Willem Elsschot (pseudoniem voor Alfons De Ridder) schreef zijn boek Lijmen in 1923, een periode waarin hij meer succes kende als zakenman dan als schrijver. Dat veranderde eigenlijk pas in 1933 toen Kaas op de markt kwam. Vijtien jaar na Lijmen schreef Elsschot totaal onverwacht een vervolg op het boek: Het Been. De twee verhalen worden sindsdien als een onafscheidelijke tweeling beschouwd. Het één kan niet meer zonder het ander. Veertig jaar na zijn dood rommelt het weer in Elsschot-land, met maar liefst drie verfilmingen op korte tijd. In Nederland kwam onlangs Kaas van Orlow Seunke uit (met Josse De Pauw en Dirk Roofthooft als Laarmans en Boorman) en Frank Van Passel werkt zoals bekend momenteel aan een Engelse verfilming van Villa des Roses, Elsschots debuutroman uit 1913.
De production hell van Lijmen moet naar Vlaamse normen hallucinant geweest zijn. Na een stoelendans van regisseurs kwam uiteindelijk Elsschot-adviseur Robbe De Hert op de regiestoel terecht. Maar de Nederlandse producent Ruud den Drijver (van onder meer het Koen Wauters-vehikel Intensive Care) had tot grote ergernis van De Hert eigenlijk de touwtjes in handen. De Nederlander dreef het naar verluidt zo ver dat hij de naam van scenarist Fernand Auwera van de credits haalde en er zijn eigen naam opzette. Kafkaeske toestanden waar Elsschot, sarcast en cynicus, zelf eens smakelijk mee zou gelachen hebben.
In Lijmen maken we kennis met Frans Laarmans en Karel Boorman, twee figuren die na die roman nooit meer uit Elsschots oeuvre zouden verdwijnen en dus geregeld ook in andere boeken opduiken. Het meest prominent nog in Elsschots doorbraakroman Kaas uit 1933. Auwera durfde het voor deze verfilming zelfs aan om stukken van Kaas in Lijmen/Het Been te smokkelen. Omdat de Nederlandse geldschieters de figuur van pastoor Jan absoluut uit de film wilden, werd er voor deze film ook een nieuw kaderverhaal bedacht. Het werkt wonderwel. Ook het einde werd aangepast. Wie daar moeite mee heeft, moet beslist eens bij de originele roman gaan kijken en zal zien dat de oplossing van De Hert zo gek nog niet is.
Frans Laarmans (Koen De Bauw) is een doodbrave werknemer van de General Brewery Company. Op een dag komt hij toevallig in contact met Karel Boorman (Mike Verdrengh), een uitgekookte zakenman met een radde tong en oog voor commercie. Hij runt het zogenaamde Algemeen Wereldtijdschrift voor Financiën, Handel, Nijverheid, Kunsten en Wetenschappen. Via allerlei lepe trucs probeert hij dat aan zoveel mogelijk mensen aan te smeren. Wat zij niet weten is dat het tijdschrift in feite niet veel meer is dan gebakken lucht. De redactie bestaat uit Boorman alleen en de teksten zijn elke keer, op enkele aanpassingen na, dezelfde. Omdat hij wel wat hulp kan gebruiken, neemt Boorman Laarmans als secretaris in dienst.
Boorman maakt zijn nieuwe medewerker al gauw kundig in het lijmen, het aansmeren van zoveel mogelijk nummers. Eerste slachtoffer is de niet helemaal eerlijke begrafenisondernemer Korthals. Daarna komt het tweetal terecht bij de ietwat naïeve mevrouw Lauwereyssen, een keukenliftspecialiste aan wie ze een fabelachtige grote oplage van het Wereldtijdschrift weten te lijmen. De oude vrouw, die sukkelt met haar gezondheid en last heeft van haar been, kan de rekening niet betalen en gaat langzaam overkop. Als Boorman en Laarmans later zien dat de vrouw inmiddels met een houten been rondtrekt, worden ze door schuldgevoelens overmand en proberen ze er alles aan om haar het geld terug te geven. Maar mevrouw Lauwereyssen is vast van plan om zelf aan het langste eind te trekken in deze strijd tussen anarchisme en kapitalisme.
Wie de roman las, weet natuurlijk hoe dit alles eindigt en door het kaderverhaal windt Robbe De Hert daar eigenlijk ook weinig doekjes om. Die raamvertelling plaatst Boorman in een psychiatrische instelling, nadat hij op de veiling van het bedrijf van mevrouw Lauwereyssen een onnoemelijk hoog bedrag op oud papier (in casu de tijdschriften) had geboden. Het is Laarmans die het hele verhaal ten slotte aan een speciale commisie vertelt. Een knappe vertelstructuur en zeker een meerwaarde voor de film ten opzichte van het boek. Dat liet Laarmans het hele verhaal aan een pastoor vertellen.
Het verwijt dat Elsschot als schrijver wel eens kreeg, was dat er in zijn boeken nooit echt veel gebeurt. De handeling kabbelt maar een beetje vooruit. Dat kan ook van deze film gezegd worden. Echt negatief is dat niet. Robbe De Hert neemt rustig de tijd om het hele verhaal af te maken. Niemand die aan de rust en kalmte die van de film uitgaat kan vermoeden dat er enkele problemen met de productie gepaard gingen. Voor Elsschot-fans is het onderwijl ook uitkijken naar enkele leuke verwijzingen: de stukken uit Kaas, enkele verwijzingen naar de hedendaagse politiek en de scène waarin Boormans Le Chagrin des Belges van Hugo Claus aan het lezen is. Hetzelfde boek dat Elsschot ooit de grond inboorde.
Lijmen zit degelijk en goed in elkaar, en het verhaal is tijdloos genoeg om ook nu nog te kunnen boeien, maar echt hoge toppen scheert het nooit. Aan de acteurs ligt het nochtans niet. Ex-VTM-mogul Mike Verdrengh begint een beetje vreemd aan zijn rol als Boorman, maar komt na verloop van tijd erg goed in zijn rol. Koen De Bauw speelt met veel gevoel voor underacting zijn leerling. Voor haar prestatie als mevrouw Lauwereyssen kreeg Willeke Van Ammelrooy op de Nederlandse Filmdagen zelfs een Gouden Kalf voor beste actrice. De cameo's van Tom Lenaerts en Jan Decleir vallen iets minder in de smaak. Waarom moet dat toch steeds? Velen zullen allicht ook even vreemd opkijken als we, na de eigenlijke vertellingen, enkele beelden over het opkomende fascisme te zien krijgen. Een historische link die de handelswijze van de Boormannen van onze tijd toch wel even in een ander perspectief plaatsen. Puik werk. Elsschot zou wellicht tevreden zijn.
Genre: Drama
Speelduur: 1u10
Regisseur: Robbe De Hert
Acteurs: Koen De Bouw, Mike Verdrengh, Willeke van Ammelrooy, Sylvia Kristel, Lou Landré, Hans van den Berg, René van Asten