DINOSAUR

Digitaal geldmonster

Foto: Disney
Met Dinosaur probeert Disney de blijkbaar onuitroeibare dino-manie verder uit te melken, net op tijd vooraleer de derde Jurassic Park film korte metten zal maken met de concurrentie. Jammer genoeg gaat het met de Disneyfilms al een tijdje lichtjes bergaf. Ook bij hun eerste digitale tekenfilm is het verhaal blijkbaar bijkomstig en vraag je je af waar dat budget van 200 miljoen dollar naartoe is gegaan.

Enkele jaren geleden nog schreeuwde men moord en brand toen bekend raakte dat James Cameron het aangedurfd had om voor zijn romantische rampenfilm Titanic het magische bedrag van 200 miljoen dollar te overschrijden. Het finale budget verbleekte echter bij de afrekening aan de bioscoopkassa. Dat sindsdien enkele matige films de revue gepasseerd zijn met een exuberant budget kon je enkel nog in de gespecialiseerde vakliteratuur lezen. Wild Wild West bijvoorbeeld zou wat uitgaven betreft dicht in de buurt gezeten hebben van de onzinkbare boot en ook om de muis in Stuart Little tot leven te brengen moest men maar liefst meer dan 100 miljoen dollar neertellen. Voor ietsje meer wist George Lucas tenminste een volledig universum te creëeren. Maar zolang de regisseur zich maar gedraagt op de set en de overdreven geruchten van in verdrinkingsnood verkerende actrices de roddelpagina's niet bereiken, kijkt geen mens nog op naar wat Hollywood wil spenderen. Ook de 200 miljoen dollar die Disney neertelde om hun lang in de ijskast opgeborgen dinosauriërsfilm te ontdooien, lijkt de gewoonste zaak. Al moet gezegd dat de Grote Muis hiervoor ook een nieuwe digitale studio kreeg: The Secret Lab.

Dinosaur begint met de trailerbeelden die reeds enkele maanden de ronde doen. Een dinosaurus-ei wordt uit een nest gestolen en komt na een lange, bewogen reis, waarin we voorgesteld worden aan de belangrijkste dan levende diersoorten, terecht bij een familie lemuren. De iguanodon Aladar wordt er geadopteerd. Het noodlot slaat echter toe wanneer een meteorietenregen het eiland verwoest waarin Aladar en zijn veel kleinere familie onbezorgd genieten van het prehistorische leven. Op het nippertje kunnen ze de vlammenzee ontvluchten en sluiten ze zich aan bij een migrerende groep dinosauriërs. Die zijn op zoek naar de broedplaats waar er zeker nog water te vinden is. Onderweg geldt echter de wet van de sterkste en wanneer Aladar een aantal van zijn metgezellen wil helpen, maakt hij zich allesbehalve populair bij de leiders van de groep.

Reeds in 1988 lag het Dinosaur-idee te sudderen in Hollywood. Paul Verhoeven had toen reeds interesse om een live-action versie te maken, maar het zou pas na de digitale revolutie van Jurassic Park zijn dat het idee bij Disney terug van stal werd gehaald. In 1994 begon men met testen en in die twee jaar durende periode kwam men met het plan om voor de achtergronden geen modellen of volledig computergegenereerde achtergronden te gebruiken, maar om de wereld af te schuimen naar echte beelden, die men dan later in de computer zou combineren tot een realistische prehistorische wereld. Zo kan in één beeld de lucht, de grond en de bossen uit drie verschillende continenten afkomstig zijn, met hier en daar nog een brokje digitale magie ertussen.

De dinosauriërs zelf zijn natuurlijk de grote trekpleisters en die werden wel degelijk volledig in de computer verwekt. Meer dan 350 mensen werkten jaren lang in research & development om de sprekende beesten zo realistisch mogelijk naar het scherm te krijgen. De technologie moest ter plaatse nog uitgevonden worden opdat regisseurs Ralph Zondag en Eric Leighton hun visie zouden kunnen realiseren. Maar jammer genoeg merk je tijdens het kijken naar de visueel verbluffende film dat de technologie parten heeft gespeeld. Buiten enkele uitzonderingen ziet het er allemaal wel voortreffelijk uit, maar doordat men het verhaal heeft moeten kneden naar wat op dat ogenblik van de productie technisch mogelijk was, komt Disney dus na 200 miljoen dollar en zo'n zes jaar productie naar buiten met een uitermate zwak verhaal. Enkele animatiesequenties mogen dan nog indrukwekkend zijn, veel kan het je na 82 minuten niet meer schelen, al zullen computer graphics adepten zich ongetwijfeld vergapen aan het prachtige haar van enkele diersoorten.

Maar uiteindelijk vraag je je af of dat wel allemaal nodig was en of ze dat geld niet beter gebruikt hadden om het script eerst op punt te stellen. Eigenlijk hadden ze veel beter moeten weten. De Toy Story-films die zij verdelen voor Pixar zijn immers niet succesvol omdat het computergegenereerde films zijn, maar wel omdat ze een enorm hart hebben. Maar ook dat hebben ze bij Disney blijkbaar gedigitaliseerd. Wie niet genoeg kan krijgen van dinosauriërs kan beter nog eens de meer dan voortreffelijke BBC-reeks Walking With Dinosaurs in de videorecorder of DVD-speler proppen. Daarin kwamen de dieren tenminste echt tot leven. De Disney-film bevat trouwens ook heel wat gruwelijkere momenten zodat de allerkleinsten er nog een stuk langer van zullen genieten, maar dan wel in hun slaap.

Titel: Dinosaur
Genre: Tekenfilm
Speelduur: 1u22
Regie: Ralph Zondag en Eric Leighton
Stemmen: D.B. Sweeney, Alfre Woodard, Ossie Davis, Max Casella, Hayden Panettiere, Joan Plowrighy