SOUNDTRACK KLASSIEKERS

Fahrenheit 451

Wie een beetje op het Net ronddwaalt op zoek naar informatie over filmmuziek, zou wel eens tot de conclusie kunnen komen dat voor films van voor 1990, op Star Wars na, geen filmmuziek werd gecomponeerd. Ergens is de exclusieve gerichtheid op actuele filmmuziek natuurlijk te begrijpen, maar anderzijds is het ook wel enorm jammer en eenzijdig. Het verleden is een enorme schatkamer aan filmmuziek die de laatste jaren steeds beter toegankelijker is geworden. Daarom verschijnt vanaf nu maandelijks een artikel op Movie over de grote filmmuziekklassiekers van de afgelopen eeuw. In dit eerste artikel hebben we het over Fahrenheit 541 van Bernard Herrmann.

Bernard Herrmann is een vreemde eend in de bijt. Hij was een eeuwige hypochonder, een alcoholicus, en een artiest pur sang: temperamentvol, wispelturig, lichtgeraakt en bijzonder eigenzinnig. Hij stierf in 1975 eenzaam in een hotelkamer nadat hij de laatste noten van zijn score voor Taxi Driver had opgenomen en liet een erfenis achter van mensen die blij waren eindelijk van hem af te zijn en een muzikaal oeuvre dat hem bij de grote componisten van deze eeuw plaatste. Herrmann was geen aardig mens, integendeel, maar hij was een geniaal componist. En net zoals de herinnering aan de nare mens Herrmann met de jaren afneemt, neemt de interesse voor zijn balsturige oeuvre met de jaren toe.

Het bekendst is Herrmann natuurlijk geworden met zijn scores voor de films van Alfred Hitchcock: The Man Who Knew Too Much, North by North West, Vertigo, Psycho. Elf jaar lang was Herrmann de vaste componist van Hitchcock, tot Hitchcock aan Herrmann vroeg om een score met jazz- en popinvloeden te schrijven voor Torn Curtain, maar Herrmann gewoon zijn eigen gang ging en een 'klassieke' Herrmann-score afleverde. Hitchcock ontsloeg Herrmann op staande voet nadat hij anderhalve minuut van de muziek had gehoord; de twee zouden nooit meer een woord met elkaar spreken.

Wie het laatst lacht, lacht het best: na hun dispuut zou Hitchcock nooit meer een goede film maken, laat staan een klassieker. Herrmann ging samenwerken met andere componisten: Brian De Palma, Martin Scorsese en François Truffaut. Met François Truffaut werkte hij aan de bewerking van Ray Bradbury's Fahrenheit 451, een anti-utopische roman waarin Groot-Brittannië een totalitair regime geworden is waarin vrije meningsuiting verboden is en een brandweergestapo als enige taak heeft alle bestaande boeken uit vroegere tijden aan een temperatuur van 451 graden Fahrenheit te verbranden. Het boek en de film vertellen het verhaal van een jonge brandweerman die zijn werk in de steek laat en zich aansluit bij een ondergronds netwerk van opstandige rebellen die boeken memoriseren om ze van de vernietiging redden.

Officieel is de originele uitvoering van de score van Fahrenheit 451 uit 1967 nooit internationaal op cd uitgebracht, hoewel er wel een in ons land illegale Luxemburgse cd van bestaat (in Luxemburg vervalt het auteursrecht op instrumentale muziek na 25 jaar, waardoor daar heel wat muziek kan worden uitgebracht die in andere landen niet mag worden uitgebracht. Deze cd's zijn legaal in Luxemburg maar mogen daarbuiten niet worden verkocht). Varèse Sarabande heeft in 1995 een heropname van de suite die Herrmann op basis van de score componeerde uitgebracht, opgenomen door Joel McNeely en het Seattle Symphony Orchestra. McNeely is een expert in de heropname van de muziek van Bernard Herrmann en de digitale opname van de score klinkt op deze cd dan ook perfect. Er is veel aandacht besteed aan de recreatie van de originele klank van het orkest en het album biedt dan ook de beste filmmuziekuitvoering van de score die er te koop is. Het enige minpunt is het feit dat de muziek van de finale en de aftiteling ('The Book People') is weggelaten: ook al bestaat deze track uit muziek die in de rest van de score ook voorkomt, toch is de weglating een jammer feit, aangezien de score nu nogal abrupt eindigt. In 1996 bracht Esa-Pekka Salonen samen met de Los Angeles Philharmonic het album Bernard Herrmann: The Film Scores uit, dat door Time Magazine als beste klassieke album van het jaar werd verkozen en waar eveneens de score van Fahrenheit 541 op staat. Alle tracks die op het Varèse Sarabande- album staan, vind je ook terug op deze compilatie (die ook nog muziek bevat uit Psycho, Marnie, Vertigo, Taxi Driver en North by Northwest) plus de finale die weggelaten werd door McNeely. Jammergenoeg werden een aantal tracks ingekort (zoals The Road, die hier anderhalve minuut korter duurt van op het Varèse-album, en de finale zelf). De uitvoering van Salonen is beheerst maar neigt naar een concertuitvoering in plaats van een filmmuziekuitvoering en dat geldt ook voor de opname. De integrale versie van de finale valt overigens te beluisteren op het compilatiealbum Bernard Herrmann Film Scores dat Elmer Bernstein in 1993 uitbracht met het Royal Philharmonic Orchestra.

De ondertitel van de suite op Bernard Herrmann: The Film Scores, 'Suite for Strings, Harps and Percussion' zegt meteen genoeg over de orkestratie die Herrmann gebruikte. De score begint met een impressionistische prelude die qua opbouw doet denken aan Aquarium uit het Carnaval des Animaux van Saint-Saens, en het nieuwe totalitaire regime in Groot- Brittannië uitbeeldt. De muziek is nagenoeg apathisch, zoals de nieuwe orde. De tweede track van de muziek is een scherzo voor strijkers en percussie dat gebruikt wordt in de film om de acties van de brandweerlui te begeleiden: het is gejaagde maar emotieloze muziek die de boekverbranding als een mechanisch ritueel voorstelt. Toen Truffaut en Herrmann elkaar voor het eerst ontmoetten, vroeg Herrmann waarom Truffaut, een vriend van componisten als Boulez en Stockhausen - hem de muziek wou laten schrijven voor zijn film. Truffaut antwoordde: 'Zij zullen me muziek geven van de twintigste eeuw, maar jij zult muziek voor me schrijven van de eenentwintigste.' Wie naar de agressieve strijkers luistert bij de scènes waarin het rebelse hoofdpersonage verplicht wordt zijn eigen huis plat te branden of waarin hij zijn overste vermoordt, kan niet tot een andere conclusie komen dat Herrmann voor deze film muziek heeft geschreven die het muzikale idioom van de twintigste eeuw ver achter zich laat. Toch biedt de toekomstvisie van Bradbury ruimte voor hoop: de mechanische, strikt geordende scherzo's worden door Herrmann afgewisseld met bijzonder lyrische passages voor harp en strijkers die het hoofdpersonage begeleiden en die de hoop in zich meedragen die de rebellen hebben: dat het memoriseren en mentaal bewaren van de boeken uiteindelijk zal leiden tot een betere wereld, een wereld waarin ideeën en de vrije uiting ervan opnieuw een plaats zullen krijgen. Toch lijkt Herrmann met de gewrongen laatste akkoorden van de score een bijtende ondertoon in zijn muziek te leggen, die misschien wel het tegendeel suggereert: de zachte, hoopvolle akkoorden krijgen een orgelpunt dat een wrange nasmaak heeft: misschien is het allemaal wel ijdele hoop.