Kloser (die oorspronkelijk uit Oostenrijk afkomstig is, maar vooral carrière maakte bij onze oosterburen) maakte in de jaren tachtig naam door als arrangeur en dirigent samen te werken met Duitse artiesten als Falco en Klaus Lage en met internationale grote namen zoals Elton John, Tom Waits en José Feliciano. Voor tv componeerde hij de muziek voor series als Der Alte en Die Partner en films als Butterbrot en Amazon Jack. In de jaren negentig schreef hij voor de Amerikaanse televisie de muziek voor een reeks true crime-films met portretten van onder meer O.J. Simpson en de vrouw van Lee Harvey Oswald en in de serie America's Most Wanted scoorde hij in 1996 de beruchte film If Looks Could Kill.
Regisseur Josef Rusnak had Kloser leren kennen door zijn werk voor Die Partner. In 1997 vroeg hij hem om zijn bioscoopfilm The Way We Are van muziek te voorzien en omdat hij uiterst tevreden was met het resultaat dat Kloser voor dat project leverde, besloor hij hem in te huren toen zijn goede relatie met Roland Emmerich (waarvoor hij als second unit director aan Godzilla werkte) hem zijn eerste grote Hollywoodproject opleverde.
Na het bevreemdende maar intrigerende eXistenZ en de technisch knappe maar van enige vorm van intelligentie geheel gespeende The Matrix, is het geen dankbare taak om opnieuw met een virtual realityfilm voor de dag te komen, zeker als je noch de ronkende namen, noch het budget hebt waarmee deze twee films konden uitpakken. Voor Harald Kloser was de taak dubbel zo moeilijk: niet alleen moest hij in de voetsporen treden van Howard Shore en Don Davis, die voor respectievelijk eXistenZ en The Matrix twee fel bejubelde en in alle opzichten uitstekende scores componeerden, hij moest het ook stellen met materiaal dat beduidend minder van kwaliteit was. The 13th Floor had noch de vermetele gedurfdheid van David Cronenberg, noch de bravoure van de Wachowski-broers, met het gevolg dat het canvas dat Kloser kreeg voor zijn muziek, van in het begin moest onderdoen voor dat van Shore en Davis.
Milan Records trakteert de luisteraar op een kleine veertig minuten muziek uit de originele score, wat vrij karig is gezien de muziek in Duitsland werd opgenomen door de Nordwestdeutsche Philharmonie en het Weense jongenskoor en in principe een uur muziek geen Mark meer zou mogen kosten om op cd uit te brengen dan veertig minuten. De uitvoering is hier en daar wat houterig en vooral de manier waarop het koor en het orkest met elkaar zijn gemixt is niet altijd even indrukwekkend.
De setting van de film, een virtueel Los Angeles van 1937, weet Kloser raak vast te pinnen door gebruik te maken van jazzelementen in zijn score. Trompetten, zachte strijkers en losse pianoimprovisaties doen de score nauw aansluiten bij de source music, drie big band swing tracks van Johnny Crawford die nogal onhandig in het midden van de cd tussen de rest van de score in zijn neergeplant. In de film dienen ze om de sfeer van de tijd en de omgeving op te wekken, maar op cd verschijnen ze bij elke luisterbeurt weer als ongenode gasten op een feestje: ze horen niet thuis te midden van Klosers atmosferische, vaak magisch aandoende sciencefictionmuziek. Uitprogrammeren is de hier zonder twijfel de boodschap.
De eigenlijke score komt over als een mix tussen Danny Elfman, Joel McNeely en Mark Snow: het neuriënde kinderkoor roept herinneringen op aan Scrooged en Batman Returns, de mix van elektronica en orkest aan The Avengers en Terminal Velocity en de melodieloze, organische klank van vele van de underscoretracks aan de sfeervolle maar tegelijk koele geluidslandschappen die Mark Snow op zijn synthesizers creëert voor The X-Files en Millenium.
De grootste zwakte van deze score is zonder twijfel de actiemuziek, die klinkt als een flauw doorslagje van wat een James Newton Howard of Alan Silvestri zouden schrijven op een mindere dag. Ook hier is de mix van orkest en synthesizers typerend, maar de melodielijnen blijven schraaltjes: veel verder dan een drienotig motief dat staccato wordt gezongen door het koor, of als technoritme in de bassline wordt herhaald, komt Kloser niet, en na een track of drie klinkt het allemaal als een door een orkest uitgevoerde derderangsscore voor een lowbudget direct-to-video actiefilm. Kloser is blijkbaar dol op het effect dat het jongenskoor oplevert en laat ze te pas en te onpas in zijn muziek opduiken. Ergens is dat wel te begrijpen: de film gaat over een wereld die gecreëerd is door een computerprogrammeur die als een god een virtuele wereld schept en over de mensen die deze wereld bevolken, niet wetend dat hun god eigenlijk dood is. Dit religieuze motief is echter niet nadrukkelijk genoeg in de film aanwezig om het vele gebruik van koormuziek te verantwoorden en de manier waarop Kloser ermee hamert, neigt gauw naar overkill.
Op de temptrack zat ongetwijfeld muziek van David Arnold (wat niet zo wonderlijk is aangezien hij producent Roland Emmerichs vaste componist was bij films als Stargate, Independence Day en Godzilla) en met name de muziek van Stargate heeft een nogal stevige stempel gedrukt op Klosers score. Stargate en The 13th Floor hebben als film meer dan één verhaalmotief gemeen en ook de scores hebben heel wat overeenkomstige elementen. Behalve een duidelijk Aziatische ondertoon in enkele tracks, doen ook het kwistige gebruik van koor, het weemoedige liefdesthema en de orkestraties van Thomas Wanker (die in kleine lettertjes op de cd-hoes wordt vermeldt als medecomponist van enkele tracks) terugdenken aan de score die van David Arnold een vaste waarde in Hollywood maakte.
Van gotisch tot jazz, van zachte koormuziek tot dreunende door traditionele instrumenten ondersteunde techno, The 13th Floor maakt een erg chaotische en confuse indruk. Wat Kloser hier aflevert is muzikaal niet altijd even interessant en zijn de verschillende stijlen van de muziek bij de film enigszins te verantwoorden door de changements des decors, dan geven ze de luisteraar van de soundtrack de indruk dat hij niet naar één cd aan het luister is, maar naar een op hol geslagen cd-wisselaar die kriskras van de ene weinig geïnspireerde soundtrack naar de andere verspringt. Dit is ongezouten sciencefictionmuzak zoals je die op tv kunt beluisteren bij zaterdagnamiddagseries: functioneel, dat wel, maar geen haan die er naar kraait om dit ooit thuis op de achtergrond te zetten. De soundtrack van Milan is voorbeeldig uitgegeven, met uitvoerige credits, tekst en uitleg van Roland Emmerich en origineel artwork uit de film, maar de cd zelf is één van die soundtracks die je één keer beluistert, om dan voor altijd in je cd-rek stof te laten vergaren. Laat hem vooral in de winkel liggen.