Want comics verfilmen, dat blijft een hekele onderneming. Neem films als Steel, Judge Dredd of Blade: allemaal niet te best. De twee DC-comics die Warner Bros. rijk maakten, Batman en Superman, lijken inmiddels uitgemolken. 20th Century Fox lijkt na een strijd van jaren nu eindelijk prijs te hebben met X-Men. De film opende een goeie maand geleden in Amerika met een onwaarschijnlijk zinderende 55 miljoen dollar en is inmiddels goed op weg om de 150 miljoen te halen, meer dan het dubbele van het budget. Marketingspecialisten hebben al berekend dat deze ene film evenveel geld zal opbrengen als de 37 jaargangen van de strip bij elkaar. Niet mis.
Geen wonder dat Fox de franchise nu wel als een citroen zal uitpersen: er staan al twee sequels op stapel; de hoofdrolspelers liggen er trouwens al voor onder contract. Aan inspiratie zal het de makers niet ontbreken. Naast de hele bibliotheek aan comics, waren de X-Men ook al eens goed voor zeventig afleveringen van een animatiereeks. Een handvol mutanten werd voor de eerste film niet eens gebruikt (zoals de vuurspuwende Pyro); anderen (Mirage, Cannonball, Sunspot, The Blob en The Vanisher - om er maar enkelen te noemen), hebben slechts een korte cameo, maar zullen zeker en vast in het verdere verloop hun opwachting maken.
Voor Amerikanen is het universum van de X-Men bekend terrein, maar voor ons is het even wennen. We worden in een niet zo verre toekomst gedropt. Een deel van de mensheid is ten prooi gevallen aan genetische mutatie en bezit daardoor verschillende krachten en talenten. Volgens senator Robert Kelly is de tijd gekomen om alle mutanten te registreren. Door hun mutaties kunnen ze immers een bedreiging voor de samenleving gaan vormen. De mutant Magneto, de meester van het magnetisme, is allesbehalve zinnens dit toe te laten: hij wil dat het nieuwe ras van de zogenaamde Homo Sapiens Superior de macht op aarde grijpt. Tot zijn trouwe volgelingen behoren onder meer Sabretooth, een ijzersterke reus; Toad, een man met dierlijke eigenschappen; en Mystique, een vrouw die alle mogelijke gedaantes kan aannemen.
Een andere groep mutanten probeert de gemoederen tussen de mensen en hun eigen soort te bedaren. Zij worden geleid door Professor Charles Xavier, een mutant die in een rolstoel zit en over telepatische gaves beschikt. Hij runt een school voor mutanten en is de leider van de paramilitaire groep van X-Men. Tot zijn trouwe aanhang behoren Cyclops, die ogen heeft als een laser; de telekinetische Jean Grey; en Storm, een weerheks, die het kan laten onweren en stormen.
We stappen het verhaal in met twee vereenzaamde mutanten, die als uitschot van de maatschappij hun plaats in deze wereld proberen te zoeken. Vechtersbaas Wolverine lijkt over helende krachten te beschikken en heeft handen waar vlijmscherpe messen uitfloepen. De schuchtere Rogue zuigt als het ware andermans energie weg wanneer ze die aanraakt. Het duo wordt opgejaagd door Magneto's mutanten, maar vinden uiteindelijk onderdak bij professor Xavier. Hij wil samen met zijn team uitzoeken wat Magneto's snode plannen zijn en op die manier niet alleen zijn eigen mutanten, maar de hele wereld van de ondergang redden. Dat alles leidt tot een ultieme confrontatie in en rond het Vrijheidsbeeld.
Wat een opdracht moet het voor Brian Singer (The Usual Suspects, Apt Pupil) geweest zijn om die hele X-Men franchise in één film te ballen. De fans zwermden als gieren rond hem heen, klaar om hem bij de minste fout met huid en haar te verslinden. Zo stond de achterban in lichterlaaie toen bekend werd dat Singer de veelkleurige outfits van de X-Men zou vervangen door zwarte, lederen pakken. De versobering, ook in de indrukwekkende decors, leek echter een goede keuze. Singer ontdeed de comic van al zijn overbodige camp en greep terug naar de basis. Dat voor de duidelijkheid van het verhaal ook enkele personages sneuvelden, moest dan maar. Zelfs nu blijven de meeste mutanten erg vaag in karaktertekening. Brian Singer koos er duidelijk voor om enkel op Wolverine in te zoomen.
X-Men kostte Fox 75 miljoen dollar, geen peanuts, maar er worden zomerse blockbusters voor veel méér dan dat gedraaid. Opvallend is dat Singer zijn film voortdurend met de voet op het rempedaal regisseert. Er zitten 470 visual-effect shots in de prent en enkele gevechtscènes mogen er best wezen, maar nooit verliest Singer de pedalen. In het begin zet hij de kijker trouwens al helemaal op het verkeerde been door te openen met een flashback waarin we te zien krijgen hoe een jonge Magneto zijn ouders verliest in een concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ook de kennismaking met Wolverine en Rogue laten je vermoeden dat je in de verkeerde zaal bent binnengewandeld. Ook later blijft de film met één voet in de werkelijkheid. X-Men houdt zich aan een soort interne logica waar maar weinig andere comic-verfilmingen zich iets van aantrekken.
Naast de ingehouden regie van Singer en het knap uitgewerkte (hoewel weinig verrassende) scenario van debutant David Hayter, is dat vooral te danken aan de uitstekende ensemble cast. Tussen de twee charismatische leiders, gespeeld door veteranen Ian McKellen en Patrick Stewart, genstert het. Hun eindscène (die de poort naar de sequels openzet) is geniaal. Ook de rest van de cast scheert hoge toppen: James Marsden als Cyclops, Hugh Jackman als Wolverine, Halle Berry als Storm, Anna Paquin als Rogue, Famke Janssen als Jean Grey, Ray Park als Toad, Tyler Mane als Sabretooth en Rebecca Romijn-Stamos als Mystique. Niet allemaal hebben ze evenveel screentime, en veel van hen blijft nog voor de kijker verborgen, maar hun karakters stáán er wel al.
Voor wie er nog aan twijfelt: Amerika omarmde de X-Men als ware superhelden. Niet alleen stroomden de dollarbiljetten binnen, de film kreeg ook redelijk positieve kritieken van de traditionele pers. Zij zien in de X-Men een allegorie voor het sluimerend neo-nazisme en opkomend racisme. Zelfs de homo-gemeenschap sloot de film dolblij in de armen. Zij zouden zich identificeren met de sociale verschoppelingen die de mutanten vertegenwoordigen. Voor wie dat allemaal een beetje te ver gaat, is het gewoon genieten van een knap gemaakte, goed geacteerde prent, die - wat zelden is voor een comic-verfilming - nog eens volwassen is ook. Geen Zap! en Ka-pow! in deze film. Oef!
Genre: Comic-verfilming
Regie: Bryan Singer
Speelduur: 1u45
Acteurs: James Marsden, Hugh Jackman, Halle Berry, Ian McKellen, Ray Park, Anna Paquin, Patrick Stewart, Famke Janssen, Tyler Mane, Rebecca Romijn-Stamos