MIGHTY APHRODITE

Het neurotisch koor van Allen

Woody Allen kan het neurotisch zijn niet laten. Gelukkig, want keer op keer weet hij zijn trouw publiek te verrassen met steeds hetzelfde karakter in min of meer realistische en vooral herkenbare relatieproblemen. En Mighty Aphrodite is een heerlijke, licht verteerbare koek van datzelfde deeg.

Wie naar een film van Woody Allen gaat kijken doet dit met voorbedachte rade, en met de nodige ingesteldheid. Een neurotische Allen, uiteenvallende relaties, zenuwachtige camerabewegingen en New York zijn vaste ingredienten, en dit alles wordt overgoten met heerlijke dialogen en one-liners. Je wordt er gek van, of je houdt er van.

Voor Mighty Aphrodite volgt Allen datzelfde stramien, maar kan het niet nalaten de absurde toer op te gaan. Allen speelt Lenny Weintrib, een sportjournalist die getrouwd is met Amanda. Op haar aandringen adopteren ze een kind, en als deze kleine Max buitengewoon begaafd blijkt te zijn kan Lenny het niet nalaten om de biologische moeder te gaan opzoeken.

Groot is zijn verrassing als blijkt dat hij uitkomt bij Linda Ash, een porno-actrice. Zonder haar zijn echte identiteit te onthullen besluit hij haar op het rechte pad te helpen, om zo zijn zoon aan een eerbare natuurlijke moeder te helpen. Maar ondertussen verwaarloost hij wel zijn eigen vrouw die haar eigen kunstgallerij wil openen en daarbij de wel zeer welwillende steun krijgt van een mannelijke collega. Maar gelukkig staat Lenny niet alleen. Hij wordt immers terzijde gestaan door een Grieks koor dat zijn daden becommentarieert...

Een geniale vondst trouwens van Allen, want zo weet hij op gepaste tijdstippen wat extra actie in zijn script te introduceren, en haalt hij de lachers op zijn hand. Het wordt helemaal te gek als hij hen ook van wederwoord dient. Het script van Allen is naar algoede gewoonte doorspekt met heerlijke dialogen en one-liners en is lichter verteerbaar dan bijvoorbeeld Husbands and Wives, of Hannah and Her Sisters.

En als de oscarnacht dan toch een terechte winnaar heeft mogen aanduiden, dan is dat zeker Mira Sorvina die een bijzonder grappige en bovenal geloofwaardige Linda neerzet. In haar naïeviteit rollen de perverse woorden uit haar mond op een wijze waarop andere mensen het over het weer hebben. Woody Allen zet zoals steeds op onnavolgbare wijze zijn neurotisch typetjes neer alhoewel hij zich deze keer toch inhoudt. Bedenk wel dat de man dit alles nog eens regisseert ook!

Helena Bonham Carter stelt echter wel wat teleur als Amanda, maar dit wordt door de rest van de cast ruimschoots goedgemaakt. Vooral F. Murray Abraham zet een heerlijk koorleider neer, en weet met zijn Griekse companen een groot deel van de grappigste scènes op zijn rekening te zetten.

En om te bewijzen dat hij zijn Griekse tragedies kent zorgt Allen ook voor een rasechte Deus Ex Machina. En in tegenstelling met veel Hollywoodfilms komt dit einde helemaal niet gekunsteld over. Een orakel had het kunnen voorspellen.