SUDDEN DEATH

Heldhaftige neigingen

Het doet ons altijd een beetje pijn in het hart wanneer een nieuwe Van Damme niet goed boert. Hij is, ondanks alles, totnogtoe de enige Belg die het in de Amerikaanse film ergens heeft gebracht.

Neem nu Sudden Death. Deze film is veruit de meest ambitieuze prent die meneer tot op heden op zijn curriculum heeft staan. Desondanks bleef het Amerikaanse publiek en masse thuis. Gelukkig kan Van Damme rekenen op een hondstrouw internationaal (hoofdzakelijk Romaans) fanbestand, waardoor elk van zijn films een veelvoud van hun kosten in het laadje brengen. Zo bracht Streetfighter wereldwijd zelfs meer dan honderd miljoen dollar op.

Zijn andere grote kaskraker Timecop werd geregisseerd door ouwe rot in het vak Peter Hyams, de man achter onder andere 2010 en Outland. Niet verwonderlijk dat dit geoliede team besloot de krachten opnieuw te bundelen voor Sudden Death. Een samenwerking die rijpe vruchten afwerpt: Sudden Death is veruit Van Dammes beste, meest spectaculaire en meest professionele product tot op heden.

Laten we maar niet doen alsof het gegeven van Sudden Death overloopt van originaliteit. De prent is niets meer of minder dan zo'n typisch Die Hard-afkooksel, een film waarin 'iets groots' wordt gekaapt door een psychopatische schurk die eigenlijk alleen maar geld wil. We hebben dit uitgesponnen ideetje al gezien in wolkenkrabbers, op luchthavens, treinen, schepen, bussen en noem maar op.

Centraal staat dit keer een ijshockeystadion, waar voor het gemak een belangrijke finale wordt gespeeld in het bijzijn van de vice-president. De clichématige psychopaat is de ex-veiligheidsagent Foss, die de hele arena met zijn 17.000 toeschouwers dreigt op te blazen. Er is natuurlijk maar één man die hem kan stoppen: de veelgeplaagde brandweerman Darren McCord, gescheiden en met een Verschrikkelijk Drama op het geweten. Wanneer zijn dochtertje Emily in de handen van de terroristen valt, barst het vuurwerk traditiegetrouw letterlijk en figuurlijk los.

Een klassiek verhaaltje of niet, Peter Hyams haalt het onderste uit de kan en maakt van een beperkte setting een boeiende actielokatie bol van vindingrijkheid. Sudden Death brengt het er op dat gebied eindeloos veel beter van af dan het heen en weer gehol van Steven Seagal in Under Siege 2. Hyams maakt eveneens handig van de kans gebruik Van Damme even op het speelveld te dumpen, waar hij eerlijk gezegd nogal magertjes presteert. Maar voor het overige zijn de actiescènes in Sudden Death vaak nagelbijtend intens en verbluffend gecoördineerd, getuige een inventieve knokpartij in een keuken en een adembenemende stunt- en valpartij binnen de koepel van het stadion. Muggezifters zullen vitten op de onwaarschijnlijke en overmatig bombaste finale. Je kunt er echter niet omheen dat dit een verdomd knap gemaakte actiefilm is, die onterecht door het Amerikaanse publiek werd genegeerd.