David Fincher blijft zijn grenzen verleggen. Botvierde de voormalige reclamefilmer in Alien3 nog zijn visuele hersenspinsels binnen de conventies van het commerciële genre, dan lijkt het er nu op dat hij stap voor stap zijn eigen weg opgaat. De man die wereldberoemd werd met het geniale Se7en volgde in The Game al het proces van het menselijke verval: hoe het perfecte leven van iemand in elkaar stort en overleven de primaire opdracht wordt. In Fight Club (gebaseerd op de roman van Chuck Palahniuk) breidt hij dat thema zowel narratief als visueel uit en rekt hij zijn mogelijkheden tot het extreme, alsof hij, een Terry Gilliam achterna, wil aftasten hoe rekbaar hijzelf als filmmaker is. Het levert een testosteronfilm op die niet alleen de personages, maar ook de toeschouwers, onverbiddelijk tot moes klopt.
Fight Club opent, letterlijk en figuurlijk, in de geest van een naamloze verteller (Edward Norton). De camera raast door zijn hoofd en zoomt uit naar het geweer dat in zijn mond gehouden wordt. De verteller heeft blijkbaar nog maar drie minuten te leven. Dus hollen we snel terug de tijd in en krijgen we te zien hoe het allemaal zover is kunnen komen. De verteller noemt zichzelf blijkbaar Jack en lijdt aan insomnia. Zijn slapeloosheid grondig beu, klopt hij bij de dokter aan en smeekt om pillen. Maar de dokter stuurt hem wandelen met de mededeling dat hij eens naar de zelfhulpgroep van teelbalkankerpatiënten moet gaan, want dáár zal hij pas met échte pijn gecontronteerd worden. Jack doet het en, inderdaad, de pijn van de patiënten (zoals Bob Paulsen, mooie rol van Meat Loaf) geeft hem de nodige catharsis om rustig te kunnen slapen. Zo wordt hij een verslaafde van allerlei zelfhulpgroepen.
Twee ontmoetingen veranderen Jacks leven. Eerst maakt hij kennis met het kettingrokende wrak Marla Singer (Helena Bonham Carter) die net als hij naar de meetings komt zonder er echt thuis te horen. Hij herkent in haar het bedrog dat hij pleegt en al gauw keert zijn insomnia terug. De andere persoon ontmoet hij op het vliegtuig: Tyler Durden (Brad Pitt), een charismatisch zeepverkoper die recht in de geest van Jack blijkt te kunnen kijken. Nadat Jacks appartement in vuur en vlam opgaat, trekt hij bij Tyler in. Ze sluiten tijdens een nachtje drinken een bondgenootschap. Het is dan dat Tyler aan Jack vraagt hem te slaan. Jack doet het en dat eerste gevecht is de start van wat later bekend zal worden als Fight Club, een geheime ondergrondse club waar mannen samenkomen om, voor hun plezier, te vechten. Fight Club verspreidt zich als een lopend vuur door Amerika. Vechten wordt een vorm van bevrijding. Volgens Tyler kunnen we pas doen wat we willen nadat we alles verloren hebben. Al gauw mondt Fight Club uit in Project Mayhem, een ultra-gewelddadig anarchistisch project dat alle kapitalisme in de kiem wil smoren, om terug te komen tot het absolute nihilistische nulpunt.
Fight Club hoort thuis in een moderne Hollywood-trend die burgerlijke slaafjes van onze huidige maatschappij wil laten veranderen in zelfbewuste rebellen. Het begin van de film maakt duidelijk dat Jack zo'n slachtoffer van onze massaconsumptiemaatschappij is: als ondergeschikte werknemer in een corrupt verzekeringsbedrijf, probeert hij zijn leven stukje voor stukje te vervolmaken, net zoals hij zijn keurig appartement voorziet van Ikea-meubelen. De confrontatie met de non-conformistische Tyler verandert hem compleet. Volgens Tyler zijn de dingen die je bezit niet jouw slaven, maar ben jij de slaaf van de dingen die je bezit. Jack ontsnapt als het ware uit de catalogus van zijn leven en voelt zich als herboren. Tot de film op een totaal onverwachte wending afstevent en we alle dingen die tot dan toe gebeurden in een totaal ander daglicht gaan zien. Een meesterlijke onthulling, een plotwending zoals alleen Fincher ze in beeld kan brengen.
In vele opzichten is Fight Club een grensverleggende Hollywoodfilm en de controverse over of dat een goede of slechte zaak is, zal nog wel een tijdje doorgaan. Er zitten in elk geval scènes in de film die verder gaan dan ooit het geval is geweest op het witte doek. Het moment waarop Tyler en Jack het afgezogen vet van rijke mensen gaan stelen in een liposuctie-ziekenhuis om er zeep van te maken, roept zoveel nazi-herinneringen op, dat het moreel totaal onverantwoord is, zo vinden velen. Natuurlijk zal Fight Club ook weer de discussie aanzwengelen over extreem geweld in films. Zetten zulke films mensen aan tot geweld of zijn de films slechts een reflectie van wat er toch al in onze maatschappij gebeurt? Het antwoord van Fincher in zijn film (en in vele interviews) verdedigt natuurlijk de tweede opvatting. Fight Club laat zien hoe onze maatschappij op een perverse manier aanzet tot geweld en trekt dat beeld tot in het satirische extreme door. En zo kan de film inderdaad als een metafoor (maar niet apologie) voor het fascisme bekeken worden. Maar het gevaar blijft dat heelwat bioscoopgangers de dubbele bodem niet doorhebben en de film als verdediging voor hun gruweldaden gaan gebruiken. Enkelen zullen op de (ongehoord?) gruwelijk realistische gevechtscènes alleen maar kicken. In het Amerikaanse Auburn gingen twintig jongeren met elkaar op de vuist in een poging enkele scènes uit Fight Club te imiteren en in Sao Paulo opende een Braziliaanse student tijdens een voorstelling van de film het vuur met een halfautomatisch geweer. Het is het gevaarlijke risico dat Fight Club neemt. Terecht of niet, dat blijft natuurlijk de vraag.
Hoe dan ook, zowel visueel als narratief zit de film (gemaakt met een budget van 63 miljoen dollar) meesterlijk in elkaar. De voice over onderbreekt de film op verschillende niveaus en doorbreekt de fictionaliteit door op bepaalde momenten de toeschouwer aan te spreken. Wat de personages zeggen zit vol symboliek, dubbele bodems en politiek incorrecte humor, en Finchers boodschap kruipt, wanneer juist begrepen, onder de huid om er lang te blijven irriteren. Ook visueel put Fincher zich tot in het extreme uit, met een samengaan van overgestileerde camerabewegingen en realistische speciale effecten. Zowel Übermensch Brad Pitt als werkmier Edward Norton geven het uiterste van zichzelf en wie de film ziet, zal beseffen dat dat geen geringe prestatie is. Ironisch genoeg leveren ze hier in hun rol sociale commentaar op de sterren die zij in werkelijkheid natuurlijk zelf incarneren.
In tijden waarin het Hollywood vaak aan moed ontbreekt om goeie en andere films te maken, slaat Fight Club inderdaad in als een bom. Het is een visuele, bijna apocalyptische visie op wat wel eens een verloren generatie wordt genoemd. Met beelden die velen diep zullen schokken en antwoorden die sommigen niet zullen vinden, laat de prent alleszins geen levende ziel onberoerd en weigert hij zich neer te leggen bij commercie en conventie. En zo hoort het.
Genre: Drama
Speelduur: 2u19
Regisseur: David Fincher
Acteurs: Brad Pitt, Edward Norton, Helena Bonham Carter, Meat Loaf, Jared Leto