In essentie is het de dualiteit van verlokking en afgrijzen die de mythe steeds weer nieuw lezen inblaast. De fascinatie vindt haar voedingsbodem in de aspecten van het eeuwig leven en de verdorvenheid van het ras. Daar is dus nauwelijks iets van terug te vinden in het in-droevig slechte script dat door aspirant-zondagsschrijver Eddie Murphy, tesamen met broer en stiefvader, in elkaar geflanst werd.
De cocktail van humor, bloed en liefde die de affiche ons belooft blijkt uiteindelijk slechts een lichtjes herziene versie van Coming To America te zijn. Ditmaal geen prins, maar een vampier (Eddie Murphy) die naar het beloofde land trekt om er een bruid op te sporen. De uitverkorene is Angela Bassett, politieagente en tevens 'halfbloed' vampier. De vrouw is echter onwetend van haar duistere roots en raakt uiteindelijk verstrikt tussen de twee werelden. Hetgeen natuurlijk resulteert in een climax waarin ze de finale keuze moet maken.
Het hele verhaal, happy end incluis, is ontzettend cliché-geladen en opgeklopt. Het verdrinkt in de speciale effecten en oerdomme gags die vaak nog gepikt zijn ook. Murphy's knechtje wiens ledematen er op de meest onopportune momenten van af vallen, is bijvoorbeeld zo weggelopen uit Braindead. De grijns op de gezichten van de acteurs is trouwens tekenend voor de ernst waarmee de cast in de film gelooft.
Het vreemde is dat nu net Wes Craven dit allemaal op zijn archief krijgt. Hij is toch niet bepaald een doetje als het op regisseren van horror aankomt. Maar dat is misschien net het probleem: hij gaat de mist in omdat deze film het midden tracht te houden tussen horror en comedie. Craven zou beter bij de pure vorm van horror blijven. De humor is te weinig subtiel om grappig te zijn en te sterk aanwezig om de horror geloofwaardig te maken. Voor advies was Craven beter ten rade gegaan bij Roman Polanski. Die verwezenlijkte wél een geslaagde mix van horror en satire in zijn Bal Des Vampires.
Als er één winnaar is, dan is het ongetwijfeld Murphy. Niet Eddie, maar wel de grondlegger van de wet die zegt dat als iets nog erger kan mislopen, dat ook zal gebeuren. Behalve het feit dat de film, met een prijskaartje van twintig miljoen dollar een miskleun werd, hangt ook het dodelijke ongeval van Sonja Davis, de stand-in van Bassett, als het zwaard van Damocles boven het hoofd van Craven en wel in de vorm van een schadeclaim van vijftig miljoen dollar...
Hopelijk laat Craven in de toekomst zijn tanden weer meer zien want deze Vampire In Brooklyn verdient absoluut niet het eeuwige leven!