CRYING FREEMAN

Een moord en een traan

Zo zien we het graag: een ex-filmrecensent die de camera ter hand neemt om niet langer stuurlui-aan-wal te spelen. En hoewel zijn Crying Freeman zeker niet volledig geslaagd is mag Christophe Gans dit langspeelfilm-debuut zonder schaamte in zijn curriculum vitae opnemen.

Het verfilmen van strips mag dan nog in zijn, echt risicoloos is het niet. Denk maar aan Tank Girl, Judge Dredd of Barb Wire. Niet bepaald eersteklasse films, een feit dat zelfs het Amerikaanse publiek doorhad. En zelfs de meest recente stripverfilming The Phantom is op dit ogenblik in de Amerikaanse box office aan het verdrinken tussen de grote geldrapers. Je moet dan natuurlijk een Fransman zijn om tegendraads de ijzeren wetten van de bioscoop-kassa te trotseren. Met een Japanse manga-strip dan nog wel.

Yo is een beloftevolle Chinese pottenbakker die per toeval met de Zonen van de Draak in aanraking komt, een eeuwenoude organisatie die het Chinese volk van alle onrecht wil vrijwaren. Tegen zijn vrije wil in wordt hij hun moordenaar: de Freeman, een job met legendarische proporties. Zijn lichaam en ziel zijn het bezit van de sekte, wat symbolisch wordt weergegeven door de enorme tatoeage van een draak die op hem wordt aangebracht. Zijn moordopdrachten voert hij ongemeen doeltreffend en gevoelloos uit, en enkel die ene traan na een geslaagde executie is overgebleven van zijn vroeger leven.

Maar tijdens een moordpartij gaat het fout: de onschuldige (en natuurlijk ook heel toevallig beeldschone) Emu O'Hara is getuige, en heeft hiermee haar doodvonnis getekend. De Freeman kan het echter niet over zijn hart krijgen om haar om te brengen, en nadat zij zijn hart gestolen heeft is hij voor de Zonen van de Draak ten dode opgeschreven. Maar ook de Japanse Yakuza zit achter hem aan.

Ofschoon de actiesequenties duidelijk de aandacht naar zich toetrekken heeft regisseur Christophe Gans toch geprobeerd om de karakters wat uit te diepen, mede door de relatie tussen Emu en Yo. Gans vervalt (verrassend genoeg) niet in goedkope stomende vrijscènes, maar diept de relatie ook niet echt succesvol uit. En dit is grotendeels te wijten aan het eerder zwakke optreden van Julie Condra als Emu, en het gebrek aan vonken tussen beide hoofdrolspelers. Nogal eigenaardig vermits ze (naar verluidt) na de opnames in het huwelijksbootje stapten.

Marc Dacascos is dan weer stukken beter als de perfecte moordmachine. Vooral in de actiescènes kan hij met zijn afgetraind lichaam pronken, maar ook in de intiemere momenten kan hij zijn getormenteerd karakter torsen. En voor ex-Shogun fans zal het optreden van Yoko Shimada een blij weerzien zijn.

Ofschoon de film door de zagerig voice-over aan tempo verliest kwijt Gans zich uitstekend in de actiescènes. Scènes die natuurlijk inherent immoreel zijn, maar toch het oog weten te bekoren. John Woo is nooit veraf. En wie een leuke CGI-begingeneriek wil zien mag zeker niet te laat komen.