De uit Boston afkomstige componist die het grootste deel van zijn opleiding in Europa genoot, was voor Ismail Merchant de ideale persoon om de muziek te schrijven voor The Europeans uit 1979, de verfilming van een vroege Henry James-roman over de cultuurschok die een broer en een zus overkomt wanneer ze van Europa naar Amerika verhuizen. De muziek van The Europeans werd voor het grootste deel bepaald door de aanwezigheid van andere muziek die het tijdskader van de film moest bepalen. De taak van Robbins bes tond er hoofdzakelijk in om de scènes met muziek van onder andere Clara Schumann en Stephen Foster op een muzikaal coherente manier met elkaar te verbinden.
Robbins ontmoette Ismail Merchant en Ruth Jhabvala (een schrijfster die de scenario's voor de meeste Merchant-Ivory-films schreef) in 1976. Samen maakten ze de documentaire Sweet Sounds. Het was bijna vanzelfsprekend dat de succesvolle samenwerking die The Europeans had gebleken, zou worden verdergezet. Niemand had achter ooit kunnen vermoeden dat de Richard Robbins-sound zo invloedrijk zou worden. Niet alleen ontwikkelde hij in twintig jaar tijd een stijl die het handelsmerk zou worden van alle Merchant-Ivoryfilms, maar die tegelijk ook de standaard zou zetten voor ongeveer alle kostuumfilms die nog zouden worden gemaakt. Muzikale hoogtepunten uit de Merchant-Ivoryfilms vallen te beluisteren op de soundtracks van Heat and Dust (1983), de E.M. Forster-trilogie A Room with a View (1986), Maurice (1987) en Howards End (1992) en Remains of the Day (1993). Ook voor Merchant-Ivoryfilms die door de kritiek werden neergesabeld (zoals Jefferson in Paris uit 1994 of Surviving Picasso uit 1996) componeerde Robbins indrukwekkend werk.
Typisch aan de stijl van Robbins is steeds een repetitief, ritmisch element dat de achtergrond vormt voor ongeveer elke maat muziek. Dit repetitieve ritme werd in vroegere scores gespeeld door gitaren of een harp, maar sinds Howards End maakt Robbins gebruik van elektronica om het basisritme voor de scores te spelen. De constante aanwezigheid van hetzelfde ritme in de score geeft de films van Merchant-Ivory een constante dynamiek die vaak in schril contrast staat met de vaak statische scènes waarin hun acteurs zich bewegen. De soberheid van camerabewegingenen en fotografie die Merchant-Ivory aan de dag leggen bij hun films, is vaak tegenstrijdig met de drukke, maar nooit opdringende muziek van Robbins bij elke scène. Het repetitieve element werkt hypnotisch en doet de films in een sfeer van tijdloosheid baden: het ritme evolueert niet, hoogstens creëert Robbins hier en daar wat variaties. De leitmotieftechniek laat hij ostentatief achterwege, om in plaats daarvan te kiezen voor een veel minder narratieve, organischer manier van scoren die in plaats van het verhaal probeert te ondersteunen zich in de psyches van de karakters nestelt en in de atmosfeer van de exotische locaties in de films.
De muziek van Robbins is onopvallende filmmuziek: het is allesbehalve muziek die schreeuwt om aandacht of de toeschouwer op allerlei manieren tot allerlei emoties manipuleert. Integendeel, de meest emotionele momenten van Merchant-Ivoryfilms zijn vaak scènes die geheel niet van muziek zijn voorzien of juist van totaal andere muziek die de aandacht wel degelijk naar zich toe trekt (het gebruik van Puccinni-opera's in A Room with a View is daar een mooi voorbeeld van).
Robbins' muziek wordt vaak verwisselbaar genoemd en wie naar de soundtrack van A Soldier's Daughter Never Cries luistert, zal het bij een eerste luisterbeurt moeilijk hebben om precies te horen wat aan deze muziek zo anders is dan aan zijn muziek voor vorige Merchant-Ivoryfilms. Behalve het feit dat synthesizers nog nadrukkelijker aanwezig zijn dan in zijn voorgaande scores (een trend die Robbins al had bevestigd met zijn majestueuze score voor Plâce Vendome vorig jaar en met zijn conceptwerk Via Crusis in 1996) en dat Robbins ook een tweetal jazztracks heeft gecomponeerd die in de film dienst doen als periodemuziek, ligt de muziek voor A Soldier's Daughter Never Cries perfect in het verlengde van zijn vorige werk. Het hoofdthema wordt gespeeld door een klag ende viool die ondersteund wordt door laag gemixte houtblazers. Een laag elektronica geeft de muziek een bijzonder onemotionele toon mee. Sommige tracks op de cd zijn zo goed als niet tonaal, andere tracks getuigen van een excessieve vrolijkheid die we van Robbins niet gewoon zijn.
De soundtrack bevat 23 tracks, waarvan 14 tracks gecomponeerd werden door Robbins en de rest een allegaartje is van popmuziek uit de jaren zestig en zeventig. Net zoals bij de soundtracks van Jefferson in Paris en Mr and Mrs Bridge het geval was, staan de scoretracks en de popmuziek op een schijnbaar willekeurige manier door elkaar op de cd, wat de soundtrack schier onbeluisterbaar maakt. Liefhebbers van de popmuziek kunnen de zachte scoretracks tussen de songs die het ritme van het album omlaag halen ongetwijfeld missen als kiespijn, maar wie houdt van de muziek van Robbins zal algauw merken dat het beluisteren van de score, om de zoveel minuten steeds weer onderbroken door een popdeun, zo goed als onmogelijk is. De enige manier om echt van deze cd te genieten is door de scoretracks te herprogrammeren tot een mooie, coherente suite van ruim een half uur. Niet alleen is A Soldier's Daughter Never Cries op die manier perfecte, weinig opdringende achtergrondmuziek, maar ook heerlijke luister- en wegdroommuziek, die noopt tot meditatie en zelfreflectie.
De soundtrack van A Soldier's Daughter Never Cries is uitgebracht bij Merchant-Ivory's vaste label Angel en bevat 66 minuten muziek uit de film.