Een remake kan je Traffic nauwelijks noemen, maar regisseur Steven Soderbergh (zondag ook al in de oscarstrijd met Erin Brockovich) liet zich voor zijn drugsepos inspireren door de vijfdelige Britse serie Traffik, die Alastair Reid eind jaren tachtig voor Channel 4 maakte en waar hij furore mee maakte op het Banff Television Festival en het tv-luik van de Britse BAFTA-Awards. In die serie, met onder meer Julia Ormond, volgde scenarist Simon Moore (Under Suspicion, The Quick and the Dead) destijds de weg die heroïne aflegt van bij zijn productie in Pakistan tot bij de dealers in de vunzige straten van Engeland. Soderbergh gooide de vertelstructuur door elkaar, verving heroïne door cocaïne en hengelde enkele grote Hollywoodsterren binnen om het geheel wat cachet te geven. Bovendien verwerkte scenarist Stephen Gaghan in de film enkele elementen uit zijn eigen leven.
Eén van die grote namen is Michael Douglas. Hij torst als rechter en kersverse anti-drugverantwoordelijke van Ohio een zware taak, omdat hij voor Amerika een beleid moet uitstippelen tegen de drugs. Hij lijkt vol vertrouwen aan zijn taak te beginnen, tot hij met de keiharde realiteit geconfronteerd wordt: zijn eigen 16-jarige dochter, de knappe en verstandige Caroline, blijkt aan de verslavende middelen te zitten. Meteen wordt zijn strijdperk verplaatst van de straat naar zijn eigen huis en gaat hij de dingen helemaal anders zien. In een tweede verhaal volgen we Javier Rodriguez, een Mexicaans politieman die verzeild is geraakt in een vete tussen twee grote drugskartels. Omdat hij tussen twee vuren staat, is zijn rol niet altijd duidelijk: speelt hij het spelletje mee om een groter doel te dienen? Of pikt hij als corrupte politieman gewoon zijn graantje mee? Het derde verhaal neemt ons mee naar de hogere klasse van San Diego, vol luxe, afgunst en weelde. Hoogzwangere Helena Ayala (gespeeld door Catherine Zeta-Jones) vertoeft maar al te graag in die kringen tot haar man aangehouden wordt en blijkt dat hij een ware drugskoning is.
Traffic vertelt dus drie verhalen voor de prijs van één en anders dan in de postmoderne films die tegenwoordig in zwang zijn (en waar verschillende verhalen op een bepaald moment op elkaar ingrijpen of samenvloeien) blijven ze ook los van elkaar staan. Soderbergh ging zelfs zo ver dat hij voor elk segment een ander kleurenpalet koos. Het verhaal dat rond het personage van Michael Douglas geweven wordt, baadt in het blauw, terwijl de besognes van Javier Rodriguez in het geel nazinderen. Het laatste luik oogt het meest klassiek en is in normaal beeld gefilmd. Soderbergh houdt zijn vertellingen dan wel formeel netjes van elkaar gescheiden, toch is de inhoud niet altijd even simpel te volgen. Vooral het Mexico-verhaal verloopt verward en is niet altijd duidelijk. Maar dat is slechts een klein punt van kritiek. Hoewel sommige kijkers zich ook wel zullen storen aan het einde. Een hele film lang dompelt Traffic ons in de keiharde realiteit, terwijl de toon in de laatste minuten helemaal omslaat. Maar misschien heeft een film als deze wel een boodschap van hoop nodig.
Ironisch genoeg deed Soderbergh (die bij gebrek aan cameraman zelf de camera hanteerde) voor Traffic, een a-typisch Hollywoodproduct, een beroep op twee commerciële supersterren: Michael Douglas (die de rol kreeg nadat Harrison Ford en Kevin Costner hadden bedankt) en zijn ega Catherine Zeta-Jones (die Julia Roberts verving). Maar eerlijk is eerlijk: geen moment lopen ze de film voor de voeten. De meeste indruk maakt toch nog Benicio Del Toro als Javier Rodriguez. Een prestatie die hem in Berlijn een Zilveren Beer en een oscarnominatie opleverde. Dat alles maakt van Traffic een knappe film, met drie beklijvende verhalen, realistisch vanop de schouder geschoten Dogma-beelden, en stevige acteurs die het geheel dragen. Of The Academy daar ook zo over denkt, weten we zondag.
Genre: Drama
Speelduur: 2u27
Regisseur: Steven Soderbergh
Acteurs: Michael Douglas, Amy Irving, Erika Christenen, Benicio Del Toro, Don Cheadle, Luis Guzman, Dennis Quaid, Catherine Zeta-Jones