Een complete verrassing was het, toen The Sixth Sense eind vorig jaar in Amerika zoveel ophef maakte. Want uit welke boom was die tongbreker eigenlijk komen vallen? In 1992 had Shyamalan Praying with Anger gemaakt terwijl hij nog aan de universiteit van New York studeerde en Wild Awake, zijn tweede film, werd door producent Miramax zo slecht gevonden dat die opnieuw gemonteerd moest worden. En dan was daar plotseling The Sixth Sense, een film die insloeg als een bom en de hele wereld death people liet zien. De film bracht wereldwijd 661 miljoen dollar op en bombardeerde Shyamalan tot de nieuwe oppergod van Hollywood. In die mate zelfs dat Steven Spielberg naar verluidt aan Shyamalans mouw trekt om het scenario voor de nieuwe Indiana Jones te pennen. Voor Unbreakable zwaaide Disney met tien miljoen dollar voor Shyamalans neus, ongeveer de helft van wat Bruce Willis per film vangt, maar toch uitzonderlijk hoog voor iemand met, op de keper beschouwd, nog maar zo weinig ervaring. De Grote Muis kreeg gelijk, want in Amerika verdiende de film na drie weken zijn budget van 75 miljoen dollar al terug.
In The Sixth Sense maakte Shyamalan school met zijn bijzonder klassieke manier van vertellen en filmen. Geen postmodernistische trucjes of mtv-achtige montages voor de Indiër, maar oerdegelijk opgebouwde scènes die ieder voor zich een puzzelstuk van een groot verhaal vertellen. Zo'n scène zit er in het begin van Unbreakable: David Dunn (Bruce Willis) zit in de trein en probeert tevergeefs een vrouw te versieren. De scène lijkt eindeloos lang te duren, maar wordt dan plots afgebroken door het ontsporen van de trein. Dunne is, zo leren we later, de enige van de 118 passagiers die de ramp overleefde, zonder ook maar één schrammetje. Iets later vindt hij een mysterieus briefje onder de voorruit van zijn auto. Of hij zich herinnert of hij ooit ziek is geweest? Dunn weet het niet meteen, maar vraagt het aan zijn vrouw Audrey. Volgens haar is Dunn nog nooit een dag ziek geweest.
Via het briefje maakt Dunn kennis met Elijah Price (Samuel L. Jackson), een vreemde man die een comic book-winkel runt, die bulkt van de collector's items en schier onvindbare strips. Price lijdt aan een uiterst zeldzame beenderziekte, waardoor hij breekt als glas. Zelfs bij zijn geboorte waren zijn armen en benen gebroken. De theorie van Price is simpel maar schokkend: als hij zo kwetsbaar is dat de kleinste val zijn botten breekt, dan moet er op de wereld ook iemand aan de andere kant van het spectrum staan: een onkraakbaar persoon, sterker dan hij zelf denkt. Unbreakable. Volgens Price heeft hij in Dunn eindelijk zijn tegenpool gevonden. Alleen gelooft die dat natuurlijk niet.
De vraag is uiteraard waar die premisse uiteindelijk op uitdraait. Heel lange tijd tast je als toeschouwer in het duister, hoewel Shyamalan - net als in The Sixth Sense - zijn film vol met vooruitwijzingen en kleine hints steekt die een tweede visie zeker niet overbodig maken. Ook in Unbreakable zit de verrassing immers in de staart, want we krijgen opnieuw een einde dat alles wat vooraf gaat in een ander perspectief plaatst en je doet nadenken over alles wat je gezien hebt. Magistraal. Veel haalde Shyamalan in de wereld van de comcis, een genre met zijn heel eigen regels en wetten. Al van bij de aanvang van de prent blijkt hoe belangrijk die zijn voor de interpretatie van het verhaal. Let daarbij bijvoorbeeld op de naamgeving van de personages. Wie zelfs nog verder nadenkt en zijn stripklassiekers kent, schiet een heel eind op in het raden van de clou van Unbreakable.
Het is opmerkelijk hoe Shyamalan in deze postmoderne tijd, waarin regisseurs steeds maar weer op zoek gaan naar andere manieren om hun verhaal verteld te krijgen, teruggrijpt naar de essentie. Zijn shots staan als een huis: de kleurencompositie neigt naar het grauwe, de opbouw is tergend traag en vaak schuilt er meer symboliek achter dan je op het eerste gezicht zou denken. De aanwezigheid van spiegels en glas bijvoorbeeld zou een studie op zich kunnen zijn. Shyamalan blijkt net als in The Sixth Sense ook de meester van details. Een blik, een woord, een beeld: ze vertellen bij hem altijd al een heel verhaal. Ongelooflijk hoe rijk het beeldenarsenaal van die man is. Wees er maar zeker van dat deze bijzondere manier van filmen dankzij films als deze weer in zwang zal geraken. Elke slinger keer immers ooit weer naar zijn beginpunt.
Gedurende het hele verhaal zit je je af te vragen wie nu het echte hoofdpersonage van Unbreakable is: Dunn of Price. Zeker is dat zowel Bruce Willis als Samuel L. Jackson in hun rollen schitteren. Beiden spelen ze met een opmerkelijk gevoel voor underacting de sterren van de hemel. Niet echt verrassend als je weet dat Shyamalan Dunn en Price speciaal voor Willis en Jackson schreef. Zonder hen was er helemaal geen Unbreakable geweest. Vooral Willis maakt indruk. Ooit was hij de ideale Die Hard-ster, maar in Unbreakable laat hij al zijn allures achter zich. Groots. Hij wordt in de cast prima ondersteund door Robin Wright Penn (eigenlijk pas derde keus na Julianne Moore en Cate Blanchett) en Spencer Treat Clark, die we nog kennen als Lucius uit Gladiator.
Met Unbreakable maakte M. Night Shyamalan de cirkel van dit filmjaar rond. Gestart met zijn superieur The Sixth Sense en nu afgesloten met het al even knappe Unbreakable. Afwachten maar of deze prent het begin is van een trilogie. Het einde van Unbreakable lost immers veel vragen op, maar creëert er ook weer nieuwe. Helemaal uit de schemerzone geraken we nooit. En zo hoort het.
Genre: Thriller
Speelduur: 1u48
Regisseur: M. Night Shyamalan
Acteurs: Bruce Willis, Samuel L. Jackson, Robin Wright Penn