Movie had een gesprek met Ray Joshua uit Slam, ergens begin dit jaar tijdens het Internationaal Filmfestival van Brussel.
MOVIE: 'This guy is phenomenal,' dat zijn de woorden van Bonz Malone, Gopha in Slam, en dat waren de woorden die Mark Levin het Nuyorican Café deden binnengaan, waar u op dat moment een performance ten beste gaf. De voor de hand liggende vraag: hoe kwam u in het slam-circuit terecht?
SAUL WILLIAMS: Ik rapte al toen ik nog heel jong was, en ik ben nooit opgehouden met schrijven. In 1994 voelde ik dat m'n schrijven 'klikte' en dat ik m'n stem als schrijver écht gevonden had, in de zin dat ik voelde dat ik op dat vlak volwassen geworden was. Dat was ongeveer op het ogenblik dat ik geïntroduceerd werd in de poetry scene en zo begon het allemaal. Ik had daarvoor al gedichten geschreven, maar ik had me tot op dat moment niet klaar gevoeld om ze voor een live publiek voor te dragen.
Ik had de kunstvorm leren kennen, was erdoor geïntrigeerd en ik dacht dat het op maat gemaakt was voor hetgene waar ik in geïnteresseerd was. Ik begon m'n poëzie voor te dragen in cafés, en dat samen met een heleboel mensen van mijn leeftijd, toen Mark Levin me in 1996 zag optreden.
MOVIE: Hoe gingen jullie tewerk bij het maken van Slam? Hadden jullie een vast script of werd er gezien het onderwerp veel geïmproviseerd?
SAUL WILLIAMS: We werkten aan het script gedurende negen maanden zodat alle poëzie in de film op voorhand geschreven was. Voor het gros van de dialogen werd er aardig wat geïmproviseerd. Twee of drie keer per week kwamen we samen om die improvisatiescènes te oefenen en om verder aan het script te sleutelen. Uiteindelijk studeerden we de vaste teksten in en werd er gedraaid. Zelfs toen werd er gewikt en gewogen over wat werkte en wat niet, en wijzigingen werden aangebracht. We werkten op die manier een heel gedetailleerde shotlist uit, waarrond er toch nog ruimte vrijbleef om te improviseren.
MOVIE: Er staat me één bepaalde scène in de film voor waarbij Ray en Lauren erg ruzie maken, zelfs de camera 'vecht' mee. In de zaal komt die passage heel sterk over, is dát een staaltje van improvisatie of moet je zo'n scène instuderen?
SAUL WILLIAMS: Op het moment dat we die scène draaiden was dat inderdaad improvisatie, maar we hadden ze net als andere 'moeilijke'scènes al verschillende keren ingeoefend. Elke keer als we die scène hernamen, klonk het weer anders. We wisten welke ideeën in de scène naar voor moesten komen, we wisten ook dat we allebei heel erg boos moesten worden, zij het wel om totaal verschillende redenen. We kenden de vragen die moesten opgeworpen worden maar de invulling ervan, de manier waarop ze vorm zouden krijgen werd aan de inspiratie van het moment overgelaten en was bijgevolg altijd anders. Na vier takes waren we tevreden met het resultaat, en dat is ook de take die in de film opgenomen is.
MOVIE: Ondanks de stroom van woorden tussen Ray en Lauren had ik de indruk dat hun welbespraaktheid er ironisch genoeg voor zorgde dat ze naast mekaar praatten. Slam, of hoe praatvaren met hun woorden ironisch genoeg muren opwerpen tussen zichzelf en anderen?
SAUL WILLIAMS: Ik denk dat dat zeker het geval was voor mijn personage maar voor Sonja was dat niet echt zo. Uiteindelijk zei ze toch wat ze te zeggen heeft terwijl Ray, mijn personage in de film, veel te graag met woorden speelt en het zichzelf daardoor ook heel moeilijk maakt. Ik zou niet zeggen dat hij zich verstopte, maar misschien was hij gewoon verborgen en probeerde hij zichzelf net te vinden door mensen te bedelven onder zo'n stortvloed van woorden.
MOVIE: Welke gevangenis is volgens u de ergste om mee te leven: die van Laurens verleden die er haar van weerhoudt dat ze zich zonder problemen bindt, of de wel héél tastbare tralies waar Ray zich achter bevindt?
SAUL WILLIAMS: Ik weet het niet, ze zijn allebei wat ze zijn. Sonja's personage is op een punt gekomen waar ze weet wat ze wil gaan doen en hoe ze die doelen kan bereiken. Ray is als een jonge knop aan een boom die nét opengaat, hij heeft geen enkel zicht op zijn mogelijkheden, hij leert de kansen die zich aandienen te zien.
Saul williams, de boomlange kerel in de onvermijdelijke knaloranje sweater, een kledingstuk dat niet wijkt ondanks het feit dat het verdwaalde en werkloze journalisten hem van ver herkennen na een paar dagen filmfestival in en rond de Kladaradatsch Palace. Hij legt de lange weg af van foyer tot de trap van de Metropole terwijl de persverantwoordelijke van het filmfestival zich zwijmelend laat ontvallen dat hij 'zo'n ongelooflijk schatje is.' Waarschijnlijk iets teveel de geur van ebbenhout opgesnoven.