LORD OF ILLUSIONS

De laatste truc

Het is inmiddels al bijna tien jaar geleden dat Clive Barker furore maakte met Hellraiser. En hoewel hij ondertussen zo ongeveer een fortuin bij elkaar pende, is Lord Of Illusions nog altijd maar zijn derde regiefilm.

Ofschoon Barker inmiddels al wel zijn weg moet kennen in het filmmilieu (hij leverde zes scenario's en trad vier keer op als producer), was Lord Of Illusions Barkers persoonlijke lijdensweg. Toen de film ingeblikt was en in een sneak aan het Amerikaanse publiek werd getoond, waren de meningen onverwacht matig. Barker klopte bij United Artists aan om extra geld, veranderde de eindsequentie, en gooide de prent nogmaals onder een select publiek criticasters. Ditmaal sloeg de prent wel aan. Het succes aan de box-office bleef echter maar mager.

Dat is natuurlijk begrijpelijk. Barker brengt met Lord Of Illusions niet de zoveelste Freddy, Jason of zelfs Candyman. Dit is horror van een andere dimensie, benaderd vanuit een andere invalshoek. We volgens immers niet de schurk, maar wel de held. Die luistert in dit geval naar de naam Harry D'Amour (Scott Bakula), een soort Philip Marlowe op paranormaal pad. De privé-detective duikt ook op in de roman The Great and Secret Show en een paar andere korte verhalen van Barker, waaronder The Last Illusion uit het Zesde Boek Van Bloed, waarop deze film gebaseerd is. D'Amour, uitgeput van een duivelsuitdrijving, is dringend aan rust toe en neemt een gemakkelijke klus aan in Los Angeles. Daar komt hij in contact met Dorothea Swann (Famke Janssen), vrouw van de illusionist Philip Swann (Kevin O'Connor). Hij ziet hoe deze laatste op spectaculaire wijze om het leven komt - ongetwijfeld de beste scène van de film - tijdens één van zijn Copperfield-achtige nummers.

De mooie weduwe van Swann denkt dat haar man werd vermoord en neemt Harry in dienst. Tijdens het onderzoek stuit hij op een mysterieuze woestijn-sekte, die geleid wordt door de alleskunnende Nix (Daniel von Bargen). Een mooi uitgangspunt, ware het niet dat de kijker uit de proloog al weet dat Nix vroeger vermoord werd door zijn leerling Swann en dus altijd een stap verder is dan detective D'Amour.

Barker maakt hier gebruik van een ouderwets Hammer-procédé: dood het monster in een proloog, zodat je weet dat het op het einde terug levend zal worden. En dat zulks garant staat voor een 'over the top'-climax, staat buiten kijf. Nix zweeft door de lucht, personages veranderen in steen, tunnels naar het centrum van de aarde worden geopend, nachtmerries worden werkelijkheid en Nix' macabere lusten worden ontsluierd. Barker moet zich geamuseerd hebben achter de camera en laat duidelijk de teugels vieren. Deze overdaad schaadt, jammergenoeg.

Het is dus duidelijk dat deze occulte film-noir allesbehalve in evenwicht is. Schitterende en pakkende scènes zoals de laatste truc van Swann wisselen af met welliswaar visueel aantrekkelijke maar veel te ver gezochte Nix-passages. Barker is een visualist, hij schrijft graag met beelden en probeert steeds een stap verder te zetten. Met Lord Of Illusions ging hij net een stap te ver.