Goldsmith schrijft filmscores zoals konijnen zich voortplanten, en hoewel de termen originaliteit en vindingrijkheid al jaren uit de Goldsmith-woordenschat zijn geschrapt, blijft hij materiaal produceren dat beluisterbaar is en dat het goed blijft doen bij de fans. Eerder dit jaar zwiepte hij een Egyptische King Solomon's Mines uit zijn dirigeerstokje, in de vorm van The Mummy, met een lepeltje Star Trek en een snuifje Congo overgoten om toch maar niet helemaal hetzelfde te klinken, en ook voor Jan de Bonts zoveelste miskleun op rij, The Haunting, schakelde hij zichzelf weer enkele weken in automatische piloot om een zoveelste doorslagje van Goldsmith-in-creepy-mode af te leveren. En met een druk rooster waarin onder meer Paul Verhoevens Hollow Man en John Frankenheimers Reindeer Games Goldsmiths tijd de komende maanden zullen opeisen, ziet het er niet naar uit alsof de ondertussen al zeventig jaar oude filmmuziekveteraan van rusten wil weten. Hebben andere componisten van de oude garde, zoals David Raksin en Elmer Bernstein, ondertussen besloten dat ze er het dirigeerstokje willen bij neerleggen, dan lijkt het alsof Goldsmith vooral door wil blijven gaan. Al was het maar omdat hij beseft dat hem nog maar weinig tijd rest om het succes dat John Williams scoorde met de Star Wars- of Indiana Jonesfilms, of James Horner met Braveheart en Titanic, te evenaren. Hoewel voor een handjevol filmmuziekfans de naam Goldsmith klinkt als de naam Tupperware voor menige huisvrouw, heeft hij bij het grote publiek nooit het succes gekregen dat componisten als John Williams of James Horner te beurt viel. Het razende tempo waaraan Goldsmith de laatste jaren megablockbuster na megablockbuster schijnt te willen scoren (zonder ook maar enige eisen te stellen aan de kwaliteit ervan) lijkt erop te wijzen dat hij hopeloos op zoek is naar die ene hit die hem wat meer naamsbekendheid kan opleveren. Zijn recente beslissing om - zoals John Williams - meer filmmuziekconcerten te geven, om zo een groter (en ernstiger) publiek met zijn muziek te laten kennismaken, lijkt dit te bevestigen.
Nu, hij doet maar, en als dat af en toe wat beluisterbare muziek oplevert zijn wij al blij. De verwachtingen die we hadden van de Goldsmith van Planet of the Apes, Chinatown, The Wind and the Lion en Star Trek: The Motion Picture hebben we ondertussen al lang niet meer, en als hij ons af en toe kan verrassen met een staaltje indrukwekkend vakmanschap (zoals Mulan, LA Confidential, Rudy of Basic Instinct) dan is er geen haan die er naar kraait dat Goldsmiths muziek van de jaren negentig niet kan tippen aan die uit de decennia die eraan vooraf gingen. Goldsmith heeft zijn ene oscar op zak en daar zal hij het mee moeten doen.
Hoewel de soundtrack van The 13th Warrior (want over deze soundtrack hebben we het hier) werd uitgebracht na het verschijnen van The Mummy en The Haunting, componeerde Goldsmith zijn score lang voor die twee films in Amerika in de zalen kwamen. Het verwarde productieproces van deze op zijn minst verwarde film is al uit en te na uit de doeken gedaan en wat geldt voor de casting en het regisseurszitje geldt evenzeer voor de muziek: ook hier is veel over geharreward vooraleer Goldsmith (dankzij Crichton) uiteindelijk de zaak in handen kreeg. Eerst zou de muziek worden gecomponeerd door Graeme Revell, de jonge, experimentele componist die zich in de belangstelling werkte met indrukwekkende scores voor films als Dead Calm, The Crow, The Saint en From Dusk till Dawn. Maar toen na enkele desastreuze test-screenings producent en scriptschrijver Michael Crichton het roer overnam, was de eerste die hij uit de productie kieperde Revell. Hij huurde meteen Goldsmith in ('the best choice for this scoring assignment,' zoals Crichton op de cd-hoes schrijft, nogal onsubtiel het mes in de rug van Revell wat heen- en weer wringend), de componist waarmee hij ook al als regisseur had samengewerkt voor films als Pursuit, Coma, The First Great Train Robbery en Runaway.
Het pruts- en knoeiwerk van The 13th Warrior doen je als toeschouwer toekijken met plaatsvervangende schaamte, maar soundtrackliefhebbers kunnen zich verheugen op een fun avondje uit, want Goldsmith componeerde voor de film een avontuurlijke score met enkele aanstekelijke thema's. Vernieuwend is de score allerminst en als je denkt alles al eens eerder te hebben gehoord, dan bezit je ongetwijfeld enkele van Goldsmiths jaren-negentig-scores. De muziek die Goldsmith wist neer te pennen mag dan wel clichématig zijn en klinken als een lappendeken van ongeveer alle min of meer epische dingen die hij de laatste jaren componeerde, het werkt wel en is op cd één van zijn meest beluisterbare scores in jaren. Platenlabel Varèse Sarabande had geluk dit keer: Goldsmith trok met Crichton naar Londen, waardoor ze niet vastzaten aan de hoge vakbondskosten die scores die in Los Angeles worden opgenomen met zich meebrengen en daardoor een lekker lang album konden uitbrengen. De vijfenvijftig dynamische minuten muziek op de soundtrack zijn niet alleen genereus, de kwaliteit van het Londense orkest is - zoals altijd - indrukwekkend en de geluidskwaliteit adembenemend.
Goldsmith componeerde twee thema's, een oosters aandoend thema - dat hij later met een paar aanpassingen opnieuw zou gebruiken in The Mummy - voor de Arabieren in de film en een al even opzwepend actiethema dat met veel gehamer en geblaas de Vikings moet begeleiden (weten wij veel hoe Visigotische en Ostrogotische muziek klinkt). In tegenstelling tot zijn vorige scores is het gebruik van elektronica hier heel beperkt, waarmee hij niet alleen de anachronismes van bijvoorbeeld Horners Braveheart uit de weg gaat, maar tegelijk ook zorgt voor een epischer sfeer. Dat de muziek (vooral wanneer hij met koor op de proppen komt) dan wel heel dicht gaat aanleunen bij de Arthuriaanse klanken van First Knight is een ietwat ongelukkige connotatie gezien de thematiek van de film, maar dat nemen Goldsmithfans er ongetwijfeld graag bij: het is en blijft goede muziek.
Eerlijk: The 13th Warrior is het leukste dat Goldsmith de laatste jaren heeft gecomponeerd en wie al lang op zoek is naar een degelijke, knap geschreven, massief georkestreerde score voor groot orkest, met wervelende actiemuziek, goed meeneuriebare thema's en weinig dode momenten waarbij de vaart als een Britse pudding in elkaar zakt, kunnen we The 13th Warrior alleen maar aanraden. Dat Goldsmith deze score net voor The Mummy componeerde is goed te horen: in retrospect klinkt The Mummy als een flauw doorslagje van deze muziek, die zowel de thematische eenheid als de orkestrale heroïciteit van The 13th Warrior moet missen. Op de soundtrack van deze film valt geen halve maat subtiliteit te beluisteren, maar van een film waarbij het woord subtiliteit al bij de eerste hap borstkas mee naar binnen wordt geslokt, kun je ook weinig anders verwachten.
Fans van Goldsmith verklaren nogal snel bij het verschijnen van een nieuwe score dat iets het beste is wat ze van Goldsmith in jaren hebben gehoord, alleen maar om enkele jaren later hun mening te laten verglijden naar 'het is wel oké'. Neem het van ons aan: dit is niet het beste wat Goldsmith in jaren heeft gecomponeerd (LA Confidential is een veel volwassener score), maar op de amusementsschaal van één tot tien scoort The 13th Warrior toch vrij hoog. Van de eerste tot de laatste minuut presenteert Goldsmith hier degelijke actiemuziek, energieke melodieën en bruisende orkestraties.
Het is geen meesterwerk, maar dat pretendeert het ook niet te zijn. De film is de zoveelste miskleun waar de naam Goldsmith aan verbonden is en een hit als Star Wars of Titanic (met oscars) hoeft Goldsmith van The 13th Warrior ook niet te verwachten. Maar als je dat als filmmuziekliefhebber ook niet doet, dan garandeert de soundtrack van deze film je een klein uur sprankelend luisterplezier waar alleen een vakman als Goldsmith voor kan zorgen.