Geschiedenis is een les in nuance en details, maar blijkbaar niet voor Amerika: de sterren en strepen heersen over de wereld en daar zijn ze erg trots op. De donkere bladzijden uit hun eigen geschiedenis worden meestal subtiel uit het grote levensboek gescheurd. Veel liever dwepen ze met hun ontembaar patriottisme, hun bijna oneindige vaderlandsliefde. Het is meer dan ironisch (of net niet) dat er een Duitser voor nodig is om de meest heroïsche overwinning van de Amerikanen ooit vol bombast in beeld te brengen. The Patriot werd geregisseerd door Überregisseur Roland Emmerich, de man die met ID4 al bewees niet vies te zijn van The American Dream en er nu nog een grote schep bovenop doet. Alles in The Patriot staat in functie van de overwinning en overheersing. Niet voor niets kwam de film op Independence Day in de zalen. America Rules: ook wat marketing betreft.
The Patriot opent in 1776. Engeland, onder leiding van King George, heeft Amerika in zijn greep, maar het verzet groeit. Ook in South Carolina, waar de assemblée de kant van het verzet kiest. Grootgrondbezitter en oorlogsheld Benjamin Martin (Mel Gibson) ziet het niet meer zitten om mee te vechten. Zijn vrouw is pas overleden en hij wil liever voor zijn zeven kinderen zorgen. Wanneer de meedogenloze Engelse kolonel William Tavington (Jason Isaacs) echter zomaar zijn zoon doodt, ontvlamt Benjamin in woede. Niks of niemand zal hem kunnen tegenhouden om wraak te nemen.
Makkelijk zal dat niet gaan. Generaal Cornwallis (Tom Wilkinson) neemt ook Charleston in en het lijkt dat de goed georganiseerde Engelsen de oorlog gaan winnen. Maar Martin (bekend als The Ghost, omdat hij ongrijpbaar lijkt) bouwt aan zijn heel eigen leger, aangevoerd door zijn zoon Gabriel (Heath Ledger), zijn ouwe vriend kolonel Harry Burwell en een Franse officier. En tussen alle gruwelijke gevechten door is er ook nog plaats voor twee liefdeshistories: Martin wordt verliefd op de zus van zijn overleden vrouw en ook Gabriel begeeft zich op amoureus pad. Maar hun doel blijft eender: de Engelsen verslaan en Amerika van de onderdrukking bevrijden.
Dat regisseur Roland Emmerich (remember Godzilla) weinig zin voor compromis of nuancering heeft, weten we al langer. Om geschiedkundig geen kemels te slaan, deed Emmerich een beroep op het Smithsonian Institute, maar hij sloeg naar het schijnt meer raadgevingen in de wind dan hij volgde. Het lokte heelwat kritiek uit aan Britse kant over het gedrag van de Engelse militairen die als sadistische beesten worden afgeschilderd. Ook de zwarte gemeenschap voelde zich benadeeld. In de film komt slechts één zwarte slaaf een beetje op de voorgrond. Als hij gedurende twaalf maanden aan Amerikaanse zijde vecht, heeft hij zijn vrijheid verdiend. Maar de film lijkt zijn personage helemaal te misbruiken voor het verloop van het verhaal: als hij op het einde van de oorlog eenmaal vrij is, begint hij doodleuk een huis te bouwen voor zijn vroegere baas. De twee grote schakers van de oorlog, George Washington en King George, komen zelfs nooit in beeld.
Mel Gibson zou normaal de historische figuur Francis Marion (bijgenaamd de Swamp Fox) spelen. Maar omdat die als tijdverdrijf zijn zwarte slaven verkrachtte en indianen omverkogelde, besloot scenarist Robert Rodat (Saving Private Ryan) hem, naast de status van ideale familievader, toch ook maar een andere naam te geven. Gibson speelt zijn rol met een inzet en overtuiging die weinigen hem nadoen. Als een op hol geslagen engel der wrake mokert hij op de tegenstander in. Natuurlijk roept zijn prestatie herinneringen op aan Braveheart. Maar als het even écht emotioneel wordt, valt hij als acteur toch door de mand. Zelfs met een loon van 25 miljoen dollar ga je niet beter acteren. Gibson wordt geflankeerd door de jonge Australiër Heath Ledger, het zoveelste wonderkind dat Hollywood langs de grote poort binnenhaalt. Maar het is een Engelsman die eigenlijk met de beste acteerprestatie gaat lopen: Jason Isaacs speelt op een ijzingwekkende manier de sadistische kolonel Tavington, een werkelijk hatelijk personage dat je zó van het scherm zou willen trekken.
The Patriot is ook een film met veel grappige momenten, en dat is toch wel raar voor een film die over een oorlog gaat. Af en toe zit je stiekem te gniffelen en vraag je je af of het eigenlijk wel hoort. Maar wat comic relief is altijd welkom in een film die zich uitstrekt over twee uur en half. Dat is alleszins te lang. Bij momenten sleept het verhaal. Vooral het middenstuk (waar de soldaten midden in de oorlog plotseling een weekje vrijaf krijgen om het moreel een beetje op te krikken) komt erg vreemd over. Rest de gevechtscènes: Emmerich staat erom bekend om daar meestal een rommeltje van te maken, maar de meeste veldslagen in The Patriot zijn erg knap in beeld gebracht, en schuwen de gruwel en wreedheid niet. Tot Emmerich zich blijkbaar echt niet meer kon houden en Mel Gibson het hele Engelse leger bijna letterlijk aan zijn Amerikaanse vlag rijgt. Het is een scène die typerend is voor de hele film. Enerzijds wordt hier een verhaal verteld over oorlog en bevrijding, maar aan de andere kant is dit ook gewoon een spectaculaire, opgeblazen zomerse blockbuster. En die twee dingen samen, dat klopt ergens niet.
Genre: Historische actie
Regie: Roland Emmerich
Speelduur: 2u37
Acteurs: Mel Gibson, Heath Ledger, Jason Isaacs, Chris Cooper, Joely Richardson