GONE IN SIXTY SECONDS

Crash! Boom! Bang!

Foto: Buena Vista
Het heeft bijna iets bijbels: precies zeven jaar was videoclipfilmer Dominic Sena mission in action op het witte doek. Tot actiemogul Jerry Bruckheimer hem ervan kon overtuigen Janet Jackson en co. even links te laten liggen om weer de filmmegafoon beet te nemen. Want de testosteron die Gone in Sixty Seconds moest uitstralen, dat was die gekke Sena wel op het lijf geschreven. En met naast een wagenpark vol adembenemende auto's ook drie oscarwinnaars in de cast, kon het echt niet meer stuk. Dacht men.

Je moet natuurlijk Jerry Bruckheimer heten om op het idee te komen een cultklassieker te gaan hermaken. Want hoewel geen hond de originele Gone in Sixty Seconds uit 1974 zag, werd de B-film wereldberoemd met een achtervolgingsscène waar maar geen einde aan leek te komen. Een waanzinnige veertig minuten duurde die, en maar liefst negentig auto's werden toen aan diggelen gereden. Wat een toeval dat ene piepjonge Dominic Sena nog samenwerkte met de regisseur van die film, de illustere stuntman H.B. Halicki. En wat een macabere voetnoot in de filmgeschiedenis dat die Halicki wat later zichzelf doodcrashte tijdens een stunt voor Deadly Addiction. Hollywood kleeft aan elkaar in een web van vreemde anecdotes.

Voor deze remake deed Bruckheimer een beroep op scenarist Scott Rosenberg, met wie hij eerder al had samengewerkt voor Con Air. De prent uit 1974 werd niet zomaar afgestoft, maar helemaal opnieuw herschreven. We maken kennis met Randall 'Memphis' Raines (Nicolas Cage), een autodief die dankzij de snelste handen ter wereld mythische proporties heeft aangenomen. Elke auto krijgt hij in minder dan zestig seconden aan de praat. Niet voor het geld, zo meent hij zelf, maar wel voor de liefde voor auto's. Tijdens het stelen van een Shelby Mustang GT 500 uit 1967 liep het ooit bijna mis. Sindsdien heeft hij zich uit de misdaad teruggetrokken en leeft hij een rustig leventje als pompbediende en uitbater van een gocart-circuit. Tot een oude vriend hem komt opzoeken. Memphis' jongere broertje Kip zit immers danig in de knoei, nadat hij een autodeal met een meedogenloos Engelse zakenman verkwanselde. Memphis wordt voor de keuze gesteld: ofwel gaat Skip eraan, ofwel moet hij in 72 uur vijftig verschillende, uiterst zeldzame auto's weten te stelen. En dat allemaal terwijl detective Roland Castelbeck lucht krijgt van het plan en zijn oude nemesis Memphis tracht te klissen.

Werd de originele Gone in Sixty Seconds beroemd om die ene, eindeloos lange achtervolging, dan zal zijn remake vooral bijblijven om zijn véél te lange opening. Deze film begint namelijk met een bijzonder vreemde paradox: ondanks de ellenlange scènes waarin Memphis zijn dievenploeg samenstelt, leren we eigenlijk geen enkel van die karakters écht kennen. Het personage van Otto Halliwell spreekt nog het meeste tot de verbeelding. De oude, charismatische mentor van Memphis wordt dan ook met erg veel karakter neergepoot door Robert Duvall, die gezien zijn staat van dienst eigenlijk in een veel betere film thuishoort. Maar de rest? Ze zijn met zovéél dat het bijna verwarrend werkt: wie houdt karakters met namen als Mirror Man, Tumbler, Freb en The Sphinx eigenlijk uit elkaar? Vooral omdat ze niet erg veel doen. Als het op het stelen aankomt, zijn de spotlights toch op Memphis gericht. Het personage van Kip leidt dan weer onder de erg zwakke vertolking van Giovanni Ribidi, terwijl Christopher Eccleston al helemaal door de mand valt als Raymond Calitri. Een bad guy met een voorliefde voor houtbewerking? Huh? Angelina Jolie, als Ferrari-kenner Sara 'Sway' Wayland de enige vrouw in het gezelschap, krijgt veel te weinig screentime om iets met haar personage te doen. Méér dan het liefje van Memphis is ze niet. Memphis zelf wordt een beetje wankel overeind gehouden door een slaperige Nicolas Cage, die overigens wél bijna alle stunts zelf deed.

Het duurt dus nogal eer de film in de hoogste versnelling overschakelt. Dat heeft er alles mee te maken dat de personages de vijftig auto's allemaal in de laatste nacht willen stelen, kwestie van de politie niet teveel tijd te gunnen hen op te sporen. Met de traditionele deadline-klok af en toe in beeld, en een schoolbord waarop bijgehouden wordt hoeveel auto's er al gejat zijn, wordt het dan even spannend. Vooral omdat Memphis zijn achilleshiel, de Shelby Mustang GT 500, tot het allerlaatste heeft gelaten. De auto, die hij smalend Eleanor noemt, wordt het onderwerp van de finale car chase, die weliswaar geen veertig minuten duurt, maar qua intensiteit wel kan tellen. Tot Dominic Sena álle teugels laat vieren en een totaal ongeloofwaardig en eerder belachelijk einde aan zijn film breit. Jammer, want voor de rest hult de regisseur zijn film in prachtige donkere kleuren en brengt hij het verzameld wagenpark aan onbetaalbare auto's puik en erg erotiserend in beeld.

Driewerf helaas dus, maar Gone in Sixty Seconds is het schoolvoorbeeld van een gemiste kans. Met drie oscarwinnaars (Cage, Jolie, Duvall), een garage vol Astons, Bentleys, Ferrari's en Jaguars, een talentvolle Dominic Sena en koffers vol dollarbiljetten van Jerry Bruckheimer, moet je eigenlijk een véél betere film kunnen maken. Deze blijft maar even hangen. Zestig seconden of zo. En dat kan van een film, hoe oppervlakkig ook, toch nooit de bedoeling zijn.

Titel: Gone in Sixty Seconds
Genre: Actie
Regie: Dominic Sena
Speelduur: 1u59
Acteurs: Nicolas Cage, Delroy Lindo, Giovanni Ribisi, Robert Duvall, Angelina Jolie