EUROPEAN FILM AWARDS '99

There's no business like showbusiness

In Berlijn werden op 4 december voor de twaalfde keer de European Film Awards uitgereikt. Noem het het kleine broertje van de oscars, maar stilaan hechten ook meer en meer mensen belang aan het zilveren beeldje dat in 1988 in het leven werd geroepen door de European Film Academy.

De Academy telt leden uit nagenoeg alle Europese landen en allen hebben ze natuurlijk iets te maken met cinema: regisseurs, acteurs, scenaristen, componisten, bioscoopuitbaters, enz. Samen buigen ze zich elk jaar opnieuw over alle Europese films of coproducties, meer dan zevenhonderd, als we er het programmaboekje op napluizen. Een hele klus, als je het ons vraagt, maar al bij al ziet het palmares er dit jaar niet zo verrassend uit. Natuurlijk blijven zulke awards bovendien niet meer dan een reden om elkaar in de bloemetjes te zetten, maar zo gaat het er bij pakweg de oscars of de Joseph Plateau prijzen ook aan toe en laten we eerlijk zijn: there's no business like showbusiness.

De gedoodverfde winnaar dit jaar was Pedro Almodovar. In Cannes moest hij - zeer tot ongenoegen van de man zelf - de duimen leggen voor de broertjes Dardenne, die overigens ook genomineerd waren in de categorie beste film, maar in Berlijn kreeg hij waar hij ook meende recht op te hebben. Todo Sobre Mi Madre ging aan de haal met de European Film Award voor beste film, terwijl Almodovar zelf nog eens de People's Choice Award kreeg als beste regisseur. Dat hij het in die eerste categorie haalde van onder andere het pretentieloze Fucking Amal (Lukas Moodyson), de derde Dogma-prent Mifune (Soren Kragh-Jacobsen), het charmante, maar inhoudsloze Notting Hill (Roger Michell) en uiteindelijk ook van het Belgische Rosetta (Jean-Pierre en Luc Dardenne) lag al in de lijn van de verwachtingen, maar dat het Europese publiek ook hun voorkeur gaf aan de Spaanse regisseur was wel een verrassing. Een overgelukkige en duidelijk ook mediageile Almodovar haalde het daarmee onder andere van Roger Michel, Jan De Bont en Bruno Dumont, wiens meesterlijke L'Humanité verder bijna niet meer op de lijst met genomineerden voorkwam.

België had nog een kleine hoop om toch nog met iets anders dan lege handen naar huis te gaan, want in de categorie beste actrice waren zowel de Waalse Emilie Dequenne (Rosetta) en de Franse Nathalie Baye (Une Liaison Pornographique) genomineerd, maar uiteindelijk haalde Spanje ook in de categorie zijn slag thuis en ging Cecilia Roth (Todo Sobre Mi Madre) met de prijs aan de haal. En zo leek het hele opzet wel een soort landenkampioenschap, vooral dan als je stilletjes hoopt dat ze België niet over het hoofd zien. Het mag dan al niet zo goed met de Vlaamse cinema, maar op momenten van prinselijke huwelijken voelt iedereen zich toch nog maar eens Belg.

Het overhandigen van de award aan Cecilia Roth, aan het begin van de avond, was het startschot voor de prijzenregen die Almodovar uiteindelijk te beurt ging vallen. Even zag het er echter naar uit dat één film nog roet in het eten (of de paella) ging stroo ien, want ook Sunshine (István Szabó) ging in de loop van de avond met enkele beeldjes naar huis. De prent komt bij ons (en in de meeste Europese landen) pas volgend jaar in roulatie, maar op het Toronto Film Festival, waar de film in première ging, werd h ij alvast bedolven onder lovende kritieken. Sunshine vertelt het episch verhaal van een Hongaarse Joodse familie door de jaren en generaties heen. Ralph Fiennes, die in de film drie verschillende rollen speelt, kreeg de award voor de beste acteur en haalde het daarmee van onder andere Rupert Everett (An Ideal Husband), Ray Winstone (The War Zone) en Philippe Torreton (Ca Commence Aujourd'hui). De andere prijzen voor Sunshine gingen naar Lajos Koltai, die de cinematografie voor zijn rekening nam, en Istvánó Szabo zelf, die samen met Israel Horovitz werd beloond voor het meer dan driehonderd pagina's tellende scenario van de film.

Andere opvallende winnaars waren Sean Connery en Catherina Zeta-Jones, die respectievelijk de People's Choice Award kregen voor beste acteur en actrice voor hun rollen in de film Entrapment, en The Straight Story, die aan de haal ging met de Screen International Award. David Lynch kwam zelf de prijs in ontvangst nemen en wist op de receptie achteraf nog te vertellen dat hij al bij al niet zo verrast was om deze prijs van een Europese jury te krijgen omdat hij de film ook heel universeel noemt. Wie zijn wij om dat tegen te spreken?

Nog een universele prent is ongetwijfeld Buena Vista Social Club, de documentaire van Wim Wenders over de gelijknamige Cubaanse groep die samen met Ry Cooder wereldwijd nu al miljoenen exemplaren aan de man brachten van hun titelloze debuutplaat. Wenders werd terecht bekroond met de Prix Arte voor de beste documentaire, terwijl de Belgische film Mobutu, Roi du Zaire, in dezelfde categorie nog een speciale vermelding meekreeg.

Om de avond tenslotte nóg aantrekkelijker te maken, kreeg een duidelijk erkentelijke Ennio Morricone een Lifetime Achievement Award en werden Roman Polanski en Antonio Banderas bedankt voor bewezen diensten met een award voor European Achievement in World Cinema. Polanski vroeg zich af of het een hint was om er mee op te houden, terwijl Banderas zich al gelukkig prees dat hij - naar eigen zeggen - eens een prijs in ontvangst mocht nemen omdat hij tot nu toe nooit verder geraakt was dan een nominatie. Banderas, die nu ook zijn regiedebuut maakte met Crazy In Alabama (in België straight to video), werd bovendien geflankeerd door echtgenote Melanie Griffith, maar moest na de persconferentie al meteen terug naar Israël om daar zes uur later alweer op de set te staan van The Body.

Tot slot nog dit: Benvenuto in San Salvario (Enrico Verra) was de beste Europese korte film, The War Zone, het regiedebuut van Tim Roth, kreeg de Fassbinder Award voor European Discovery, en Adieu, Plancher des Vaches (Otar Iosseliani) kreeg de Prix Fipresci van de verzamelde Europese pers. De Britse komiek Mel Smith, die de awards presenteerde, maakte er nog een gesmaakt grapje over aan het adres van de aanwezige critici en daarmee was de kous er voor dit jaar opnieuw af.

Tot in de vroege uurtjes werd er nog flink nagekaart over het palmares, maar met een goody bag in de hand keerden wij al vroeg terug naar het hotel omdat tijdens het weekend in Berlijn ook verschillende debatten werden georganiseerd over de toekomst van de Europese film, maar - toegegeven - ook wel een klein beetje omdat we er nog nooit waren geweest en we zo'n kans toch niet konden laten liggen. De kans dat we David Lynch samen met Melanie Griffith zouden betrappen op een striptease act was uiteindelijk toch nogal klein, maar verder gaat het goed met de Europese cinema. Zolang we de European Film Awards mogen geloven, welteverstaan, die overigens live werden uitgezonden in de meeste landen van Europa (Canal+ voor België).

Laten we er nog vlug een moraal van het verhaal aan toevoegen: Europese films doen het grotendeels niet goed in andere landen of zelfs in eigen land, maar af en toe wat meer glitter & glamour en iets minder ernst over hoe slecht het wel allemaal gaat, kan zeker geen kwaad.