Tot spijt van wie het benijdt, was het filmevenement van 1999 natuurlijk de release van Star Wars: Episode One - The Phantom Menace, niet alleen met gemak de meest gehypte film van het afgelopen jaar, maar wellicht ook van de afgelopen eeuw. In de Verenigde Staten ging de film waar men zestien jaar op had gewacht op 19 mei in première, een dag die het openbare leven zo goed als lam legde. Zes weken voor de release van de prent werden al mensen voor de bioscoopzalen gesignaleerd om een kaartje te bemachtigen en toen de film eindelijk in de zalen kwam, barstte de bom: 28,5 miljoen dollar bracht de prent tijdens zijn eerste dag op. Zoiets had men nog nooit meegemaakt. The Phantom Menace brak intussen alle records die er te breken vallen - behalve één. Tot nader orde blijven Titanic (bijna 2 miljard) en Jurassic Park (bijna 1 miljard) over de hele wereld de meest succesvolle films. The Phantom Menace bleef steken op een derde stek, met 915 miljoen dollar. Een magere troost voor al die critici, die de prent met de grond gelijk maakten. Over de kwaliteit van de film (en dan vooral het scenario, de acteerprestaties en de aanwezigheid van ene Jar Jar Binks) kan men inderdaad oeverloos debatteren, over de impact van de prent op het filmjaar niet. Die was heel groot.
The Phantom Menace deed de kassa's rinkelen (ook, zij het niet overdreven, in België), maar de meest winstgevende film van het jaar was het niét. Die eer viel te beurt aan een film die het horrorlandschap met één pennetrek hertekende: The Blair Witch Project. Met een budget van 100.000 dollar kon de film van Daniel Myrick en Eduardo Sanchez een winstmarge van vierduizend procent in de boekhouding bijschrijven. Werkelijk onvoorstelbaar. De film leverde ook enkele van de meest angstaanjagende beelden van het jaar op. Voor velen zal de speech van Heather Donahue of de finale seconden in het huis nog wel in nachtmerries opdoemen. The Blair Witch Project was bij wijlen niet alleen scary as hell, hij stond ook symbool voor de kaakslag die de indies de grote studio's dit jaar toebrachten. En dat is goed nieuws, want hoewel die major studio's ons nog steeds proberen murw te slaan met oppervlakkige mainstream films, gaat een ander deel van filmland steeds meer op zoek naar een alternatieve manier van vertellen. Dit jaar kregen we zo onder meer - naast de Dogma-films Idioterne, Festen en Mifune - Run Lola Run, Pi, Cube, Fight Club, The Matrix en, op de valreep, Being John Malkovich. Die trend lijkt zich ook volgend jaar verder te zullen zetten met films als Requiem for a Dream van Darren Aronofsky (Pi), O Brother Where Art Thou (de nieuwe Coen), American Psycho naar Bret Easton Ellis en Magnolia van Paul Thomas Anderson.
Wie Phantom Menace en Blair Witch zegt, moet daar onmiddellijk ook Eyes Wide Shut aan toevoegen en dan krijg je zowat de ruggegraat van 1999. De film was al legendarisch voor hij in de zalen kwam, maar werd, o ironie, helemaal onsterfelijk toen op 7 maart Stanley Kubrick na een hartaanval op 70-jarige leeftijd zijn ogen voorgoed sloot, net na het afwerken van Eyes Wide Shut. De prent met Tom Cruise en Nicole Kidman in de rollen van hun leven kon rekenen op heelwat bijval bij de critici, maar bleef commercieel dan weer onderschat. En bezorgde censoren nachtmerries toen ze de schaar moesten zetten in een zinderende orgiescène. Met Kubrick verloor de filmwereld een legende, maar de Dood spaarde ook voor anderen zijn zeis niet. Onder meer Joe DiMaggio, Oliver Reed, DeForest Kelley, Mario Puzo en Desmond Llewelyn stierven. De Amerikaanse filmcriticus Roger Ebert verloor zijn professionele wederhelft Gene Siskel. Aan de andere kant van het geluksuniversum gaven enkele Hollywoodsterren hun 'ja'-woord aan het altaar: Christopher Lambert, Casper Van Dien, Reese Witherspoon (met Ryan Phillipe nota bene), Courtney Cox (met David Arquette), Jean-Claude van Damme, Helen Hunt (met Hank Azaria), Martin Scorsese, Juliet Lewis en Pierce Brosnan, die met The World is Not Enough in de jaarlijkse Bondfilm te zien was.
Genregewijs werd 1999 gekenmerkt door de val van de horrorfilm en de hegemonie van de teenage flicks. Tieners in films trekken immers ook tieners aan en dat had Hollywood met onder meer Cruel Intentions, She's All That, Election, Never Been Kissed, Sexual Provocation, Varsity Blues en American Pie goed bekeken. Alleen jammer dat de kwaliteit meestal varieerde tussen slecht en heel slecht. The Blair Witch Project trok een streep onder het Scream-tijdperk. Kevin Williamsons The Faculty mocht in het voorjaar nog goed boeren, zijn regiedebuut Teaching Mrs. Tingle (van naam veranderd na het Columbine-drama) flopte artistiek en commercieel, de aanwezigheid van Katie Holmes ten spijt. Met Disturbing Behaviour, Urban Legend en I Still Know What You Did Last Summer beleefde de Scream-afkooksels hopelijk hun laatste stuiptrekkingen. Bride of Chucky, The Mummy en Deep Blue Sea waren amusante pogingen om een nieuw soort humor aan horror te koppelen, maar ook Neil Jordans In Dreams (waar men veel van verwachtte) en Jan de Bonts The Haunting waren het bekijken nauwelijks waard. Carrie II en Wishmaster II waren de obligate sequels van het jaar; Apt Pupil (van Brian Singer, naar Stephen King) en John Carpenter's Vampires haalden de Belgische bioscopen zelfs niet. En Gus Van Sants controversiële shot-for-shot remake van Alfred Hitchcocks Psycho veroorzaakte uiteindelijk veel minder deining dan men verwachtte.
Op SF-gebied overheerste Star Wars op zo'n manier de gemoederen, dat er voor de anderen nauwelijks kruimels overbleven. Wie herinnert zich bijvoorbeeld de nieuwe Star Trek-film? Insurrection heette die, maar geen kat die hem zag. Gelukkig was er ook nog zoiets als virtuele realiteit, hét modewoord van het jaar in onder meer The Ninth Floor, eXistenZ en The Matrix. Die laatste film van de geschifte Wachowski-brothers klom in de Amerikaanse box-office naar de 200 miljoen dollar, en verdeelde de filmkritiek in twee kampen. Geniaal volgens de enen, filosofie voor kinderen volgens de anderen. Hoe dan ook introduceerden de Wachowski's een manier van filmen die nu al deels het landschap van film en reclamevideo dicteert. De grote actiefilms bleven in 1999 achterwege. Geen Van Damme in de zalen, geen Stallone, geen Seagal, geen Willis ook (al schittert die vanaf 1 januari wel in The Sixth Sense). Arnold Schwarzenegger maakte na een hartoperatie zijn comeback met de millenniumfilm End of Days, waarin de Duivel de ondergang van de aarde wil. Will Smiths mega-spektakel Wild Wild West kraakte in de zomer onder teveel domme effecten en brak net als bijvoorbeeld Inspector Gadget financieel doormidden. Met Rush Hour en The Corruptor maakten respectievelijk Jackie Chan en Yun-Fat Chow hun Hollywoodse overstap. De meeste thrillers haalden een middelmatig niveau: Entrapment, The Astronaut's Wife en The Thomas Crown Affair gleden gladjes binnen, maar even snel ook weer buiten.
In tekenfilmland ging de strijd tussen Disney en De Rest ongemoeid verder. De Grote Muis veegde met het hilarische A Bug's Life en het vooral technisch heel knappe Tarzan de verzamelde concurrentie zonder medelijden van tafel, hoewel Dreamworks' Prince of Egypt en Warner Brothers The Iron Giant op lovende kritieken konden rekenen. Marketingsgewijs heeft Disney echter lichtjaren voorsprong op alle andere filmmaatschappijen. In het romantische genre lachte 1999 vooral Julia Roberts toe. Zij scoorde met het heel erg grappige Notting Hill het grootste Engelse succes ooit: de film bracht in Amerika 116 miljoen dollar op. Niet alleen de verdienste van La Roberts natuurlijk. Ook de scherpe pen van Richard Curtis en de aanwezigheid van een immer stotterende Hugh Grant zaten daar voor iets tussen. Toch kon Roberts later op het jaar het succes nog eens overdoen met Runaway Bride, waar ze opnieuw opa Richard Gere tegen het lijf liep: weer eens 150 miljoen in the pocket. Die twee andere schattige knuffels - Meg Ryan en Sandra Bullock - waren dit jaar in de zaal met You've Got Mail en Forces of Nature. Tweemaal voer voor zakdoekfans terzake. Viel er ook te lachen dit jaar? O ja, wie daar zin in had, kon zijn hart ophalen met ondermeer Analyze This, Bowfinger, Austin Powers: The Spy Who Shagged Me, Blast From the Past, Mafia, Patch Adams, The Out-of-Towners, of Wrongfully Accused. The Waterboy en Big Daddy lanceerden in Amerika een nieuwe Jim Carrey: Adam Sandler, wiens grappen jammergenoeg nóg smakelozer en platvloerser bleken dan die van zijn voorganger.
Rest nog de categorie drama, waarin het wonderboy Edward Norton was die twee keer heel heftig aan de boom schudde. Een eerste keer liet hij het publiek totaal verstomd achter in het geniale American History X, waarin hij gestalte gaf aan een neonazi. Een tweede keer mocht hij samen met Brad Pitt op de vuist gaan in het extreem-gewelddadige Fight Club van David Fincher, een film die het festival van Venetië op zijn grondvesten liet daveren. Volgens tegenstanders van de film waren de gevechten in bijvoorbeeld Auburn en Sao Paulo (waar een Braziliaanse student tijdens een voorstelling het vuur opende) een rechtstreeks gevolg van de film. Meteen werd ook de discussie over realistisch geweld in films op de drempel van 2000 weer geopend. In het dramagenre was het ook uitkijken naar Luc Bessons terugkeer, maar de spektakelman ging zwaar over de schreef met Joan of Arc. Andere films ontgoochelden niet: Lulu on the Bridge bijvoorbeeld, of A Simple Plan, Todo Sobre Mi Madre, Rounders, Shakespeare in Love, The Straight Story, La Vita e Bella en The Winslow Boy. Allemaal films die eigenlijk meer dan een loutere vermelding verdienen. Net zoals Terrence Malick eigenlijk meer is dan een voetnoot in een overzicht. De legendarische regisseur maakte na twintig jaar zijn comeback met The Thin Red Line, een film die het filmisch forum nog maar eens in tweeën sneed. Van al deze films ging Shakespeare in Love medio maart met de hoogste filmeer lopen: de film die een mogelijke ontstaansgeschiedenis van Shakespeares Romeo and Juliet uit de doeken doet, won zeven oscars, waaronder die voor beste film en beste actrice (Gwyneth Paltrow). La Vita e Bella maakte het feest voor Miramax compleet met de oscar voor beste buitenlandse film en beste acteur (Roberto Benigni). Voor Saving Private Ryan kreeg Spielberg alleen een beeldje als beste regisseur. Terrence Malick moest met lege handen weer in filmisch ballingschap.
Twee opvallende constataties in ons eigen Belgenlandje: in Vlaanderen lijkt men zich meer en meer op de jeugdfilm toe te leggen en in Wallonië kende het realistische drama zijn hoogtepunt. Rosetta van de gebroeders Dardenne ging midden mei aan de Azurenkust immers lopen met de Gouden Palm op het prestigieuze filmfestival van Cannes en klopte daarmee favoriet Todo Sobre Mi Madre van Pedro Almodovar. De 17-jarige Emilie Dequenne, die de rol van de strijdende Rosetta speelde, werd bovendien beloond met een (gedeelde) Palm als beste actrice. In Vlaanderen tierde de jeugdfilm welig: Vincent Bal draaide Man van Staal, Dany Deprez De Bal en Marc De Bel zag zijn Blinker tot groot jolijt van velen eindelijk verfilmd. Maar het was Kabouter Plop, de immens populaire Studio 100 coryfee, die met De Kabouterschat het meeste geld in de lade bracht. Voor geldschieter Kinepolis in elk geval genoeg om in 2000 de Kiekeboe-verfilming op ons los te laten. In het volwassenwereldje was het vaak klungelen geblazen. Paul Cox wilde met zijn Father Damian Stijn Coninx en Daens achterna, maar zijn heldenepos flopte jammerlijk. Nog voor de prent in de zalen kwam, lag hij overigens al overhoop met de producenten die een kortere versie van de prent wilden. Later kon Cox een beetje de meubelen redden met een gehermonteerde versie, die vooral op Molokai hoge ogen scoorde. Verder bleken zowel Film 1 van Willem Wallyn, Shades van Erik van Looy als Vergeten Straat van Luc Pien vooral financiële mega-flops. Een andere Belgische prent, Une Liaison Pornographique van Frédérique Fonteyne, was typerend voor het doorbreken van het taboe cinemakseks. In Amerika zetten ze er nog steeds duchtig de schaar in, maar in Europa lijkt nu zowat alles toonbaar. Hoewel dat in het geval van Romance X bijvoorbeeld eerder sááie dan boeiende cinema opleverde.
Een einde betekent altijd ook weer een nieuw begin, en 2000 kondigt zich filmisch spannender aan dan ooit. Het jaar begint alvast goed met de release van The Sixth Sense, een film die volgens velen (en volgens ons ook terecht) het eerste meesterwerkje van de nieuwe eeuw wordt genoemd. Het wordt weer een jaar waarin kwaliteit en hype tegenover elkaar in de ring zullen staan, met films als The Insider, American Beauty en The Green Mile lijnrecht tegenover Toy Story 2, Mission: Impossible 2 en Scream 3. Het wordt een jaar ook zónder Stanley Kubrick en eentje waar de gevestigde waarden zoals Oliver Stone, Sydney Pollack, Rob Reiner, Francis Ford Coppola, Martin Scorsese of Steven Spielberg het danig te verduren zullen krijgen van nieuw aanstormend talent. Gelukkig dat in filmland die ene regel ook in 2000 overeind zal blijven: blockbusters kunnen zinken en kleine films zegevieren. Dat was ook in 1999, het jaar waarin we met de ogen wijd open naar spoken en heksen keken, niet anders.
De hele ploeg van Movie wenst u een schitterend (film)jaar 2000 toe!