MOVIE: Het is de eerste keer dat een boek van u verfilmd wordt. Bent u niet bang dat de fantasierijke, imaginaire wereld uit uw boeken verloren zal gaan?
MARC DE BEL: Neen, met de verfilming gaat een oude droom in vervulling. Mijn verhalen zie ik altijd eerst in de vorm van filmbeelden in mijn hoofd. Voor ik begin te schrijven zie ik alles visueel en pas daarna zet ik alles om in woorden. Ik tap de woorden af van de beelden die ik in mijn gedachten heb, dus een film is eigenlijk de bekroning van mijn werk.
MOVIE: De beelden zullen altijd anders zijn dan hoe u ze gedacht had. Had u geen schrik uw 'kind' uit handen te geven aan de eerste de beste scenarist?
MARC DE BEL: Rudi Van Den Bossche, de scenarist, is zeker niet aan zijn proefstuk toe. Hij schreef onder meer Reis onder de Wolken dat een vermelding kreeg voor de staatsprijs van de Vlaamse Gemeenschap. Toch had ik op elke pagina van het eerste, ruwe scenario ongeveer tien opmerkingen. Vergeet daarbij niet dat het scenario 120 pagina's telde! Het waren wel details, want het geheel sloot goed aan bij het boek. We zijn uiteindelijk tot zes versies gekomen.
MOVIE: Zijn er veel passages gesneuveld uit het boek?
MARC DE BEL: Toch wel een aantal. Het boek telt ongeveer 300 pagina's, wat veel te veel is om allemaal te verwerken in een scenario. Dat zou een film van vijf tot zes uur opleveren. Voor mij geen probleem; maar voor veel anderen wel natuurlijk. Dus moesten we gaan knippen, een pijnlijk moment.
MOVIE: Had u ook inspraak bij het kiezen van het hoofdpersonage?
MARC DE BEL: Ja, in een gesprek op voorhand met de regisseur heb ik Blinker tot in de kleinste details beschreven. Hij wist dus wel ongeveer naar wie hij moest zoeken en wie ik verwachtte als protagonist. Dat is ook de reden waarom ik niet op alle audities aanwezig was. Ik vertrouwde hem wel. Het blijft natuurlijk iets persoonlijk. De Blinker die ik voor mij zie zal nog niet helemaal hetzelfde zijn als jij hem ziet. Hoe goed de beschrijving vooraf ook mag zijn.
MOVIE: Was u aanwezig bij de opnames om alles een beetje in het oog te houden?
MARC DE BEL: Neen. Ik was wel vaak daar om te kijken hoe de zaak vorderde, maar niet om te controleren. Daar heb ik me bewust buiten gehouden. Op het moment van de opnames zijn ongeveer dertig mensen heel intens aan het werken, als ik me daar dan nog eens ga in mengen loopt het helemaal in het honderd!
MOVIE: U werd voor u boeken reeds zestien maal bekroond door verschillende kinderjury's. Hoopt u dat de film ook in de prijzen valt?
MARC DE BEL: Natuurlijk hoop ik dat hij in de prijzen valt, maar niet voor mezelf. Ik heb een haat-liefde verhouding met bekroningen en dergelijke. Telkens als ik iets win wordt mijn eer gestreeld, maar toch heb ik de pest aan dat prijzengedoe. Ik kan het niet goedkeuren. Ook pedagogisch niet. Want wie beslist dat het ene zoveel beter is dan het andere? Waarom moet men zonodig de beste eruithalen ? Dat is toch voor niets nodig. Als het aan mij lag riep ik die hele prijzenslag een halt toe.
MOVIE: Nog een laatste vraagje over een intrigerend personage uit de film, Mats, een mentaal gehandicapte jongen. Is het waar dat Mats echt bestaat?
MARC DE BEL: Ja. Mats is een goeie vriend van mij. Als klein kind heeft hij ooit een zware ziekte gehad en hij is in die leeftijd blijven steken. Hij is een heel grote en sterke man, een sterke beer zou je kunnen zeggen, maar binnenin is hij een kleutertje van vijf jaar oud.