BOEKBESPREKING: CG 101

De geschiedenis van Computer Garphics

De magie achter de speciale effecten lijkt met de onstopbare opkomst van computers verdwenen. Als we de populaire media mogen geloven zijn alle effecten tegenwoordig met de computer gemaakt. Punt. Een stelling die niet alleen volledig fout is, maar ook één waar de lezer ook niks mee kan aanvangen vermits een dergelijke uitleg nu niet bepaald zwanger staat van de correcte en gedetailleerde informatie.

Termen als texture mapping, motion capture, compositing, wireframes, inverse kinematics, procedural animation of particle systems, zijn op een indrukwekkend snelle manier ingeburgerd geraakt in het jargon van een moderne filmmaker. Wie tegenwoordig dus nog mee wil zijn (en zich niet wil laten vangen door overgesimplifieerde en incorrecte informatie) moet zich dringend bijscholen.

Wie dus iets dichter bij de waarheid wil geraken moet dringend het boek CG 101: A Computer Graphics Industry Reference op de kop trachten te tikken. Volgens schrijver Terrence Masson is het de eerste duidelijke en volledige referentie van de geschiedenis van Computer Graphics.

In elf vlot geschreven hoofdstukken (en vier appendices) overloopt hij term na term, somt hij de meeste grafische- en animatiepakketen op, en geeft hij tekst en uitleg bij de belangrijkste technieken die in de loop der jaren zijn ontwikkeld. Ruim genoeg om de meeste (meer technische) fx-artikels aan te kunnen. Maar de echte kracht van dit 500 bladzijden tellend naslagwerk is terug te vinden in de meer historische hoofdstukken. Terrence Masson (zelf een Visual Effects Director bij Industrial Light and Magic) geeft onder meer een overzicht van alle historische belangrijke computer graphics bedrijven.

Zo komen legendarische bedrijven als MAGI/Synthavision, Digital Productions en Triple-I ruim aan bod, naast de meer gekende fx-huizen als Industrial Light and Magic en Pacific Data Images. Masson maakte de bewuste keuze om enkel bedrijven die vóór een bepaalde periode het CGI-strijdperk betraden op te nemen in zijn lijst. Zo wordt bijvoorbeeld Digital Domain niet vermeld in zijn historisch overzocht. Dat wordt echter ruimschoots goedgemaakt door de enorme overvloed aan gegevens die in de mini-geschiedenissen verborgen zitten. Legendarische namen als Alvy Ray Smith, Ed Catmull, Gary Demos, John Whitney Jr en Robert Abel komen keer op keer terug opduiken. Pioniers wiens verhaal uit de beginjaren menig verwend computerliefhebber de stuipen op het lijf zal jagen.

Masson begint zijn Computer Graphics Tijdlijn in de jaren 40, met het eerste met de Radiosity-techniek berekend computerbeeld. Deze (trage) techniek kreeg zijn modern jasje in 1984, en werd pas dit jaar bij het 'grote publiek' bekend door het met een oscar beloonde Bunny (van Blue Sky Studios)... Om maar aan te tonen dat (bijna) niks zomaar uit de hemel komt vallan. Wie ooit in contact kwam met computer graphics zal met veel plezier de opkomst van de Z-buffer, Phong en Gouraud shading nalezen, en genieten van de leuke kleine anecdotes.

Het enige nadeel aan het boek is dat het slechts een snapshot is van de huidige technologie. Het is een snel evoluerende industrie zodat je nu eigenlijk al verplicht bent om geld opzij te leggen voor de onvermijdelijke tweede editie. Let wel: dit is geen boek over de geschiedenis van speciale effecten, maar enkel over computer graphics (met de nadruk op animatie). Ook spelletjes-liefhebbers zullen waarschijnlijk hun geliefkoosde grafische kaart missen.

Wie in bovenstaande bespreking bij een of andere term het noorden is kwijtgeraakt kan maar best onderstaande gegevens noteren:

Titel: CG 101: A Computer Graphics Industry Guide
Auteur: Terrence Masson
Uitgeverij: New Riders
Prijs: 39.99 dollar
1sbn: 0-7357-0046-X