In deze bovennatuurlijke fabel, die letterlijk onze inwendige golven breekt, vertelt von Trier ons in zeven (prachtige symboliek van dit Heilig getal) hoofdstukken hoe de kracht van geloof en liefde alle dogma's en rituelen overstijgt.
Bess (Emily Watson), een spontane en openhartige maar ietwat naïeve vrouw uit een strenge presbyteriaanse dorpsgemeenschap aan de noordwestkust van Schotland, ontdekt op haar huwelijksdag de liefde en de seksualiteit. Ze bloeit open in de armen van haar man Jan (Stellan Skarsgard), een arbeider op een olieplatform. Maar het ogenblik breekt aan waarop Jan terug moet keren naar het booreiland. Bess mist hem enorm. En hoewel haar schoonzus Dodo (Katrin Cartlidge) haar wel opvangt, besluit Bess zich te wenden tot een derde persoon: God.
De intieme relaties die de jonge vrouw onderhoudt met Hem zullen er wel voor zorgen dat ze Jan 'terugkrijgt'. En, inderdaad, haar wens wordt verhoord. Jan komt terug, zij het niet in de staat die ze zelf had gewenst. Om zijn ziekte te overleven mist Jan net dat laatste greintje levensmoed dat enkel Bess hem kan schenken. Om Jan te redden gaat Bess in op zijn, in de ogen van haar geloofsgemeenschap, immorele wensen. Dat zij hierdoor het ultieme offer zal brengen, weten alleen zij en God.
De liefde tussen Bess en Jan is zo intens dat het op bepaalde momenten niet meer mogelijk is beide figuren te ontwarren. Het ongewoon beweeglijk camerawerk, veroorzaakt doordat cameraman Möller alles vanop de schouder filmde, verhoogt de dramatiek. Daardoor krijgen we wel niet al te heldere shots voorgeschoteld maar dit euvel verdwijnt in het niets tegen de achtergrond van dit toegankelijk liefdesverhaal. Elk van de zeven hoofdstukken kreeg een afzonderlijke titel met bijpassend digitaal landschap en aangepaste song (onder andere Deep Purple, Elton John) wat een ongelofelijk mooie stempel drukt op de onwezenlijk sfeer. Om het in de woorden van één van Europa's grootste cineasten zelf te zeggen: het Goede bestaat.