Wat Pixar (Toy Story, A Bug's Life) is voor computeranimatie, dat is Aardman Animations voor de klei-animatie. Want net als hun digitale tegenhangers uit Californië hebben de vindingrijke Britten steeds hun aandacht op het verhaal en de karakters gevestigd, in plaats van ons met hun tijdrovende techniek te overbluffen. De kleien droom begon in 1972 toen David Sproxton en Peter Lord een kleine animatiefilm wisten te verkopen aan de BBC. De twee hadden elkaar op school ontmoet en in hun vrij tijd waren ze met de 16mm camera van Davids vader gestart met animatie-experimenten. Het was hun animatie van een nerd-achtige Superman, Aardman genoemd, die de aandacht trok van de Britse openbare omroep. Aardman Animations was geboren. In 1976 charmeerden ze de BBC verder met hun Morph-karakter, en alhoewel het karakter bedoeld was voor een kinderprogramma waren Sproxton en Lord ervan overtuigd dat er ook een volwassen publiek was voor hun animaties. Ze begonnen te experimenteren met animaties gemengd met het geluidsspoor van een echt interview. Deze Conversation Pieces zouden uiteindelijk leiden tot het sublieme Creature Comforts. Met deze serie interviews met dieren in de zoo was meteen ook een nieuw talent opgestaan. Nick Park won zijn eerste Academy Award (1989) en kon in datzelfde jaar ook A Grand Day Out afwerken, een project waar hij als student aan begonnen was en waarvoor hij in 1985 bij Aardman was aangenomen. Met de film, die ook genomineerd werd voor een Academy Award, introduceerde hij Wallace en Gromit aan de wereld.
Het succes van het kleine duo was zo overweldigend dat Nick Park voor twee schitterende opvolgers zorgde, die beiden een oscar opleverden: The Wrong Trousers en A Close Shave. Intussen zat het andere genie van het bedrijf niet stil. Peter Lord kreeg voor Adam een Academy Award nominatie, wat hij jaren later overdeed met Wat's Pig. De kortfilms werden gefinancieerd met het maken van reclamefilms en de occasionele pop-video, zoals het toen populaire Sledgehammer van Peter Gabriel. Meer recent wisten ze met Humdrum opnieuw een oscarnominatie in de wacht te slepen en maken ze met hun Angry Kid-karakter het internetkortfilmcircuit onveilig.
Ook Hollywood was niet ongevoelig voor de klei en plasticine die zo bedreven in een leuk verhaaltje werd gekneed. Net zoals Disney dat had gedaan met Pixar, sloot DreamWorks een multi-picture deal met Aardman. Het was alsof ze de kip met het gouden ei hadden gevonden, want het eerste product dat met Amerikaans geld (zo'n 42 miljoen dollar) uit de omgebouwde bananenopslagplaatsen kwam gerold was meteen een groot succes. Chicken Run bracht in het eerste weekend zo'n 17.5 miljoen dollar op. Voor Nick Park en Peter Lord, die samen de film regisseerden, was het na twee jaar onafgebroken rondhollen tussen de vele sets het bewijs dat hun magie ook in lange vorm de wereld kon bekoren.
Sinds computeranimatie na Jurassic Park de animatie- en effectenwereld stormenderhand heeft veroverd, is de stop-motion techniek volgens sommigen op sterven na dood. De techniek die ooit door grootheden als Willis O'Brien (King Kong), Ray Harryhausen (Jason and the Argonauts) en Phil Tippet (The Empire Strikes Back) tot pure filmkunst werd verheven, is immers zeer arbeidsintensief. Film komt tot leven door 24 beelden per seconde voor de lens te laten bewegen. Bij stop-motion wordt elk van die beelden afzonderlijk opgenomen nadat de animator een kleine aanpassing heeft gemaakt. Om bijvoorbeeld een arm vloeiend te laten bewegen, splitst de animator de beweging op in kleine deeltjes. Per beeldje wordt de positie van de arm dan een heel klein beetje veranderd. Om te vermijden dat de verschillende stilstaande beelden te schokkerig zouden overkomen bij projectie voegt men soms een beetje motion-blur toe. Vergelijk het met een foto die je maakt van een bewegend object. Normaalgezien zal dat object lichtjes uitgesmeerd zijn over het beeld. Om zoiets te verkrijgen met stop-motion gaat men heel low-tech te werk: tijdens de opname wordt het karakter lichtjes heen en weer geschud, of krijgt de camera zelf deze handeling te verduren. Net als bij traditionele 2D-animatie wordt er ook bij stop-motion soms wat short-cuts genomen. In plaats van 24 verschillende beeldjes op te nemen, maakt men vaak twee opeenvolgende opnames van dezelfde positie. Ook bij Chicken Run werd nu en dan deze techniek gebruikt, want uiteindelijk is het nog altijd veel belangrijker om het publiek in het verhaal mee te slepen, dan hen te overdonderen met perfect vloeiende animatie. Zeker als je 160.000 beelden hebt te gaan...
Het titanen-werk werd echter goed voorbereid. Het door Peter Lord en Nick Park verzonnen verhaal werd uitgebreid in story-boards uitgetekend en samen met de opgenomen stemmen in de computer ingescand. Daar werd reeds een eerste ruwe montage van de film gemaakt. Tegelijkertijd begon de firma Farrington Lewis, die reeds meerdere keren met Aardman had samengewerkt, de sets te ontwerpen in de computer. Zo konden de regisseurs op voorhand bepalen met welke lenzen ze elke scène in beeld wilden brengen. Meteen kon ook vermeden worden dat stukken set zouden gebouwd worden die bij de opnames uiteindelijk uit het gezichtsveld van de camera zouden liggen.
Bij Aardman zelf werden intussen de verschillende karakters in klei gemodelleerd. Stop-motion modellen worden meestal een 25-tal centimeter groot gemaakt, vermits men uit ervaring weet dat dit de meest ideale grootte is voor de animator. Omdat er in Chicken Run ook grotere mensen lopen, zat men echter met een schaalprobleem. Als mensen samen met de kippen in beeld moesten gebracht worden, werden daarom beide soorten karakters afzonderlijk opgenomen om later in de computer samengevoegd te worden. Hetzelfde effect werd ook bereikt door de mens dichter bij de camera te plaatsen dan de kippen. Om de karakters te doen praten, werd gebruik gemaakt van een zestigtal verwisselbare snavels. Die werden door de animatoren beeld na beeld aangepast.
Nick Park en Peter Lord wisten al vanaf het begin van de productie dat de regie teveel was voor één man. Daarom besloten ze de verschillende scènes onder hun beide te verdelen. Dag in dag uit holden ze gedurende twee jaar tussen de 26 à 32 sets die tegelijkertijd waren opgesteld. Daar gaven ze dagelijks hun commentaar op de vooruitgang die de meer dan dertig animatoren beeldje voor beeldje boekten. Indien nodig speelden ze voor een videocamera de scène voor en kregen de animatoren ook de kans om eerst een testopname te maken. Het is dan ook niet te verbazen dat er per dag slechts een drie à viertal seconden animatie werd afgeleverd...
Chicken Run is echter allesbehalve een puur artisanaal gemaakte film. Buiten de computers die de animatoren de mogelijkheid gaven om naast film- ook video-opnames te maken van de animatie (handig om het resultaat onmiddellijk te zien), werd ook na de opnames nog heel wat digitaal bijgewerkt. De Londense firma Computer Film Company (CFC) kreeg naast de opdracht de film volledig in te scannen ook nog een 350 fx-shots toegewezen. Zo werd bijvoorbeeld vuur en regen (naast de met de hand geanimeerde regendruppels) toegevoegd, en lieten ze ook een vlucht ganzen voorbijvliegen. Het waren echter vooral animatiehulpmiddelen om bijvoorbeeld de kippen in de lucht te houden tijdens hun vliegoefeningen die door CFC achteraf deskundig uit het beeld werden geschilderd.
Oorspronkelijk dacht Nick Park dat de moeilijkheidsgraad van de film eenvoudig kon afgeleid worden uit zijn vorige kortfilm-ervaringen. Geëxtrapoleerd zou Chicken Run dus zo'n twee en een halve keer zo complex zijn als een van de Wallace & Gromit films. Uiteindelijk zou Park zijn schatting moeten herzien. Nu denkt hij dat de film, mede door de scriptaanpassingen, de storyboards en de dialogen, zo'n dertig keer complexer was...
Chicken Run werd echter lovend onthaald en intussen is men bij Aardman Animations al druk in de weer met hun volgende project: The Tortoise and the Hare. De echte fans van het eerste uur zitten echter met ongeduld te wachten op de film die daarna uit de vaardige handen van Nick Park en Peter Lord zou moeten rollen: Wallace & Gromit.