ALEX NORTH'S 2001

Soundtrack klassiekers

Wie een beetje op het Net ronddwaalt op zoek naar informatie over filmmuziek, zou wel eens tot de conclusie kunnen komen dat voor films van voor 1990, op Star Wars na, geen filmmuziek werd gecomponeerd. Ergens is de exclusieve gerichtheid op actuele filmmuziek natuurlijk te begrijpen, maar anderzijds is het ook wel enorm jammer en eenzijdig. Het verleden is een enorme schatkamer aan filmmuziek die de laatste jaren steeds beter toegankelijker is geworden. Daarom verschijnt regelmatig een artikel op Movie over de grote filmmuziekklassiekers van de afgelopen eeuw. In dit artikel hebben we het over Alex North's score voor Stanley Kubrick's 2001 A Space Odyssey.

29 januari 1993. Een druilerige dag in Londen; het regent en het ziet er niet naar uit dat het weer vandaag beter zal worden. Het lijkt een gewone Londense dag te zullen worden, maar de man met het witte haar die op weg is naar de beroemde Abbey Road Studio's weet dat dit niet zo is. Vandaag, voor het eerst in meer dan 25 jaar, zal hij de muziek horen die zijn goeie vriend Alex North een kwarteeuw eerder voor 2001 gecomponeerd heeft. Het is iets over negen als Jerry Goldsmith, want zo heet de man met het witte haar, de Studio's binnenwandelt en onmiddellijk voelt hij de gespannen sfeer die in het gebouw hangt. Vandaag staat iets bijzonders te gebeuren.

De waas van geheimzinnigheid die rond de muziek van 2001: A Space Odyssey hangt, is tot op de dag van vandaag niet helemaal opgeklaard en zal, met het overlijden van Stanley Kubrick, wellicht nooit helemaal verdwijnen. Want voor ettelijke generaties is 2001 die fascinerende film met de walsen van Strauss, van dat onsterfelijke begin van Also Sprach Zarathustra tot die waanzinnige muziek van Ligeti aan het eind en daartussen in vooral veel momenten van indrukwekkende stilte. Er is geen noot originele muziek in de film te horen, en toch heeft Alex North die gecomponeerd. Toen North in september van 1991 overleed, nam hij de vele onduidelijkheden over de score met zich mee in het graf en ook Kubrick zelfde weigerde te spreken over wat er eind de jaren zestig gebeurd was. Maar wat is er dan precies gebeurd met de muziek van 2001? Een reconstructie.

Alex North componeerde in 1960 de score waarmee hij zichzelf eeuwige roem en beroemdheid bezorgde: de muziek voor Stanley Kubricks Spartacus. In december van 1967 (Kubrick was toen al twee jaar aan het filmen voor 2001) kreeg North op een avond een telefoontje van Kubrick uit Londen, die North vroeg om over te vliegen om een kijkje te komen nemen naar het project waar hij toen mee bezig was: de ultieme sciencefictionfilm. Kubrick vertelde hem dat het een droomopdracht voor een componist was, want de film zou slechts vijfentwintig minuten dialoog bevatten en bijna geen geluidseffecten. North was gelijk enthousiast en vloog naar Londen. Daar werd hem duidelijk dat de droomopdracht alles behalve een makkelijk klusje zou worden. Kubrick maakte van in het begin al heel duidelijk dat hij heel wat scènes van klassieke muziek had voorzien en dat hij die klassieke muziek wilde behouden. North van zijn kant had niet veel zin om muziek te componeren als 'vulling' tussen andere muziek door. Toch liet North zich verleiden om de muziek te schrijven, vooral op basis van zijn ervaring met Spartacus.

Samen met Kubrick bekeek hij het eerste uur van de film en werd afgesproken welke scènes muziek nodig hadden en welke niet. Alex North schreef hierover: 'Voor de opening had ik twee verschillende stukken muziek geschreven, en Kubrick had een duidelijke voorkeur voor een van de twee, het stuk dat ook mijn voorkeur wegdroeg. Maar toch had ik op de een of andere manier een voorgevoel dat hoe ik ook probeerde om iets te schrijven dat Strauss' Zarathustra zou kunnen vervangen, ik nooit iets op papier zou kunnen krijgen dat Kubrick liever zou horen dan dat stuk.' Hoe dan ook, Kubrick liet North de muziek voor het eerste deel van de film opnemen en liet hem weten dat zodra hij klaar was met het tweede gedeelte hij opnieuw zijn hulp zou inroepen. Maar na verloop van tijd kreeg North te horen dat Kubrick besloten had geen verdere muziek meer te gebruiken en dat hij de rest van de film zou voorzien van ademgeluiden.

De grootste opdoffer kwam toen North uitgenodigd werd voor de premiere van de film in New York in 1968. Hoewel hij als componist van de film was uitgenodigd voor de officiële voorstelling van 2001: A Space Odyssey, kreeg hij het helemaal koud van binnen toen hij merkte dat Kubrick - zonder iets te zeggen - geen noot van zijn muziek had gebruikt en alleen maar de klassieke muziek in de film had behouden. North verliet de premiere in shocktoestand.

De originele opnames van de score die North had opgenomen, zijn nooit teruggevonden. Misschien had Kubrick die wel vernietigd. North had een opname ooit een keer laten horen aan Jerry Goldsmith, zijn beste vriend, die er laaiend enthousiast over was en in diverse interviews liet blijken dat hij North's score voor 2001: A Space Odyssey verreweg de allerbeste score vond die hij ooit had gehoord. Nochtans zou dat de laatste keer zijn in vijfentwintig jaar dat iemand de muziek zou horen.

In 1993 bracht Varèse Sarabande, ter gelegenheid van het vijfentwintigste jubileum van 2001: A Space Odyssey dan uiteindelijk een soundtrack uit met daarop de muziek die North voor het eerste uur van Kubricks film had gecomponeerd. Filmmuziekliefhebbers overal ter wereld konden voor het eerst de legendarische score horen waar al zoveel over gespeculeerd was en beaamden dat dit inderdaad een van de mijlpalen was van de filmmuziek. Omdat North slechts de muziek schreef tot het moment van de ontdekking van de monoliet door Floyd en zijn groep, kunnen we alleen maar raden hoe de film zou hebben geklonken indien North de kans had gehad om de hele film te scoren. De muziek van North is zonder twijfel adembenemend, van het hoofdthema dat duidelijk gebaseerd is op Also Sprach Zarathustra tot de uitgebreide, primitieve percussiegerichte score voor de mensapensequentie die de film opent en de sierlijke, vederlichte muziek voor de beroemde Space Station-docking-scène die nu bekend geworden is door het gebruik van De Blauwe Donau. Kubricks bedoeling van het gebruik van muzakmuziek als De Blauwe Donau was het benadrukken van hoe 'gewoon' dit soort ruimtereizen wel zouden zijn voor de protagonisten van zijn film. Norths muziek zorgt voor een heel andere interpretatie: hij benadert de muziek met open mond van verbazing en geeft de scène een bijzonder soort magisch gevoel dat allerminst aanwezig is bij de muziek van Strauss.

Omdat de film weinig of geen dialoog heeft, is het perfect mogelijk om de film te bekijken met de cd van Alex North op de achtergrond. Het is een bevreemdende ervaring, omdat de muziek die Kubrick voor 2001: A Space Odyssey heeft gecomponeerd zo onlosmakelijk met de beelden is verbonden dat het moeilijk is om de film met andere muziek voor te stellen. Toch zal zelfs de meest rabiate Kubrick-adept moeten toegeven dat de muziek van North met name de mensapensequentie een heel eigen sfeer meegeeft die perfect past binnen de structuur van de film. Dat Kubrick ervoor gekozen heeft om Norths score niet te gebruiken blijft, voor al wie de soundtrack beluistert, tot op de dag van vandaag een onbegrijpelijke beslissing.

30 januari 1993. De opnames van de score zitten erop. Voor Anna North, Alex Norths weduwe, was het een emotioneel geladen gebeuren. Voor het eerst in vijfentwintig jaar hoorde zij de muziek die haar man gecomponeerd had voor een van de allergrootste films uit de filmgeschiedenis. In een toespraak tot het orkest bedankt ze Jerry Goldsmith en het orkest, voor hun inspanning om muziek die even voor altijd leek te zijn verdwenen aan de wereld terug te geven.