Nogal wat filmmuzieliefhebbers moeten de wenkbrauwen hebben gefronst toen ze zagen dat Hans Zimmer 'live' kwam optreden ter gelegenheid van het 27ste Internationaal Filmfestival van Vlaanderen - Gent. Want: wat voert een componist 'live' uit op een podium wanneer hij zelf nog nooit een orkest heeft gedirigeerd, maar dit altijd door anderen laat doen? Wie er op dinsdag 10 oktober 2000 bij was in 't Kuipke in Gent, weet het antwoord: niet gek veel. Zimmer kondigde af en toe wel 's een nummertje aan, en zo nu en dan zette hij zijn vingers wel eens op de toetsen van een of ander klavier, maar het grootste deel van tijd liep Zimmer een beetje verdwaasd heen en weer op de zes vierkante meter die hem waren toegewezen zodat hij Dirk Brossé en het Vlaamse Radio Orkest niet te veel voor de voeten zou lopen. Hij wiegde wat mee, deed soms 's een poging tot iets wat in de volksmond, bij gebrek aan een beter woord, wellicht een danspasje zou worden genoemd, en af en toe maakte hij ook hoofd- en handbewegingen die de indruk gaven dat hij ook ergens iets meedirigeerde, maar wie of wat, werd nooit duidelijk. Een componist die als een kip zonder kop op het podium loopt terwijl het orkest zijn muziek uitvoert: je moet het meegemaakt hebben om het te geloven.
Eigenlijk hadden ze dirigent Brossé - die zich overigens uitstekend van zijn taak wist te kwijten - gewoon de partituren moeten geven, hem zijn ding laten doen en Zimmer een zitje naast het ander mooi uitgedost filmmuziekcomponerend volk - van Elliot Goldenthal tot Patrick Doyle - moeten geven. De keuze om een avond aan het oeuvre van Zimmer te wijten was gedurfd, maar de muziek van Zimmer is de afgelopen jaren zo mainstream geworden, dat het ergens wel een interessante gok was van het organiserende comité. Aan de andere kant: de muziek van Zimmer is in de eerste plaats ingeblikte muziek, muziek waar geluidstechnisch zoveel aan gesleuteld wordt dat een live-concert in veel gevallen datgene wat de muziek net zo prototypisch maakt, teniet doet. Een goed voorbeeld daarvan was het thema van Driving Miss Daisy, dat de avond opende: één van de meest intrigerende aspecten in deze score is de elektronische klarinet die het hoofdthema speelt en op cd een klank heeft die nauwelijks van een echte klarinet te onderscheiden valt, maar soms dingen doet die een gewone klarinetspeler nooit zou kunnen. Door de partituur enigszins de herwerken en het thema door een echte klarinet uit te laten voeren, werd de score net van één van zijn meest typische aspecten beroofd, wat jammer was.
Het openingsdeuntje was anders wel een goeie opener, want Zimmer kan bij het grote publiek niet uitpakken met muziek met de herkenbaarheid van Star Wars of Star Trek, zoals John Williams en Jerry Goldsmith dat kunnen op hun concerten. Sterker nog: hoewel Zimmer een oscar kreeg voor The Lion King en deze score als grote publiekstrekker werd geadverteerd, kreeg het publiek weinig of niets te horen uit deze film, wellicht omdat de deuntjes die Elton John en Tim Rice schreven voor deze film ontelbare keren bekender zijn dan de muziek die Zimmer, met nogal wat hulp van Mark Mancina, componeerde voor de film. Wel werd het publiek getrakteerd uit een nogal uitvoerige selectie uit het album Rhythm of the Pride Lands, een cd met muziek die gebaseerd is op de oorspronkelijke composities van Zimmer voor de film. Maar hier verwerd het concert eerder in een Lebo M-special dan een Hans Zimmer-concert, en alhoewel de derivatieve pseudo-Afrikaanse deuntjes er bij het publiek ingingen als koek, had het geheel na een tijdje maar weinig meer van doen met zowel filmmuziek als Hans Zimmer.
Het concert, dat werd opgenomen door Radio 1 en platenlabel Decca, dat binnenkort een cd uitbrengt met een registratie van het concert, legde vooral bloot hoe schraal Zimmers melodietjes wel niet zijn, en hoe gelijkaardig zijn thema's wel niet zijn opgebouwd. Het valt minder op als je de soundtracks in hun geheel beluisterd, maar als je diverse van Zimmers composities na mekaar beluisterd op de manier zoals ze hier werden voorgeschoteld, dan valt moeilijk te ontkennen dat Zimmer met zijn synthesizers niet echt bijzonder boeiende dingen voor orkest bij mekaar weet te spelen. Sterker nog: het orkest klonk de hele avond lang alsof het niet gedirigeerd werd door een dirigent, maar aangedreven werd door een toetsenist die steeds weer dezelfde akkoordprogressies in andere toonaarden speelde.
Zimmer is geen slechte componist, maar deze schoenmaker heeft zijn leest duidelijk al een paar jaar in de steek gelaten; ondanks een vurig pleidooi voor meer gebruik van orkesten in Hollywood- scores, is Zimmer in de eerste plaats de hoofdverantwoordelijke voor de steeds belangrijker wordende trend van elektronisch componeren in Hollywood. Dat de op synthesizers ontstane muziek achteraf ook door orkesten wordt uitgevoerd, doet er eigenlijk niet veel toe: het blijven composities waar de elektronische manier van componeren van afdruipt en voor wie gewend is naar wat meer gelaagde filmmuziek te luisteren, was dit concert maar magertjes. Bij wijlen, zoals tijdens het zeemzoeterige thema van de film Nine Months, hadden we even goed naar een concert van Mantovani, Yanni of James Last kunnen zitten luisteren. Deze muziek is muzikaal zo oninteressant dat je al blij bent dat het orkest 's in tutti uiteenbarst om wat leven in de brouwerij te krijgen. Het eerste gedeelte, dat ineenzakte door een veel te uitvoerige selectie uit Zimmers fel bejubelde maar in werkelijkheid maar heel middelmatige score voor The Thin Red Line, kreeg een indrukwekkend einde door de contributie van Lisa Gerrard, met een mooie selectie uit Gladiator.
Als je één ding over dit concert kunt zeggen, is het wel dat de gast-solisten vaak veel meer de aandacht naar zich toetrokken dan Zimmers muziek zelf. Het tweede gedeelte van het orkest was een allegaartje van vooral minder klassiek- georienteerde muziek. Het publiek zat er bij en keek er naar, en klapte af en toe verveeld tussen twee nummertjes door en werd pas wakker toen het concert een wereldmuziekweggetje insloeg en de Rhythms of the Pride Lands-selecties zorgden voor een indrukwekkend maar weinig Zimmeresk slot van de avond. Er kwam een obligate staande ovatie uit de voor pakweg driekwart gevulde zaal, waarop Zimmer het publiek trakteerde op twee bisnummers die in beide gevallen uitmondden in hetzelfde Oxfam-sfeertje dat de gemoederen tijdens het laatste half uur van het concert had weten op te zwepen en dus zijn degelijkheid had bewezen. Zonder meer doeltreffend, maar ook een beetje makkelijk.
Hans Zimmer is een componist die naam maakte met zijn elektronica en synthesizer-scores; waarom voor deze hybride vorm van uitvoering is gekozen, mag Joost weten; een intiemer concert, waarin Zimmer meer zijn eigen (elektronische) ding had kunnen doen en de selectie van de muziek meer had aangesloten bij wat de gemiddelde filmmuziekliefhebber van Zimmer verwacht, had wellicht een interessanter concert opgeleverd. Niet dat we ons nu niet geamuseerd hebben, verre van, maar de filmmuziekconcerten in het verleden die het Filmfestival van Vlaanderen - Gent organiseerde (met onder meer Michael Kamen, Ennio Morricone, Elmer Bernstein, Bruce Broughton, David Newman, etc.) hadden gewoon dat ietsje meer dat nu geheel ontbrak. De locatie - met zijn afschuwelijke accoustiek en weinig gezellige inrichting (uiteindelijk is 't Kuipje een velodroom annex sporthal) - deed ook aardig zijn best om het beetje sfeer dat af en toe werd gebracht, met de grond gelijk te maken. Zimmer 'live'? 'Live' was het wel - maar of het Zimmer was, is nog maar de vraag.