Je krijgt aparte films te zien in het kader van de opleiding Film- en televisiewetenschap. Hoogtepunt in dit verband is tot nu toch wel de film Blue, van regisseur Derek Jarman. 79 minuten lang heb ik zitten kijken naar een scherm dat geen verandering liet zien; blauw was het en blauw bleef het. Inderdaad, slechts één enkel frame kent de film. De soundtrack daarentegen kent veel meer verandering, de aan aids lijdende Jarman verhaalt over zijn ervaringen met de ziekte en hoe het leven langzaam aan hem ontglipt. Hij dringt zijn visie niet aan zijn publiek op, maar laat ons zelf beelden vormen bij het verhaal dat hij vertelt. In het begin lijkt dit een erg pretentieus doel, maar de film slaagt hier uiteindelijk goeddeels in. Als je maar lang genoeg naar het scherm blijft staren verandert het beeld vanzelf op haast hypnotische wijze. Uiteraard hangt één en ander sterk af van de welwillendheid van de toeschouwer op zich mee te laten slepen door deze haast hypnotische ervaring, maar als deze bereid is zich over te geven staat hem of haar een bijzondere ervaring te wachten.
Helaas kun je niet de hele dag films kijken, er moet ook over gepraat worden, en conclusies die getrokken worden zijn soms verrassend, maar in ieder geval interessant. De onderverdeling van personages in helden, schurken en nog wat andere categorieën is altijd een mooie bron van discussie, evenals als vragen die gesteld kunnen worden omtrent de combinatie van beeld en geluid. Muziek bijvoorbeeld is niet alleen een essentiële factor bij het maken van een film, maar ook een mooi object voor studie. Filmmuziek hoort vaak niet tot de wereld waarin de film zich afspeelt(de zogenaamde diëgetische omgeving, om maar eens wat vakjargon te spuien) maar wordt gebruikt om het effect van wat er zich op het scherm afspeelt te versterken. In Steven Spielberg's Close Encounters of the Third Kind echter, is het beroemde vijftonige thema van die film in eerste instantie gewoon filmmuziek, maar wordt het later gepromoveerd tot actief element van de film om met de buitenaardsen te communiceren. Zo zit de filmgeschiedenis vol met uitzonderingen die de regel nog maar eens bevestigen. En het zijn juist die uitzonderingen die het geheel zo interessant maken. In het kader van diezelfde filmgeschiedenis kregen we één van de eerste filmpjes te zien die tot op de dag van vandaag bewaard zijn gebleven. Het shot is simpel; een baby wordt gevoed door de trotse ouders. Het filmpje trok volle zalen, logisch aangezien het bewegende beeld in die tijd, het werkje stamt uit 1895, nog een zeldzaamheid was.
Het commentaar dat in de begeleidende tekst stond was echter nog interessanter. Men was niet zozeer verbaasd door de bewegende mensen, die had men in dezelfde zaal, als er een toneelstuk werd opgevoerd, vaak genoeg gezien. Het detail in de rechterbovenhoek was veel interessanter: bewegende blaadjes aan een boom, dat had men nog nooit zo natuurgetrouw gezien in het theater. Het volgende fragment kwam uit A Bug's Life. Mijn verbazing was groot toen ik opeens besefte dat deze film, meer dan een eeuw later, wéér mensen fascineerde omdat de blaadjes zo realistisch op het scherm kwamen. Dit was in 1998 nog nooit vertoond in de wereld van de animatie. Dat de geschiedenis zich nog wel eens wil herhalen is algemeen bekend. Maar om dat met zo'n praktisch voorbeeld gedemonstreerd te krijgen, is ronduit fascinerend.