THE HAUNTING

Hill House revisited

Foto: UIP
Toen Robert Wise, de regisseur van de originele The Haunting uit 1963, in Vancouver Jan de Bonts nieuwe versie onder ogen kreeg, schrok hij zich een hoedje: zoiets slechts had hij nog nooit gezien. En dat kan tellen voor een man die inmiddels 85 is en met West Side Story, The Sound of Music en Star Trek enkele klassiekers in zijn genre maakte. Jan de Bont mag zich schamen: de arme, oude Wise barstte zowaar in tranen uit. Geheel terecht overigens.

Het is een hebbelijkheid die Hollywood blijkbaar maar niet kan afleren: oude klassiekers worden één voor één en met het minste respect neergehaald. Met The Haunting zaagt Jan de Bont aan de poten van de klassieker die The Haunting is. Het boek, voluit The Haunting of Hill House, werd in 1959 al geschreven door Shirley Jackson, die met The Lottery toen al het ultieme horrorverhaal geschreven had. Zij had het idee opgevat een verhaal te schrijven over geesten, toen ze een boek las over een groep negentiende-eeuwse onderzoekers die een verhandeling wilden schrijven voor de Society for Psychic Research over een huis waarin geesten gesignaleerd waren. Haar boek werd een klassieker en in 1963 waagde Robert Wise zich aan een verfilming, die ook vandaag de dag nog niets aan spanning en kracht heeft ingeboet. De grote sterkte van zowel roman als film zijn de suggestie van de horror en de twijfel of de gebeurtenissen in Hill House écht zijn of zich slechts in het hoofd van Eleanor, het wankele hoofdpersonage, afspelen.

Het verhaal is bekend. Antropoloog dokter David Marrow (in het boek heet hij John Montague) huurt voor drie maanden het afgelegen en mysterieuze Hill House, om te onderzeken wat de effecten ervan zijn op mensen. Onder het valse voorwendsel geholpen te worden voor hun slapeloosheid, vergezellen drie vrijwilligers hem: Eleanor 'Nell' Vance, een 32-jarige vrouw met een onderdrukte haat voor haar overleden gehandicapte moeder; Theodora 'Theo', een vrijgevochten biseksuele jonge vamp, en Luke Sanderson, een twijfelachtige insomniac wiens tante ooit eigenares van Hill House is geweest. Bij hun aankomst maken ze kennis met weirdo Dudley, de klusjesman, die hen meteen voor het huis waarschuwt. Want het huis heeft een geschiedenis: het behoorde eens toe aan de onfortuinlijke Hugh Crain, die er drie van zijn vrouwen zag sterven. Als het nacht wordt, kruipen uit de krakende muren vreemde geluiden. Is Hill House echt vervloekt of niet?

Ja, natuurlijk is Hill House vervloekt. Moet je heel het boek doorworstelen om in de roman een antwoord te zoeken; Jan de Bont windt er geen doekjes om. Zijn Hill House kraakt en braakt en davert ongegeneerd op zijn grondvesten. Zijn Hill House is verteerd van de monsters en geesten en dat zullen we in alle glorie geweten hebben. Toegegeven: het eerste deel van de film werkt dat. Het design van Hill House (ontworpen door Eugenio Zanetti van het al even visueel overdonderende What Dreams May Come) is een architecturaal meesterwerk. Van buiten gezien (Hill House is in feite het Harlaxton Manor in Nottinghamshire), maar vooral van binnen (de sets zijn adembenemend). De ontdekkingstochten van de personages doorheen het huis nemen ook de toeschouwers mee op een queeste langs Hill Houses magistrale gekrochten. Zoveel detail, zoveel pracht en praal: geen wonder dat de film 90 miljoen dollar kostte.

Maar dan beginnen de dingen fout te lopen. Eerst voor de halfgestoorde Nell, die denkt dat het huis door geesten bewoond wordt. En dan voor Jan de Bont, die door één scène de hele film de nek omdraait: de scène waarin de toeschouwer door het gezichtspunt van de film merkt dat de geesten géén inbeelding van Nell kunnen zijn. Weg psychologie, weg twijfel, weg spanning. Vanaf dat moment laat De Bont alle teugels schaamteloos vieren en verandert Hill House in één grote attractie van speciale effecten. Schitterende effecten (van Phil 'Jurassic Park' Tippett verwacht je niet minder), maar wat de Bont niet blijkt door te hebben is dit: hoe angstaanjagender je iets probeert te maken, hoe minder angstaanjagend het wordt. De echte horror zit in de suggestie en twijfel. Niet in duizend zichtbare computerspoken. Een lesje dat de makers van The Blair Witch Project hopelijk hun hele leven zullen blijven onthouden.

In dat schitterende Hill House lopen alle personages totaal verloren: Liam Neeson als David Marrow, Lili Taylor als Nell en ook Catherine Zeta-Jones als Theo. Geen schrijver (en zeker nieuwkomer David Self niet) die eraan gedacht heeft hen ook maar een beetje diepgang mee te geven. Twee assistenten van Marrow verdwijnen door een ongeluk zelfs in het begin van de film en dat is dan ook het laatste wat we van hen horen. Het is slechts één voorbeeld van de bokkensprongen die het scenario maakt. En hoe jammer dat Jan de Bont zich tot een speciale effecten-show laat verleiden. Alsof hij de snelheid van Speed en de kracht van Twister wou laten samenkomen in Hill House. Een grove misrekening, waarvoor hij door Steven Spielberg, de grote meester himself, op de vingers werd getikt. Maar zelfs een hermontage mocht niet baten: The Haunting is een heel mooie trucendoos, maar eens geopend zit er tweehonderd keer niks in.

Titel: The Haunting
Genre: Horror
Speelduur: 1u53
Regisseur: Jan de Bont
Acteurs: Lili Taylor, Liam Neeson, Catherine Zeta-Jones, Owen Wilson, Bruce Dern, Marian Seldes, Todd Field, Virginia Madsen