SHE GOOD FIGHTER

Slag onder de gordel

Het lijkt wel of de Vlaamse film het spoor de laatste tijd een beetje bijster is geraakt. Op eenlingen als Manneken Pis na zijn de films ofwel artistiek abracadabra ofwel vulgair platvloers. She Good Fighter van Marc Punt valt in deze laatste categorie.

Marc Punts regiedebuut gaat dan ook op ongeveer alle punten de mist in. Dit gedrocht mist een stevig karkas, is futloos, slordig en leeg. Natuurlijk werd deze film grootscheeps gepromoot en natuurlijk zullen er altijd wel cinefiele flaminganten zijn die deze film oscarallures zullen toemeten. Het is echter van een scheet een donderslag maken. Spijtig dat je steeds maar weer het gevoel krijgt dat er meer zat in deze film. Marc Punt kent immers de klappen van de zweep: hij schreef en produceerde Ad Fundum en is de wederhelft van verdeler Independent. Iemand die weet waar de klepel hangt, zou je denken.

Niet dus. Het eerste punt op de ellenlange lijst van filmische gebreken is het uiterst flauwe scenario. Zoals de affiches wat flauwtjes orakelen, gaat deze prent over vrouwen, sterke vrouwen. Meer bepaald over Sandra Van Rompaey, die na tien maanden gevangenis vrijkomt en opnieuw haar plaats in het leven zoekt. Ze wordt daarbij geholpen door Sabine Bracke, haar vriendin, Dennis Davids, een jonge advocaat en Rick, haar kickbokstrainer. Het noodlot slaat echter toe. In een schermutseling verwondt ze haar broer, later wordt ze van kunstroof beschuldigd. Bang om opnieuw in de gevangenis te belanden, neemt Sandra het heft in eigen handen.

Een unieke vondst is dit op ware feiten gebaseerde script niet, maar het had best een spannende film kunnen opleveren: beetje rebels en aggresief, stevige actervolgingen, onverwachte intriges. Voorgekauwd en op maat, maar tenminste genietbaar. Maar zelfs daar slaagt She Good Fighter niet in. Onaanvaardbare figuren als de twee politiemannen en vooral de schromelijk slechte acteerprestatie van Sophie Winters (Sabine) kelderen deze film. Toegegeven, de Look of the Year oogt uitstekend voor haar rol, maar ze zou beter moeten weten: een rol acteer je niet, een rol moet je zijn. Haar grootste fout is dat ze zich aan de camera opdringt, ze vrijt met de lens, daagt overdreven veel uit, in plaats van te communiceren. Het gevolg is dat ze totaal niet overkomt. Afstandelijk en koel, een foto zonder herinnering.

Dagmar Liekens (Sandra) brengt het er beter vanaf. Er zit meer soberheid in haar rol, ze komt natuurlijker over, herkenbaarder en kwetsbaarder vooral. Dat zij een veelzijdig dametje is, bewees ze ook met haar stem: ze zong zelf Only A Woman's Heart in. Een ultra-korte cameo van Burt Kwouk (bekend als Clouseau-assistent) en bijrollen van onder meer Stany Crets, Herbert Flach en Frank Aendenboom slagen er niet in wat leven in de brouwerij te brengen: deze film is duidelijk nog teveel van papier, de personages komen niet los van het witte doek. Voor Gaston Berghmans (Rick) hebben we oneindig veel respect en hij verdient ongetwijfeld beter. Maar zelfs zijn talent en ervaring kunnen deze film niet redden. Punt andere lijn.