Het London Effects and Animation Festival slaagt er jaar na jaar opnieuw in om grote firma's hun zonen en dochters te laten uitsturen om de gewone stervelingen een glimp achter de streng bewaakte fx-schermen te gunnen. Al kan je de doordeweekse bezoeker van het festival nog nauwelijks een gewone sterveling noemen. Londen is immers de bakermat van de Europese fx- en animatie-industrie, zodat iedere festivalganger wel min of meer in het wereldje zit. Of er toch toe wil behoren.
De ondeugende Bill Plympton mocht de eerste dag op gang schieten, om onmiddellijk gevolgd te worden door één van de talrijke grote kanonnen. Stefan Fangmeier van ILM kwam er uitleg geven over het maken van The Perfect Storm. Aan de hand van testen probeerde hij het publiek mee te nemen in één van de technisch meest indrukwekkende effecten-hoogstandjes van de laatste jaren. Water is immers, net als de andere natuurelementen, nog steeds één van de meeste complexe problemen in de fx-wereld. Vroeger probeerde men vaak tevergeefs het water in miniaturen echt te doen lijken, maar tegenwoordig grijpt men meer en meer naar de digitale hulpmiddelen. Dan moet je natuurlijk wel alle subtiele eigenschappen van het water programmeren, wat op zich een heksentoer is. Grote delen van de film zijn dan ook volledig computergegenereerd (inclusief helicopter, schip en bemanning) en niet van de gewoon opgenomen beelden te onderscheiden.
Het eerste echte hoogtepunt van het festival kwam met de presentatie van Simon Smith van Pacific Data Images. Hij had immers voor het eerst in Europa beelden mee van Shrek, de opvolger van Antz. Pixar blijft in de computergegenereerde filmwereld nog steeds heer en meester, maar met Shrek komt PDI al weer een stukje dichterbij. Ook hier bleek nog maar eens dat het maken van een computergegenereerde film alles behalve eenvoudig is. Maandenlange research was nodig om digitaal haar realistisch te krijgen en om kleren netjes in de plooi te houden. Ook de logistieke organisatie blijkt bij een project van dergelijke omvang nachtmerrie-achtige proporties aan te nemen.
Als toemaatje hadden de organisatoren onverwacht nog een extra presentatie gepland. Gregg Anderson van Sony Picture Imageworks (SPI) kwam er het meer karaktergedreven animatiewerk van de fx-firma voorstellen. Het meest indrukwekkend waren natuurlijk de beelden die hij meehad van Hollow Man. De film van Paul Verhoeven bevat de meest realistische simulaties van een mens die ooit aan het grote scherm zijn toevertrouwd. Langs zijn neus weg vermeldde hij nog even dat SPI nu druk bezig is met de voorbereidingen van Spiderman, de nieuwste van Sam Raimi en ooit voorbestemd voor James Cameron.
Craig Hayes van Tippett Studios kwam het Hollow Man-verhaal afmaken met zijn bijna onzichtbare bijdrage. Terwijl SPI vooral de transformatie-sequenties voor hun rekening had genomen, werden de animatoren van Tippett laat in de productie ter hulp geroepen om de onzichtbare Kevin Bacon op een subtiele manier toch zichtbaar te maken met behulp van onder meer water, rook en bloed. Ook hier viel op dat fx-werk verre van een exacte wetenschap is en dat experimenteren de boodschap blijft.
Jammer genoeg programmeerden de organisatoren geen special rond de in Engeland gemaakte Chicken Run en ook de oorspronkelijk aangekondigde regisseur Nick Park werd vervangen, net als John Lasseter van Pixar trouwens. Gelukkig kwam Jan Hogevold van het Londense CFC de Britse eer redden. CFC zorgde immers voor een 350-tal digitale effecten in de film, gaande van het verwijderen van animatiehulpmiddelen, tot digitale vogels en natuurelementen als regen en vuur. Sommige vroegen zich dan ook af of het niet beter was geweest om de film volledig in de computer te maken. Vooraleer iedereen zich klaarmaakte voor de LEAF-Awards (en de daaropvolgende fuif) in het hartje van Londen gaven de mensen van Sony nog een presentatie van hun digitale 24P camera, het paradepaardje van de nieuwe generatie camera's waarmee George Lucas enkele weken geleden zijn Episode II heeft opgenomen. Vooral de vergelijking met traditionele 35mm beelden was indrukwekkend en een bewijs dat de digitale opmars niet meer te stuiten is. Al mochten we nu ook voor het eerst eens aanschouwen dat digitale projectoren nu en dan ook wel een steekje laten vallen. Een plotse storing in het beeld is genoeg om je even uit de illusie weg te rukken, maar nog altijd te verkiezen boven gebroken filmpelicule.
De LEAF-Awards, waar voor het eerst ook een prijs werd uitgereikt aan de beste web-animatie (voor aka Pizazz voor Bird Interactive), kende een hoogtepunt met de prijs voor beste langspeelfilm-effecten voor Gladiator. Thuisspeler Mill Film, het effectenhuis van de gebroeders Scott, mocht de prijs in onvangst nemen. Het ultieme moment waarop iedereen had zitten wachten was echter de prijs voor de beste kortfilm. Zoals te verwachten was, ging die naar For The Birds van Pixar. De hilarische korte film, die jammer genoeg voorlopig enkel op festivals te zien is, kreeg zelfs een zaal gevuld met professionelen plat van het lachen, wat nog maar eens bewijst dat Pixar met kop en schouders blijft uitsteken boven de rest. Zopas kondigde Pixar hun vijfde langspeelfilm aan terwijl Monsters, Inc. nog volop in productie is.
Jesse Hollander van Pixar gaf de volgende dag trouwens een uitstekende presentatie over For The Birds. Ook Mill Film was present om hun gelauwerd werk voor Gladiator voor te stellen. Dave Lomax gaf uitgebreid tekst en uitleg bij de voor- en na-beelden die hij meehad. Rome is dan misschien wel niet gebouwd op één dag, maar we betwijfelen sterk of het er ooit beter heeft uitgezien. Meteen wilde Lomax ook een aantal misverstanden rond de film uit de weg ruimen. In tegenstelling tot wat hier en daar in de pers verscheen werden er voor Gladiator geen digitale tijgers gebruikt en ook de vlak voor het einde van de opnames gestorven Oliver Reed werd niet digitaal tot leven gewekt. Enkel bestaande beelden werden wat herwerkt, zoals ook gebeurd is toen Brandon Lee tijdens de opnames van The Crow omkwam.
Op de tweede festivaldag werden ook nog presentaties gegeven door Peter Molyneux van de spelletjesfirma Lionhead Studios, Tom Smith van Cinesite USA over Red Planet en Neil Eskuri van Walt Disney Feature Animation over Dinosaur, de naar verluidt 200 miljoen dollar kostende computergeanimeerde animatiefilm.
Chicken Run mag dan nog wel een groot succes zijn, veel mensen in de industrie twijfelen aan de toekomst van de stop-motion techniek die ooit zo populair was met pioniers als Willis O'Brien en Ray Harryhausen. Sinds Jurassic Park in 1993 de fx-wereld verstomde met z'n digitale effecten lijkt enkel de Britse firma Aardman Animations voorlopig nog immuun aan de CGI-manie. Al heeft de firma al een tijdje een kleine CGI-eenheid die vooral ingezet wordt bij reclamefilms. In het panel-gesprek rond de strijd tussen stop-motion animatie en CGI waren de meesten redelijk pessimistisch over de toekomst van het arbeidsintensieve medium, maar zolang genieëen als Nick Park en Peter Lord zich beter thuisvoelen in de plasticinewereld zullen we waarschijnlijk nog wel een tijdje kunnen genieten van Wallace, Gromit en kneedbare soortgenoten.
De afsluitende dag van het festival was mits een enkele uitzondering heel wat minder spectacualair. John Bennett van The Moving Picture Company kwam uitleggen hoe zijn bedrijf het internet gebruikte om de clienten in staat te stellen sneller feedback te krijgen, terwijl Dave Witters van WAM!NET probeerde te bewijzen dat het veel eenvoudiger (en vooral sneller) is om het berekenen van de beelden aan zijn firma over te laten. Via een snelle internetconnectie worden de gegevens doorgestuurd naar een batterij snelle Silicon Graphics computers die de resulterende beelden berekenen en die dan terug sturen. Zo blijft de eigen investering in dure en snel verouderde computers beperkt. Ron Gellar van Sony Digital Entertainment Group, de nieuw opgerichte divisie van de Japanse elektronica-gigant, zette uiteen hoe Sony de toekomst ziet van de digitale ontspanningsindustrie. Want of we het nu willen of, alls wordt digitaal, en alles zal met alles verweven worden. Het afsluitend panelgesprek rond de toekomst van animatie op internet verliep zoals de meeste panelgesprekken rond dergelijke thema's: hier en daar een interessante stelling, een positieve en negatieve noot, om tenslotte te eindigen met de evidente stelling dat animatie ook maar een hulpmiddel is waarmee een kunstenaar zijn ding kwijt wil geraken. En vooral dat filmmakers steeds opnieuw hun creatieve grenzen moeten verleggen als ze niet door de mainstream entertainment willen opgeslokt worden. Want ooit waren series als The Simpsons en South Park gedurfd en op het randje. Nu worden ze door iedereen als doodnormaal en helemaal niet meer als gedurfd beschouwd.
Terwijl de conferenties bezig waren en softwarehuizen en hardwarefabrikanten hun nieuwste snufjes in de Digital Media World aan de man wilden brengen werden er ook nog speciale courses en masterclasses georganiseerd. De interessantste was ongetwijfeld die rond Walking With Dinosaurs, de indrukwekkende BBC reeks die ook bij ons te zien was. Het bijna voltallig dino-team van de Londense firma FrameStore kwam onder leiding van Mike Milne een uitgebreide demonstratie geven tijdens de laatste uren van het festival. Ditmaal bleef het niet bij videobeelden, maar kropen ze zelf achter de computer om even live een smaakje te geven van hoe het er in werkelijkheid aan toe ging. De firma heeft trouwens zopas een nieuwe aflevering afgewerkt die deze week in Duitsland al zou te zien zijn en op kerstdag in Engeland zal te bewonderen zijn. Intussen is men ook druk aan het werk aan een opvolger: Walking With Beasts.