Niet al die verwachtingen werden ingelost: hoewel Eyes Wide Shut behoorlijk goed van muziek was voorzien, bevatte de film slechts een kwartier originele muziek van Jocelyn Pook en bleef het monotone pianogehamer van Ligeti de kijker wellicht langer bij dan de avantgardistische muziek van Pook zelf. Elfmans Psycho was oké, maar niet bijzonder en Goldsmith deed z'n ding voor The Mummy en The 13th Warrior, wat in dat laatste geval een erg amusante score opleverde, maar ook niet meer dan dat. Ook de grote naam van vorig jaar, James Horner, die in 1998 alle soundtrackrecords brak met zijn muziek voor Titanic, leek in 1999 zo goed als van het toneel verdwenen. Zijn score voor Mighty Joe Young was functioneel, maar borduurde te zeer voort op wat we al van hem kenden, en van zijn muziek voor de IMAX-film The Great Migration verscheen niet eens een soundtrack.
Ook van de andere grote namen viel weinig spectaculairs te rapen: Elmer Bernstein scoorde Wild Wild West, maar noch de film, noch de muziek zijn eigenlijk een vermelding waard in een jaaroverzicht. John Barry componeerde de muziek voor een drietal films, maar de meeste van zijn scores werden geweigerd of deels vervangen door andere muziek. Patrick Doyle deed hetzelfde, maar één werd afgekeurd (Stepmom); de andere twee zijn bij ons nog niet uitgebracht.
Neen, de echte parels vielen dit jaar - zoals zo vaak - te rapen bij de sleeper hits en kleinere films. We maakten naar jaarlijkse traditie een persoonlijke selectie van de tien beste soundtracks van het afgelopen filmjaar in de Benelux. Dat wil zeggen dat alleen die soundtracks in aanmerking komen van films die tussen 1 januari en 31 december 1999 in de Benelux in de zalen kwamen.
Onze selectie, in alfabetische volgorde:
- Beloved (Rachel Portman)
- Ever After (George Fenton)
- Fight Club (The Dust Brothers)
- Hillary & Jacky (Barington
Pheloung)
- Oscar and Lucinda (Thomas Newman)
- The Phantom Menace (John Williams)
- The Red Violin (John Corigliano)
- A Simple Plan (Danny Elfman)
- A Soldier's Daughter Never Cries
(Richard Robbins)
- Straight Story (Angelo Badalamenti)
De nieuwe film van Jonathan Demme (The Silence of the Lambs, Philadelphia) mag dan wel niet het commerciële succes geworden zijn, waar iedereen op had gehoopt, maar de score die de Britse componiste Rachel Portman voor Beloved schreef was desalniettemin één van de indrukwekkendste muzikale prestaties van het jaar. Het muzikale hoofdthema, Uguru, voor Afrikaans koor en etnisch orkest hangt over de film als een donkere donderwolk, maar voorziet het geheel ook van het magische gevoel dat bij de vertaling van Toni Morrisons boek naar het grote scherm, geheel verdween. De monothematische score van Portman beklijft zonder oversentimenteel te zijn, en is in zijn minimalistische aanpak duizend keer sterker dan een traditionele Hollywoodscore bij deze film had kunnen zijn.
George Fenton componeerde voor Ever After, een moderne Assepoesterverfilming, een sprookjesachtige score waarbij hij geheel trouw bleef aan zijn Britse idioom. De afwisselende score voor groot orkest en solo-instrumenten kreeg van Decca een riante soundtrack, met zo goed als alle muziek uit de film. Het hoofdthema voert de luisteraar binnen in de magische wereld van Cinderella, maar Fentons beheerste muziek doet meer dan alleen maar emoties oproepen: Fentons Ever After bevat veel muziek in klassieke stijl die de film een degelijke muzikale context bezorgt. Na Shadowlands en Dangerous Beauty, opnieuw een prachtige score van Fenton.
Dat David Fincher na Seven en The Game geen beroep meer deed op Howard Shore vonden fans van de intrigerende muziek die Shore voor die films componeerde jammer. Toen bleek dat Shore werd vervangen door de techno-trip-hop- hardcore-formatie The Dust Brothers, was het hek al helemaal van de dam. Hoewel de muziek die The Dust Brothers voor Fight Club componeerden allesbehalve alledaagse filmmuziek is, is het de perfecte muziek voor een anarchistische film als deze. Van het snerende gitaargejank onder de psychedelische generiek tot de steeds terugkerende binaire technodreunen om de twee persoonlijkheden van Tyler Durden te beklemtonen, was dit een score die naadloos bij de beelden paste en perfect geïntegreerd was in de vele source music die de film lardeerde.
Eén van de allerbeste films van het jaar bevatte ook één van de allermooiste scores van het jaar: Hillary & Jacky, voorzien van muziek door Barrington Pheloung. Pheloung, vooral bekend van zijn muziek voor de tv-serie Inspector Morse, componeerde voor Hillary & Jacky een intieme score waarin hij de cello centraal stelde. Nooit probeert Pheloung de muziek te imiteren die op de concerten van Du Prez gespeeld werd; in zijn eigen score blijven zijn eigen stem en roots (de gitaarmuziek) ten alle tijde herkenbaar. Wanneer de film op het eind de sporen verliest en neigt over de slaan in ongeremd melodrama, dan is het Pheloungs muziek die het paard stevig bij de teugels vastgrijpt en de ingetogenheid van alles wat vooraf gaat volhoudt.
Voor Oscar and Lucinda componeerde Thomas Newman een score in de stijl van zijn vorige score voor regisseur Gillian Armstrong, Little Women. Newmans muziek kreeg de AFI Award voor beste score en kreeg uitmuntende reviews. En terecht: Oscar and Lucinda is Newman op zijn best: het prachtige hoofdthema voor koor wordt afgewisseld met ambient-achtige stukken muziek voor synthesizer en strijkers voor de zee en het water. De cd van Oscar and Lucinda die door Sony Classical werd uitgebracht lijdt een beetje onder een slechte sequencing en een overdaad aan muziek, maar als muziek op zich is Newmans score voor Oscar and Lucinda een indrukwekkende maar beheerste prestatie van een componist die nog altijd te zeer en te vaak onderschat wordt.
En dan was er natuurlijk Star Wars. The Phantom Menace was niet alleen het grootste commerciële succes van 1999, maar wellicht ook één van de grootste teleurstellingen van het jaar. Zowat het enige aspect van de film waar niemand in teleurgesteld was, op de special effects na dan, was John Williams' muziek. Het hoofdthema van de film, Duel of the Fates, was één van de donkerste en meest energieke stukken muziek die Williams ooit componeerde, en het elegische thema van Luke Skywalker grijpt van bij de eerste noten al naar de keel. The Phantom Menace was zo'n beetje de enige zwaar geanticipeerde filmscore die niet teleurstelde dit jaar; zelfs op 66- jarige leeftijd bewijst Williams nog keer op keer dat hij de allergrootste filmmuziekcomponist van onze tijd is.
The Red Violin was een buitenbeentje, een film die haast ongemerkt in onze zalen verscheen en er weer uitglipte, maar op zij die hem te zien kregen een onuitwisbare indruk achterliet. Dat had voor een groot deel natuurlijk te maken met de score van John Corigliano. Corigliano is een orkestcomponist die slechts heel zelden filmmuziek schrijft (The Red Violin is zijn derde filmscore in twintig jaar). Corigliano componeerde eerst een driedelige concertsuite met de belangrijkste thema's en pas nadat dit stuk in premiere was gegaan in San Francisco, begon hij met het schrijven van de score, op basis van deze suite. De muziek, voor viool en strijkorkest, wordt op de soundtrack indrukwekkend uitgevoerd door Joshua Bell en Esa-Pekka Salonen; de soundtrack is zonder meer één van de meest pakkende luisterbelevenissen van het afgelopen jaar.
Danny Elfman schreef aan het begin van de jaren negentig enkele grote bombastische scores waarmee hij enorme naamsbekendheid binnenhaalde: Batman, Edward Scissorhands, Beetlejuice. Toen hij steeds meer getypecastet werd om gelijkaardige films van muziek te voorzien, besloot hij aan het eind van de jaren negentig resoluut een andere weg te kiezen en koos hij voor intimistischer films waar hij een meer experimentele kant van zijn talent kon laten zien. A Simple Plan is daar een perfect voorbeeld van: Elfmans score voor deze film is een geluidslandschap van allerlei akoestische en elektronische samples die samen worden geweven tot een organisch geheel dat over de film wordt gedrapeerd als het wit van de sneeuw waarin het hele verhaal baadt. Allesbehalve traditionele filmmuziek, dat wel, maar zonder twijfel hoogst origineel en beklijvend.
Richard Robbins is al enkele jaren zo'n beetje het best bewaarde geheim uit de filmmuziekwereld. Al jaren aan een stuk componeert hij als protégé van Philip Glass uitmuntende score na uitmuntende score, maar toch blijft hij - ondanks enkele oscarnominaties en zijn jarenlange samenwerking met het Merchant-Ivory-team - een minder bekende naam. Onterecht! Dit jaar componeerde hij onder meer de muziek voor Place Venôme en A Soldier's Daughter Never Cries. Was die laatste wellicht de meest slaapverwekkende Merchant-Ivory-film in jaren, dan was zijn muziek wellicht het enige aspect waarvoor een filmmuziekliefhebber bij deze prent wakker wou blijven. Een minimalistische, repetitieve maar indringende score voor strijkers en synthesizers componeerde Robbins voor deze film, die vooral als soundtrackalbum de moeite waard is.
Na enkele teleurstellende scores (Lost Highway, Arlington Road) componeerde Angelo Badalamenti voor David Lynch' The Straight Story ten slotte een magistrale score voor solo gitaar en orkest die aan het verhaal van de oude Straight tegelijk een mythisch als een nostalgisch gevoel meegaf. De synthesizertracks die de film openen en sluiten brengen het verhaal van de protagonisten terug naar het verhaal van twee nietige stippen in een oneindig grote kosmos, maar de tracks er tussen in laten de kijker en de luisteraar twee uur lang vergeten dat er iets belangrijkers is dat dit ontroerende verhaal over familie, broederschap, vriendschap en liefde.
Filmmuziekhypochonders klagen wel 's over het feit dat filmscores anno 1999 niet meer zijn wat ze waren aan het begin van de jaren tachtig, in de jaren zeventig, zestig, vijftig of veertig. Wat ze in zo'n gevallen vaak vergeten is dat de filmkunst op zichzelf is geëvolueerd en dat films zoals ze nu worden gemaakt heel andere vehikels zijn dan films van vroeger. De scores aan het eind van de twintigste eeuw zijn niet beter maar zeker ook niet slechter dan die van tien, twintig, dertig of veertig jaar geleden.
1999 was een beetje een verrassend jaar op filmmuziekgebied: op John Williams na geen echt ronkende namen in de top-10 en dat komt wellicht omdat de oude rotten in het vak wat moe zijn en niet echt veel meer produceren dan variaties op scores die ze vroeger al hebben gedaan. Dat er zoveel jong talent in deze top-10 staat is daarom tegelijk hoopgevend: de toekomst is erdoor verzekerd.