Ambulancier Frank Pierce (Nicolas Cage) raast met zijn ziekenwagen door deze hel van dood en verderf. Minder dan tien procent van alle oproepen die hij krijgt, kan hij tot een goed einde brengen. Via een totaal uitgeputte voice over vertelt hij dat hij zich niet langer een reddende engel voelt, maar een getuige van de dood. Alle ellende heeft hem gekraakt: met ingevallen gezicht en zwartomrande ogen, alleen levend op whiskey, koffie en sigaretten, probeert hij zich staande te houden. Zijn baas wil hem niet ontslaan, want er zijn te weinig mensen om de kerkhofshift door de nacht te wagen. Tot overmaat van ramp maakt een nieuwe drug de stad onveilig: een waanzinnige cocktail met de naam Red Death.
Als kijker volgen we Frank drie nachten lang. Telkens wordt hij aan een andere partner gekoppeld: Larry (John Goodman) relativeert z'n job met humor en veel eten, Marcus (Ving Rhames) heeft al zijn hoop in de handen van God gelegd, terwijl Walls (Tom Sizemore) volledig door het lint gaat. Frank zelf redt tijdens de eerste nacht het leven van een oudere man die een hartstilstand heeft gehad. Hij brengt hem naar een ziekenhuis dat nauwelijks bescherming biedt tegen de buitenwereld: overvol, overwerkt en onderbemand. Daar maakt hij kennis met de dochter van de man, Mary Burke (Patricia Arquette), een ex-drugverslaafde die tegenwoordig clean is en haar leven op het goeie spoor wil krijgen. Frank voelt zich op een vreemde manier tot haar aangetrokken. Niet dat het liefde op het eerste gezicht is. Mary vormt voor hem eerder de eenzame roos op het vuilnisbelt van zijn werk en leven.
Er is nog een ander gezicht dat hem voortdurend blijft achtervolgen: dat van Rose, een jong meisje dat hij vroeger niet heeft kunnen redden en in zijn armen is gestorven. Hoe dieper Frank in de waanzin glijdt, hoe vaker hij haar gaat zien in toevallige voorbijgangers. Schuldgevoel bekruipt hem: hij had haar kunnen redden. In alle volgende mensen die hij redt, sommigen tegen hun zin, probeert hij verlossing en innerlijke rust te vinden. Of (en hoe) hem dat lukt, verraden de laatste beelden van de film. Mooi is het niet, maar er is tenminste enige hoop.
In Bringing Out the Dead is grootmeester Martin Scorsese (die zelf de stem van de dispatcher insprak) weer als vanouds op dreef. Voor het scenario werkte hij weer samen met Paul Schrader, met wie hij eerder ook al Taxi Driver, Raging Bull en The Last Temptation of Christ maakte. Schrader stopte zijn film vol met door merg en been snijdende oneliners en propte zijn figuren vol met sarcasme. Die zwarte humor is voor veel personages de enige manier om het hoofd te bieden aan de ellende die ze meemaken. Scorsese filmde Bringing Out the Dead als een waanzinnige thrillride. Als gek razen we op het dak van de ziekenwagen door de straten. Hij sleurt er alle trucs bij die je maar kan bedenken: versnelde beelden, bizarre camerastandpunten, omgekeerde shots en een opzwepende soundtrack. Als kijker word je op den duur net zo hoorndol als Frank zelf. Eén bepaald shot, wanneer het sneeuwt, liet Scorsese zijn acteurs zelfs van achter naar voren spelen zodat het, omgekeerd afgespeeld, lijkt alsof de sneeuw naar boven valt. Eén van de hoogtepunten van de film.
Nicolas Cage heeft sinds Leaving Las Vegas en City of Angels een patent genomen op zwaar psychologische rollen. Hij tornt weer maar eens de hele wereld op zijn schouders: getormenteerd, vol schuldgevoel, fysisch en psychisch weggevreten door pijn probeert hij het hoofd boven water te houden. Cage volbrengt de taak met brio. Patricia Arquette is subliem als de droevige nimf die Paul op weg helpt naar verlossing uit zijn hel. Want op de afgrond van het leven ontmoeten we soms mensen vol liefde en genegenheid. Zelfs op een kerkhofshift door New York. Zelfs tussen de doden heen waart het leven rond. We moeten het alleen weten te vinden.
Genre: Drama
Speelduur: 2u00
Regisseur: Martin Scorsese
Acteurs: Nicolas Cage, Patricia Arquette, John Goodman, Ving Rhames, Tom Sizemore, Marc Anthony, Cliff Curtis