul als zijn vader op de pedagoge verliefd te laten worden heeft men geprobeerd om het verhaal wat breder uit te smeren en de karakters wat diepgang te geven.

Jammer genoeg heeft de kijker nooit de indruk de operatiekamer te hebben verlaten. Alles is zo clean dat elke neiging om met de personages te sympatiseren onmiddellijk wordt gesteriliseerd. Zelfs de fotografie is ijswekkend koel.

De drie hoofdacteurs (Pieter Embrechts als Paul, Roger van Hool als zijn vader, en Annick Christiaens als de pedagoge) doen hun best om het geheel nog te redden maar het mag niet baten. Emile Degelin heeft een interessante film gemaakt die ons echter niet kon boeien. Iets meer warmte had de film zeker geen kwaad gedaan.

Jammer dat het weer eens met een Belgische film moet gebeuren.