De aanzet van het verhaal is nochtans veelbelovend. Wanneer bij een gewapend treffen tussen een drugsdealer en een agent een onschuldige 6-jarige het leven verliest staat New York op zijn kop. Vooral de pers, hoe kan het ook anders, belaagt de uiterst populaire en charismatische burgemeester John Papas (Al Pacino) en zijn entourage. Als blijkt dat de agent voor eigen rekening handelde en de dealer, neefje van een invloedrijke mafiabaas, helemaal niet op vrije voeten behoorde te zijn, is het hek van de dam.
De jonge ambitieuze assistent- burgemeester Kevin Calhoen (John Cusack) wil kost wat kost de ware toedracht van de feiten aan het licht brengen om aldus de politieke carriere van zijn baas veilig te stellen. Uiteraard loopt het pad van de misdaad via drugsdealers, maffiosi, politiek dienstbetoon en corrupte rechters tot aan juist die ene persoon waar het niet terecht mocht komen. Opnieuw, hoe kan het ook anders.
Deze generieke verhaallijn wordt met veel slordigheid in beeld gebracht. Terwijl de meeste nieuwe feiten en ontdekkingen niet alleen Kevin maar ook de kijker overrompelen, worden enkele scènes ontsierd door te trage actie, een uiterst voorspelbare afloop en nietszeggende dialogen. De acteerprestaties van John Cusack, Martin Landau en de meeste andere randfiguren zijn middelmatig en komen de film niet ten goede.
Een speciale vermelding verdient Bridget Fonda in de rol van advocate voor de weduwen van in dienst omgekomen agenten. Haar verschijning en matte vertolking wekt meer walging dan sympathie en staat in schril kontrast met het vakwerk van Al Pacino, waardoor deze film toch nog het niveau van de middelmaat bereikt.
Pacino is zeer overtuigend in de rol van de machtige en invloedrijke burgemeester van lage, dito Griekse, komaf. De grafrede van de burgemeester bij het omgekomen kind wordt door Pacino op zo'n meesterlijk kippevel-koude wijze gebracht dat vergelijkingen met zijn glansrol in Heat gerechtvaardigd zijn. Jammerlijk genoeg wordt dit beeld grotendeels verpest in de wat bij de haren getrokken 'tu quoque Brutus'-scène op het eind van de film.
Deze moderne versie op het leerling-verslaat-meester verhaal kan, ondanks het weerwerk van Pacino, niet echt overtuigen wegens de slecht ingevulde verhaalstructuur en de zwakke acteerprestaties. Door de krantekoppen van het laatste jaar en de natuurlijke acteertalenten die onze politici bezitten zijn we misschien ook wat te veeleisend geworden. Geef ons dan toch maar Willy Claes, Frankske of de drie Guy's.