Een gangster-epos van drie uur met Robert De Niro in topvorm, en verder met Joe Pesci en Sharon Stone in de bijrollen, alles nauwkeurig in beeld gebracht door Martin Scorsese: oscars ahoy, zou je denken. Vreemd genoeg werd alleen Stone's prestatie memorabel genoeg bevonden voor een kans op onsterfelijkheid. Zowat de enige die wat ons betreft uit de boot valt.
Casino's scenario werd geschreven door Nicholas Pileggi, een ouwe rot met reeds Goodfellas achter de kiezen, en wiens script City Hall binnenkort ook in de zalen is. Het scenario is gebaseerd op de waargebeurde levenswandel van de Italo-Amerikaan Sam 'Ace' Rothstein, een kleine boef die in Las Vegas een casino mag gaan runnen. Dat doet hij met overweldigend succes; onder zijn wakend oog beleeft het casino gouden tijden.
De val van Rothstein is in zicht wanneer enerzijds zijn goede vriend Nicky Santoro naar Vegas trekt en de stad op zijn heel wat minder ethische manier aan zijn voeten krijgt; en anderzijds wanneer Rothstein hals over kop verliefd op Ginger McKenna, een glamourgirl die uitgesproken niét van hem houdt. Hij geeft haar desondanks de sleutel van zijn hart én zijn kluis; beslissingen die hij zich nog zal beklagen.
Casino maakt ongewoon veel gebruik van off-screen vertellingen door vooral De Niro en Pesci. Dit werkt in het begin verwarrend, maar uiteindelijk doet deze manier vertellen prima haar werk. De tegenstrijdige manier waarop Nicky en Sam de wereld zien, wordt dankzij deze techniek kristalhelder. Nu eens vertelt Sam dat hij zich steeds meer ergert aan het krapuleuze gedrag van Nicky, dan weer klaagt Pesci off-screen over de zeurpiet die Sam is geworden. Op meer dan één manier doet Casino terugdenken aan die andere gangsterfilm van Scorsese, met De Niro en Pesci naar het scenario van Pileggi; Goodfellas. Alleen Robert De Niro's rol in Casino is fundamenteel verschillend van deze in Goodfellas, de rest is min of meer een herkauwing van Goodfellas, verhuisd naar een opvallender achtergrond. De eeuwige knipperlichtjes van Las Vegas, waar eens te meer verderf koning is.
Dat maakt natuurlijk niet dat Casino het bekijken niet waard is. Van Scorsese's visueel genie krijg je nooit genoeg en Thelma Schoonmakers montage is pure cinematische kunst. Doe daarbij een zinderende Robert De Niro en zo een zo mogelijk even knappe Joe Pesci, en het resultaat is Cinema met een hoofdletter C.
Maar hoe je het ook draait of keert, Heat is een betere film. De interactie De Niro-Pacino werkt aanstekelijker, en een contemporain-duistere politiefilm is toegankelijker dan een biografische fabel over het Las Vegas van de jaren '70. Dat Heat drie uur duurt, merk je niet, je kunt het zelfs haast niet geloven. De drie uur die we doorbrengen in het casino duren des te langer. Een spijtige zaak, want dat scheelt een hele ster in de onze kwotering.