2001: A Space Odyssey is misschien wel de film die bewees dat de cinematografie wel degelijk een vorm van kunst kan zijn. De film laat zich bekijken als een goed schilderij: op het eerste gezicht ondoorgrondelijk, maar bij nadere beschouwing worden steeds meer dingen duidelijk, die uiteindelijk samen een verhaal, of statement vormen. 2001 is een film die na één keer kijken simpelweg niet te bevatten is voor de meeste mensen, maar die wel direct fascineert. Na de tweede keer wordt het al duidelijker, en zo brengt elke viewing de kijker dichter bij de waarheid. Of trekt hem er weer verder vanaf, want 2001 heeft geen netjes omlijnd verhaal, noch een duidelijke boodschap. Kubrick wilde zijn publiek uitdagen, prikkelen, en aan het denken zetten. Sommigen zeggen dat de film een ode aan de godsdienst is. Anderen zien de gebeurtenissen als het ontstaan van nieuw leven, weer anderen zeggen dat Kubrick zelf ook niet wist wat hij maakte. De Meester zal ongetwijfeld zijn mysterieuze glimlach lachen bij het horen van zoveel discussie. Inmiddels weet hij misschien zelf wel of zijn film een beetje weergeeft wat er om ons planeetje heen gebeurt. Voor ons blijft het voorlopig nog even gissen.
Veertig minuten dialoog kent 2001. Op een film van 140 minuten is dat ronduit weinig. Die spraakzame spreektijd wordt niet verbruikt in de lange proloog van de film, the Dawn of Men genaamd. Gedurende een kleine twintig minuten lijken we naar een natuurfilm te kijken. Een kolonie apen die schijnbaar natuurlijk gedrag vertoont. Wel lijken de beesten steeds onrustiger te worden, en dan wordt duidelijk waarom. Een vreemdsoortig stuk zwart metaal staat naast de groep mensapen. Op het moment dat we de beesten en de Monoliet (zoals het gevaarte later zal blijken te heten) in één shot te zien krijgen, begint 2001 te verbazen. Als The Dawn of Men zijn climax beleeft zien we een dolgedraaide aap op verbazingwekkend fotogenieke wijze een skelet aan stukken slaan, ten teken dat de evolutie niet stilstaat. Dit beeld gaat schijnbaar vlekkeloos over in een ruimtescène. In 1968 waren de special effects revolutionair en nog steeds zien de effecten er prima uit. Ook dit is weer een teken van het vakmanschap van Stanley Kubrick. Hij was er de man niet naar om effecten te gebruiken die er ten tijde van de release weliswaar goed uitzien, maar na tien jaar hopeloos verouderd zijn. De opvallende muziekkeuze (het verhaal gaat dat Kubrick daags voor de release de hele oorspronkelijke soundtrack naar de prullenmand verwees en de huidige muziek erin monteerde) draagt bij aan het aparte sfeertje dat 2001 kenmerkt. Het gevoel bij het zien van de eerste ruimtebeelden is haast niet te omschrijven. Begeleid door muziek van Strauss en Ligeti lijken de vaartuigen te dansen door de oneindige duisternis.
Pas dan begint het verhaal enige vorm te krijgen. Er is iets gevonden op de maan. Iets wat zo omvangrijk is dat het geheim moet worden gehouden. Wat dat is, laat zich wel raden. Door een sterk radiosignaal stuitten wetenschappers op een groot ijzeren voorwerp diep begraven in de maanbodem. Het signaal, dat richting Jupiter wijst, is het eerste bewijs van buitenaards leven. Besloten wordt een expeditie naar Jupiter te organiseren. Vanwege het uiterst geheime doel van de missie wordt zelfs de bemanning van het Discovery-ruimteschip niet op de hoogte gesteld van de doelstelling van de reis. Onderweg wordt opnieuw een staaltje vakwerk op het gebied van special effects getoond, met name tijdens een ruimtewandeling. Hoe spectaculair de races door het heelal in films als Star Wars er ook uit mogen zien, 2001 laat ons zien hoe de ruimte er werkelijk uit ziet. En dat is niet snel en flitsend, maar donker en stil. Maar daarom niet minder mooi.
Een verhaallijn die zich in dienst van het eigenlijke stelt, maar ook als op zichzelf staand kan worden beschouwd, is de verhaallijn met de HAL-9000 computer. De door Douglas Rain op angstaanjagende manier van stem voorziene machine is misschien wel een voorloper van de robots die Kubrick wilde creëren in zijn pretentieuze project A.I.: Artificial Intelligence, de film die zoals bekend mag worden verondersteld dit jaar de bioscopen bereikt en werd geregisseerd door Kubricks vriend Steven Spielberg. Kubrick liep al enkele tientallen jaren rond met het idee voor deze film, die misschien wel één van zijn persoonlijkste zou zijn geworden. Kubrick had immers een haat/liefdeverhouding met de voortschrijdende techniek. Aan de ene kant was hij een elektronicafreak die altijd de nieuwste snufjes op dit gebied in huis haalde, maar aan de andere kant was hij ook doodsbenauwd voor wat er zou gaan gebeuren als de apparaten menselijke eigenschappen zouden worden toebedeeld. De HAL-9000 belichaamt deze angst. Deze sprekende computer heeft nog nooit een fout gemaakt, en is daar trots op. Als hij echter toch een slippertje maakt, wordt zijn gezag aan boord van de Discovery in twijfel getrokken. De overige bemanningsleden overleggen achter zijn rug om over de toekomst van HAL. Deze komt echter toch achter het gruwelijke lot dat zijn collega's voor hem in petto hebben. En dan blijkt dat de mens een grote fout heeft gemaakt door de computer gevoel te geven. Nu is deze immers geen haar beter meer dan zijn ontwerper. HAL krijgt gevoelens van rancune en doet er alles aan om de bemanningsleden te wreken. Zo werkt hij één van hen het schip uit, om hem vervolgens te laten verdwalen in het oneindige heelal. Als Bowman hem achternagaat en terughaalt, weigert HAL hem terug te laten in de Discovery, omdat hij de missie in gevaar zou kunnen brengen. Het lukt Bowman toch binnen te dringen en uiteindelijk slaagt hij erin de doorgedraaide computer het zwijgen op te leggen in een haast ontroerende scène waarin de computer smeekt voor zijn leven, en langzaam zijn verstand verliest. De mens wint van de computer. Nog wel.
Het einde is nog het meest complexe onderdeel van de hele film. De hoeveelheid informatie die de kijker het laatste kwartier op zich af krijgt gestuurd, is zo groot dat hij nauwelijks te bevatten is. Vanaf het moment dat David Bowman Jupiter nadert, gooit Kubrick alle traditionele regels overboord en trakteert hij ons op een intrigerende en ongekend abstracte finale. De reis die Bowman maakt als de Monoliet hem opslokt, voert hem naar een kamer die visueel gezien een schoolvoorbeeld is van een Kubrickset: wit, strak en sober ingericht. Ook (en vooral) deze laatste scène is weer voor vele opvattingen vatbaar. We zien Bowman in luttele minuten oud worden en uiteindelijk sterven. Als hij sterft staat er opnieuw een Monoliet in de kamer, die het laatste shot inleidt: het fameuze sterrenkind dat terugkeert naar de aarde. Men zou deze laatste paar minuten kunnen beschouwen als een verbeelding van de schepping; immers, de dood van Bowman heeft een totaal nieuw leven tot gevolg. Anderen zeggen dat de ruimte waarin Bowman aan het einde van de film belandt de werkkamer van God symboliseert, van waaruit hij beslist over leven en dood. Zo zijn er nog minstens een dozijn (licht) van elkaar verschillende theorieën die allemaal logisch lijken bij nadere beschouwing. Dit bevestigt nog maar eens de opvatting dat 2001 meerdere mogelijkheden open laat, om de kijker te laten kiezen welke het beste bij zijn of haar levensvisie past.
Stanley Kubrick heeft er geen geheim van gemaakt dat hij het in 1984 uitgebrachte vervolg 2010: The Year We Make Contact afschuwelijk vond. Kubrick ontweek in zijn film heel bewust de antwoorden op de bepaald niet kleine vragen die hij de kijker stelt in 2001. De vragen die hij stelt zijn namelijk niet te beantwoorden zonder in een vast omlijnd verhaal te vervallen. En dat is precies wat 2010 doet. Er worden antwoorden gegeven, zodat ook degenen die 2001 verwierpen als zijnde 'onbegrijpelijk', bevredigd werden. Maar de antwoorden die 2010 geeft, zijn slechts een interpretatie van de ideeën die 2001 aanreikt, en daarmee is de film eigenlijk een belediging voor het talent van Kubrick om een film te maken die een open verhaallijn kent. Stanley Kubrick schiep met zijn film een schilderij. En net als alle schilderijen is ook 2001 veel indrukwekkender als je het bordje met informatie dat ernaast hangt (zoals 2010 metaforisch genoemd zou kunnen worden) niet leest, maar zélf uitdoktert wat dat ene detail zou kunnen betekenen. Of die interpretatie juist is of niet, is eigenlijk niet van belang, want 2001 is wat je er zelf van maakt. Net als ieder schilderij.