EPISODE I: DE TECHNOLOGIE

De magie achter de schermen

Rob Coleman (Foto: Lucasfilm 1999)
Toen George Lucas in 1977 geheel onverwacht de kassa's kraakte met zijn space opera Star Wars had hij onmogelijk kunnen voorspellen dat hij toen een aantal niet te stoppen balletjes aan het rollen had gebracht.

Dat Star Wars bijna een godsdienst is geworden, dat het de moeder is van alle succesvolle filmmerchandising-strategieën en dat het, meer dan het aan de kassa succesvollere Titanic eigenlijk, mensenlevens blijft veranderen is al langer geweten. Maar buiten het marketing-economisch (en het bijna godsdienstig) aspect heeft Star Wars ook het filmmaken zelf sterk beïnvloed.

Zo was Lucas nooit echt tevreden met het geluid dat hij voor Star Wars uit de cinemaluidsprekers kreeg, en met zijn versverdiende miljoenen begon hij dan maar het superieure THX geluidssysteem te ontwikkelen dat met Return of the Jedi in 1983 in première ging. Lucas, wiens grote liefde eigenlijk monteren is, begon ook al snel een systeem te ontwikkelen om niet-lineair beeld en geluid te monteren (de EditDroid en SoundDroid projecten). Ook computeranimatie stond op Lucas' interesselijstje, en nadat de pioniersfirma Triple-I enkele (niet in de films gebruikte) tests had gemaakt voor Star Wars en The Empire Strikes Back richtte Lucas zelf een computergraphics divisie op. Na bijdragen geleverd te hebben voor onder meer Star Trek II en Young Cherlock Holmes werd de afdeling in 1986 voor het (nu) belachelijk bedrag van 10 miljoen dollar verkocht aan mede-Apple-oprichter Steve Jobs. De firma werd herdoopt tot Pixar (naar de grafische computer die ze bij Lucas ontwikkeld hadden), en maakte veel later geschiedenis door met Toy Story de eerste volledig computergegenereerde langspeelfilm te maken.

De grootste nalatingschap van Star Wars is natuurlijk Industrial Light + Magic, de special effects firma die Lucas in 1975 oprichtte omdat geen enkel effectenhuis in die tijd in staat was om zijn visie op het grote scherm te brengen. De firma die intussen zo'n 14 Academy Awards op zak heeft (zonder de technische awards mee te tellen) zorgde in de loop der jaren voor magie waar anderen enkel van konden dromen. Met de effecten voor Star Wars hadden ze een mijlpaal gecreëerd in de film- en effectenwereld, en in 1993 zouden ze dat op een heel indrukwekkende manier opnieuw doen. Jurassic Pak was immers het keerpunt wat digitale effecten betrof. Er waren maar een zestal minuten digitale dino's nodig om de filmwereld eindelijk te overtuigen dat het tijdperk van de computers na enkele mislukte pogingen (Tron, The Last Starfighter) eindelijk was aangebroken. Naar verluidt begon Stanley Kubrick na het zien van de film eindelijk luidop te denken aan het verfilmen van zijn legendarisch A.I. project, maar ook Lucas zelf wist dat de tijd rijp was om zijn Star Wars wereld zonder al te veel toegevingen naar het grote scherm te brengen.

Star Wars Episode I: The Phantom Menace is dan ook een perfect schoolvoorbeeld van hoe de effectenwereld in amper 22 jaar tijd enkele reuzenstappen heeft gezet. Drie top-visual effects supervisors en één animatie supervisor keken er op toe dat de bijna 2000 fx-shots in een halsbrekend tempo door de digitale production-pipeline van ILM raasden. Dennis Muren (de achtvoudige oscarwinnaar die er ook al bj was bij de oorspronkelijke films, John Knoll (samen met zijn broer de ontwerper van het grafisch programma Photoshop) en Scott Squires verdeelden de enorme fx-werklast in drie delen, terwijl Rob Coleman met zijn team alle karakteranimatie voor zijn rekening nam.

In tegenstelling tot wat veel mensen denken zijn heel wat effecten nog op verbazingwekkend eenvoudige manieren naar het grote scherm gebracht. Gigantische miniaturen komen samen met de meest wonderbaarlijke digitale effecten in beeld, zout dat voor een zwarte achtergrond wordt gefilmd levert een perfecte waterval af, en honderdduizenden gekleurde oorstokjes blijken mits een lichte windstroom om ze wat te laten bewegen een perfect enthousiaste menigte op de tribunes tijdens de spectaculaire pod-race. Ook de ruimteschepen wisselen al naar gelang het shot van de digitale naar de miniatuurwereld.

De digitale revolutie maakte het Lucas mogelijk om allerhande creaturen en robots in zijn universum te plaatsen, die vroeger slechts met de grootste moeite (en telkens met enorm veel beperkingen) tot leven konden gebracht worden. Nu zijn de legers invasierobotten en inboorlingen (Gungans) niet meer te tellen. De illusie is dermate groot dat Lucas het zelf aandurfde om één van de protagonisten enkel in digitale vorm op het scherm te laten verschijnen. (Voor de echte vitters: er zijn welgeteld vijf shots waar Ahmed Best, de stand-in van Jar Jar Binks, even gedeeltelijk in beeld te zien is).

Veel belangrijker is het feit dat George Lucas de film op een volledig onconventionele manier ineenknutselde. Hij spreekt al jaren van de digital backlot, en na experimenten in The Young Indiana Jones Chronicles, Radioland Murders en de Special Editions is hij er in geslaagd om zijn droom waar te maken, en hierdoor ook het budget redelijk binnen de perken te houden (iets meer dan 100 miljoen dollar). Zo liet hij slechts het hoogstnodige van de sets bouwen, de rest werd opgevuld met blue screens die later door de artiesten van ILM zouden opgevuld worden. Samen met co-monteur en geluidsgenie Ben Burtt monteerde Lucas de film al gedurende een volledig jaar, voor er ook maar één beeld gefilmd was. Ze gebruikten daarvoor storyboards en animatics die door een klein team in de Skywalker Ranch ineen werden geknutseld. Zo wist iedereen zich steeds waaraan te houden. Lucas is echter iemand die het verhaal kneedt wanneer hij in de montagekamer zit, en daarom had hij ook al op voorhand beslist dat na de officiële opnames enkele bijkomende reshoots zouden volgen. Iteratief monteren dus.

Lucas steekt niet onder stoelen en banken dat hij de volgende films volledig digitaal wil gaan filmen (op een aantal plaatsen werd zelfs een digitale copy van The Phantom Menace vertoond), en daarom smokkelde hij al een aantal (heel goedkoop gefilmde) digitale beelden tussen de gewone opnames. Maar ook op pelicule vastgelegde beelden zijn voor Lucas geen eindpunt. Vaak was hij niet tevreden over een bepaalde acteerprestatie in een shot, terwijl een ander deel van het shot hem dan wel weer aanstond. Op zijn Avid monteersysteem knipte en plakte hij daarom samen met monteur Paul Martin Smith de verschillende opnames van eenzelfde scène op en aan elkaar. Zo liet hij acteurs op exact het juiste ogenblik reageren op wat er gezegd wordt, werden karakters uit beeld gemoffeld omdat hun aanwezigheid door een verhaalwijziging op dat ogenblik niet meer vereist was, werd een volledige scène met nog resterende beelden samengesteld, of werden nieuw opgenomen digitaal lippen bovenop de lippen van Natalie Portman geplaatst om haar zo iets te laten zeggen wat in feite nooit op beeld werd opgenomen. Zelfs een verzwikte enkel van haar werd zo weggemoffeld.

Geluid blijft één van de stokpaardjes van Lucas, en speciaal voor Episode I ging zijn Lucasfilm THX afdeling samen met Dolby Labs Inc. aan tafel zitten om het surround sound formaat te verbeteren. Dankzij het Dolby Digital Surround EX kunnen regisseurs en klankingenieurs het publiek nu nog meer de illusie geven midden in een denkbeeldige wereld te vertoeven. Perfect voor het Star Wars universum dus.

George Lucas is voor veel fans een God omdat hij het Star Wars universum schiep. Het is een titel die door velen onder hen na het toch wel teleurstellende Episode I toch in twijfel zal getrokken worden. Filmtechnici daarentegen zullen als nooit tevoren voor hun grote weldoener neerknielen. En vooral jaloers zijn omdat de digitale speeltuin van Lucas voor velen onder hen de eerste jaren een onbetaalbare droom zal zijn. Over enkele jaren zal het wellicht op elke huiscomputer beschikbaar zijn, maar dan heeft Hij natuurlijk al lang weer nieuw speelgoed om zijn twee volgende episodes in beeld te brengen.

Wie meer wil weten over het maken van de film, en over de technische innovaties kan best investeren in de volgende literatuur:
Star Wars The Making of Episode I: The Phantom Menace; Laurent Bouzereau en Jody Duncan; Del Rey Books 1999; ISBN 0-345-43119-7; $19.95
American Cinematographer; September 1999
Cinefex 78; July 1999